Civiel recht overig
Verkeersongeval in Oostenrijk waarbij schade is ontstaan aan het voertuig van een Duitse vennootschap en het…
Rechtbank Gelderland, 18 september 2019
ECLI:NL:RBGEL:2019:6376 · Rechtbank Gelderland · 18 september 2019
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-gelderland/civiel-recht/civiel-recht-overig/eerste-aanleg-enkelvoudig/ecli-nl-rbgel-2019-6376
Zaakgegevens
Op 18 september 2019 heeft de Rechtbank Gelderland in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Rechtbank GelderlandRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Zutphen
- Datum uitspraak
- 18 september 2019
- Datum publicatie
- 16 november 2021
- Zaaknummer
- 346582
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudigEnkelvoudige kamerDe zaak is behandeld door één rechter.Meer uitleg
- Advocaat
- <emphasis role="underline">€ 2.685.00 </emphasis>(2
- ECLI
- ECLI:NL:RBGEL:2019:6376
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Verkeersongeval in Oostenrijk waarbij schade is ontstaan aan het voertuig van een Duitse vennootschap en het voertuig van een Nederlands echtpaar. De vraag is welke partij aansprakelijk is voor de schade. Oostenrijks recht is van toepassing.
Uitspraak
[afbeelding niet beschikbaar] vonnis
[afbeelding niet beschikbaar]RECHTBANK GELDERLAND
Team kanton en handelsrecht Zittingsplaats Zutphen
zaaknummer / rolnummer: C/05/346582 / HZ ZA 19-1
Vonnis van 18 september 2019
in de zaak van
de vennootschap naar buitenlands recht
[eisende partij] ,.
gevestigd te [plaats] ,
eiseres,
advocaat mr. T. Teke te Amsterdam,
tegen
1. [gedaagde partij 1] ,
wonende te [plaats] ,
2. de naamloze vennootschap
ACHMEA SCHADEVERZEKERINGEN N.V.,
gevestigd te Apeldoorn, gedaagden,
advocaat mr. S. Odijk te Zwolle.
Partijen zullen hierna [eisende partij] , [gedaagde partijen] voor gedaagden gezamenlijk, de heer [gedaagde partij 1] voor gedaagde 1 en Achmea voor gedaagde 2 genoemd worden.
1 De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het proces-verbaal van comparitie van 25 maart 2019;
- de akte van [eisende partij] van 10 april 2019;
- de akte van [gedaagde partijen] van 22 mei 2019;
- de akte van [eisende partij] van 19 juni 2019;
- de akte van [gedaagde partijen] . van 3 juli 2019.
Ten slotte is vonnis bepaald.
2 De feiten
Op 9 februari 2018 heeft een verkeersongeval plaatsgevonden op de [straat+plaats] . Bij dit ongeval zijn de voertuigen van [eisende partij] , een Audi A6 en van [gedaagde partij 1] , een Citroën, beschadigd.
[eisende partij] reed bergopwaarts in een file en [gedaagde partij 1] reed niet in een file bergafwaarts.
Op 10 februari 2018 heeft Polizeibeamter [betrokkene 1] van de Polizeitinspektion Jenbach, Landespolizeidirektion Tirol, een rapport van het ongeluk opgesteld. Daarin staat, voor zover hier relevant, het volgende:
"Angaben der Beteiligten:
[betrokkene 2] /enkte am 09.02.2018, gegen 16.30 Uhr, seinen Pkw, Marke Audi, Kennzeichen [kenteken] (DJ, im Gemeindegebiet von 6212 Eben amAchensee, au/der [straat+plaats] , von Wiesing kommend bergwärts in Richtung Eben. Au/ dem Beifahrersitzführte er seine Frau mit und am Rücksitz sass sein Sohn. Er fuhr mil er/aubter Geschwindigkeit und war aufgrund des Verkehrsaujkommens in einem Pulk unterwegs.
Zudem fuhr er seinen Angaben nach am rechten Fahrbahnrand. Er verwendete au/ dieser Fahrt den Sicherheitsgurt.
Bei Strassenkilometer 7,000 sei ihm ein Pkw entgegen gekommen und dann sei es auch schon zu einer seitlichen Kollision gekommen. Er könne keine genaueren Angaben machen, da sich alles so schnell abgespielt habe. Es sei }edoch glück/icher Weise niemand verletzt worden.
Dr. [gedaagde partij 1] lenkte am 09.02.2018, gegen 16.30 Uhr, seinen Pkw, Marke Citroen, Kennzeichen [kenteken] , im Gemeindegebiet von [straat+plaats] , von Eben am Achensee kommend talwärts in Richtung Wiesing. Au/ dem Beifahrersitz führte er seine Frau mil. Beide verwendeten au/ dieser Fahrt den Sicherheitsgurt. Er sei seinen Angaben zufo/ge mit er/aubter Geschwindigkeit und seiner Ansicht nach ebenso am rechten Fahrbahnrand unterwegs gewesen. Auch er habe sich nicht erklären können, wie es zu der folgenden seit/ichen Kollision gekommen sei. Es habe sich alles so schnel/ abgespie/t, sodass er keine näheren Angaben machen könne. Jedenfalls seien er und seine Frau vonden Rettungskräften vor Ort durchgecheckt worden, wobei ebenso keine Ver/etzungen festgestellt worden seien.
Weitere Personen:
Es wurden mehrere Unfal/zeugen vor Ort zum Hergang befragt, wobei keiner der befragten Personen den genauen Hergang schildern konnte. Auch die Zeugen gaben übereinstimmend mil den Unfallbeteiligten an, dass sich alles so schnell abgespielt habe, sodass man es nicht mitbekommen konnte. Daher wurden auch die Daten der Personen nicht festgehalten, da sie keine hilfreichen Angaben machen konnten.
Spuren/age:
Die Beamten konnten bei der Aufnahme des Unfalles eindeutige Spuren (Kratzspuren der beschädigten Reifen bzw Felgen) au/ dem Asphalt feststellen. Diese lassen aufgrund der Spurenlage die Erkenntnis zu, dass [betrokkene 2] noch gerade am rechten Fahrbahnrand unterwegs war. Dies ist au/ den Lichtbildern gut erkennbar, da sich bei seinem Fahrzeug nach der Kollision der Reifen vonder Felge löste und die Felge Kratzspuren in den Asphalt brennte bzw hinterliess, siehe Fotobeilage.
Weiters kamen die Beamten aufgrund der Spurenlage zur Erkenntnis, dass Dr. [gedaagde partij 1] bei der leichten Linkskurve bzw heim Ausgang der Kurve geringfügig au/ die
andere Fahrbahnseite gekommen sein dürfte und es dort schliesslich zur Touchierung gekommen sei."
"Bild Nr.:9 Zeigt die Kratzspuren, die vom Pkw [eisende partij] bzw vonder linken, vorderen Felge stammen, der Beginn ist aber noch auf seiner Fahrbahnhälfte. "
AFBEELDING
Na het ongeluk hebben [eisende partij] en zijn echtgenote [betrokkene 3] een verklaring opgesteld waar het volgende in staat: "Nach unserem verbrachten Skiurlaub starteten wir unsere Heimreise am 09.02.18 von Aschau im Zillertal gegen 15.45 Uhr Richtung Achenpass. Wir fuhren mit unserem PKW Audi A6 mit insgesamt 4 Personen, [betrokkene 2] , [betrokkene 3] sowie unsere 2 Kinder. AufGrundlage der Heimreisewelle fuhren wir mit mehreren Fahrzeugen im Pulk bzw. Konvoi. Nach Ver/assen des Ortes Wiesingfuhren wir auf der freien [straat+plaats] bergauf
In einer /eichten linkskurve sah ich nur kurz den Citroen von oben auf unsere Strassenseite zu kommen und danach kam es auch schon zur Kol/ision.
Gleichzeitig öfjneten sich alle Airbags im Fahrzeug und wir konnten nicht mehr sehen wo sich unser Fahrzeug hinbewegte. Als wir danach das Auto ver/assen konnten leiteten wir alle bekannten Massnahmen ein. Die Polizei konnte den Schaden feststellen und die Kratzspuren der zerstörten Felge links vorn aufmeiner Fahrbahnseitefeststellen und auch dokumentieren. "
In opdracht van Achmea heeft de heer Dr. [betrokkene 4] , allgemein beeideter gerichtlicher Sachverständiger für das Kraftfahrwesen, op I april 2018 een "Beurteilung" geschreven. Daarin staat, voor zover relevant, het volgende: "Die Kollision ereignete sich an der Fahrbahn Mitte, womitjedenfalls beide Fahrzeuglenker nicht äusserst rechtsfuhr. Aus den Spuren ergibt sich, dass der Audi vielleicht noch ganz knapp auf seiner Fahrbahnhälfte war, während der zentral die Fahrbahnmitte überschritten hat.
Die Überdeckung der beiden Fahrzeuge betrug nur ca. 10-20 cm.
Somit lässt sichfür beide Fahrzeuglenker jedenfalls nachweisen, dass sie nicht äusserst rechts gefahren sind
Eine Reaktionsverspätung istfür keinen der beiden Fahrzeug/enker nachweisbar, da nicht sicher festgestellt werden kann, wann sich dasjeweils andere Fahrzeug zur Fahrbahnmitte hin bewegte. "
3 De vordering
3. l. [eisende partij] vordert dat de rechtbank [gedaagde partijen] bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, hoofdelijk zal veroordelen om aan haar een bedrag van€ 40.155,34 te betalen, te vermeerderen met de Oostenrijkse wettelijke rente (4% per jaar) vanaf 9 februari 2018 tot aan de dag van betaling, met veroordeling van [gedaagde partijen] . in de kosten van het geding.
[eisende partij] legt aan haar vordering ten grondslag dat [gedaagde partij 1] aansprakelijk is voor de door haar geleden schade als gevolg van het verkeersongeluk van 9 februari 2018. [gedaagde partij 1] is op de verkeerde rijbaan terechtgekomen waardoor het tot de botsing is gekomen. De sporen van de velgen van [eisende partij] op het asfalt bewijzen dat [gedaagde partij 1] op de verkeerde rijbaan terecht is gekomen. Als gevolg van de botsing is de auto van [eisende partij] total loss geraakt en heeft zij schade geleden aan de auto ter hoogte van€ 39.484,00, kosten moeten maken voor het opstellen van een expertiserapportage ter hoogte van€ l 04,17; voor een taxirit €109,09; voor een huurauto€ 240,64; voor het wegslepen€ 203,17 en voor het verzenden van het schaderapport€ 14,27.
4 Het verweer
[gedaagde partijen] . concludeert dat de rechtbank bij vonnis, voor zover mogelijk, uitvoerbaar bij voorraad, [eisende partij] niet ontvankelijk zal verklaren in haar vorderingen, althans deze af zal wijzen, met veroordeling van [eisende partij] in de kosten van de procedure, te vermeerderen met de zogenaamde nakosten van€ 157,00 of- ingeval van betekening van het vonnis - € 239,00 te voldoen binnen 14 dagen na de datum van de door uw rechtbank te wijzen vonnis, en - voor het geval dat betaling binnen deze termijn achterwege blijft- te vermeerderen met de wettelijke rente over deze (na) kosten, te rekenen
vanaf 14 dagen na de datum van het door de rechtbank te wijzen vonnis tot de dag der algehele voldoening.
[gedaagde partijen] . voert de volgende verweren aan. [gedaagde partij 1] betwist primair dat hij op de verkeerde weghelft reed en daarom aansprakelijk zou zijn voor de door [eisende partij] geleden schade. Subsidiair voert [gedaagde partijen] aan dat er sprake is van eigen schuld aan de kant van [eisende partij] en dat de geleden schade voor 50% aan haar moet worden toegerekend. Meer subsidiair bestrijdt [gedaagde partijen] . de hoogte van de door [eisende partij] geleden schade. Achmea betwist dat zij gehouden is de schade van [eisende partij] te vergoeden.
5 De beoordeling
De Nederlandse rechter is bevoegd omdat gedaagden in Nederland woonachtig dan wel gevestigd zijn.
Gelet op artikel 3 van het Verdrag inzake de wet welke van toepassing is op verkeersongevallen op de weg (Haags Verkeersongevallenverdrag 1971) is Oostenrijks recht van toepassing omdat het ongeval daar heeft plaatsgevonden.
Wettelijk kader
In het toepasselijke het Oostenrijkse 'Eisenbahn- und Kraftfahrzeughaftpflichtgesetz' (EKHG) staat:
Anwendungsbereich
§ 1. Wird durch einen Unfall heim Betrieb einer Eisenbahn ader heim Betrieb eines Kraftfahrzeugs ein Mensch getötet, an seinem Körper ader an seiner Gesundheit verletzt ader eine Sache beschädigt, sa ist der hieraus entstehende Schaden gemäft den Bestimmungen dieses Bundesgesetzes zu ersetzen.
Haftung
§ 5. (1) Für den Ersatz der im § 1 bezeichneten Schäden haftet bei der Eisenbahn der Betriebsunternehmer, heim Kraftfahrzeug der Halter.
§ 7. (1) Hat bei der Entstehung des Schadens ein Verschulden des Geschädigten mitgewirkt, sa ist der§ 1304 Allgemeines bürgerliches Gesetzbuch anzuwenden.
In het Oostenrijkse 'Allgemeines bürgerliches Gesetzbuch' (ABGB) staat:
§ 1304. Wenn bey einer Beschädigung zugleich ein Verschulden van Seite des Beschädigten eintritt; sa trägt er mit dem Beschädiger den Schaden verhältniftmäftig; und, wenn sich das Verhältnift nicht bestimmen läftt, zu gleichen Theilen.
De Oostenrijkse wet bepaalt dat wanneer er schade is ontstaan aan een zaak ten gevolge van een auto-ongeluk, dan dient deze schade te worden vergoed. De eigenaar van de auto is aansprakelijk voor de schade, tenzij er sprake is van eigen schuld van de eigenaar
van de zaak die beschadigd is. In dat laatste geval bepaalt de Oostenrijkse wet dat de schade verhoudingsgewijs dient te worden verdeeld. Valt de verhouding niet vast te stellen, dan dragen beide partijen de schade voor gelijke delen.
Het geschil tussen [eisende partij] en [gedaagde partij 1]
[eisende partij] heeft gesteld dat [gedaagde partij 1] op de verkeerde weghelft terecht is gekomen en daar de botsing met haar auto heeft veroorzaakt. De bewijslast hiervoor ligt bij [eisende partij] omdat zij stelt dat [gedaagde partij 1] daarom aansprakelijk is voor de schade die zij heeft geleden.
[eisende partij] heeft gesteld dat het bewijs door haar is geleverd doordat volgens de Oostenrijkse politie uit de velgsporen op het wegdek valt af te leiden dat [gedaagde partij 1] op haar weghelft terecht is gekomen.
Vast staat dat [eisende partij] bergopwaarts reed en [gedaagde partij 1] bergafwaarts. Eveneens is vast komen te staan dat de velgen van [eisende partij] sporen op het asfalt hebben achtergelaten. In het rapport van de politie staat dat uit de sporen zoals die op foto 9 staan, af te leiden valt dat [gedaagde partij 1] op de verkeerde weghelft terecht is gekomen. Op de foto weergegeven onder rechtsoverweging 2.3, zijn velgsporen te zien links van de middenstreep op de weghelft waar [gedaagde partij 1] reed. Dat lijkt er veeleer op te duiden dat [eisende partij] met zijn auto op de weghelft van [gedaagde partij 1] terecht is gekomen. Voorzover het ongeluk op de weghelft van [eisende partij] zou hebben plaatsgehad, zou duidelijk gemaakt moeten worden welk spoor op de weghelft van [eisende partij] het begin van het ongeluk markeert. Op de bewuste foto is geen begin van een spoor op de weghelft van [eisende partij] zichtbaar. Een en ander is ter zitting reeds besproken.
[eisende partij] heeft bij akte aanvullende verklaringen van de Oostenrijkse politieagenten ingediend. In de e-mail van 4 april 2019 om 18:14 uur staat: "(. ..) ergänzend wird von den Beamten [betrokkene 1] / [berokkene 5] mitgeteilt, dass die Kratzspuren vom Pkw des Hr [eisende partij] am Bild Nr 9 klar ersichtlich sind und auch ausfiihrlich beschrieben wurden. Der Unfallgegner Hr [gedaagde partij 1] muss auf die Gegenfahrbahn geraten sein und dort gegen das linke Vorderrad des Audis des Hr [eisende partij] geprallt sein, weshalb sich dann auch die Kratzspuren der Felge auf die Fahrbahn übertragen haben. Konkret heisst dass, dass sich der Unfall bzw die Anstossstelle bzw aufgrund der Spurenlage der Unfall eindeutig auf der Seite des Hr [eisende partij] ereignet haben muss. "
De agenten concluderen dus dat [gedaagde partij 1] op de weghelft van [eisende partij] terecht is gekomen en dat het ongeluk plaatsvond op die weghelft. Zij baseren hun conclusie uitsluitend op foto 9, zoals weergegeven onder rechtsoverweging 2.3. Zoals hiervoor overwogen kan die niet tot een eenduidige conclusie leiden. De aanvullende verklaringen voegen daarmee niets toe aan de door [eisende partij] reeds eerder aangevoerde onderbouwing.
Meer of ander bewijs van haar stelling dat [gedaagde partij 1] het ongeval heeft veroorzaakt wordt door [eisende partij] niet geleverd.
[eisende partij] heeft direct na het ongeval tegenover de politie verklaard dat hij niet kon aangeven hoe het ongeluk heeft kunnen gebeuren. De rechtbank hecht de meeste waarde aan de verklaring, afgelegd onmiddellijk na het plaatsvinden van het ongeluk. De
verklaring die [eisende partij] later heeft opgesteld staat haaks op de verklaring die hij direct na het ongeluk tegenover de politie heeft afgelegd zodat die verklaring terzijde wordt geschoven.
Achmea heeft ter comparitie verklaard dat hun deskundige [betrokkene 4] zijn rapport heeft gebaseerd op de stukken uit het politierapport. Hij heeft niet zelfstandig onderzoek gedaan aan de voertuigen of op de plaats van het ongeluk om zijn beoordeling te schrijven. Hij wijst in zijn rapport geen partij aan als veroorzaker van het ongeluk, maar concludeert alleen dat vastgesteld kan worden dat beide chauffeurs niet uiterst rechts zijn gereden.
De rechtbank acht [eisende partij] daarom niet geslaagd in het bewijs dat [gedaagde partij 1] op de verkeerde weghelft terecht is gekomen en dat de botsing daar heeft plaats gevonden.
De vordering om [gedaagde partij 1] te veroordelen tot betaling van schadevergoeding wordt afgewezen.
Het geschil tussen [eisende partij] en Achmea
[eisende partij] heeft Achmea gedagvaard, maar dient geen gronden naar Oostenrijks recht tegen Achmea in. [eisende partij] heeft onvoldoende gesteld om tot de conclusie te kunnen komen dat Achmea naar Oostenrijks recht hoofdelijk aansprakelijk is jegens [eisende partij] dan wel als hoofdelijke schuldenaar de schade van [eisende partij] dient te vergoeden. Daarom worden de vorderingen tegen Achmea afgewezen.
[eisende partij] zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de proceskosten aan de zijde van [gedaagde partijen] begroot op:
- griffierecht: € 639,00
- salaris advocaat: € 2.685.00 (2,5 punten x tarief€ 1.074,00) Totaal € 3.324,00
De gevorderde nakosten worden toegewezen op de wijze zoals in de beslissing vermeld.
6 De beslissing
De rechtbank
wijst de vorderingen af;
veroordeelt [eisende partij] in de proceskosten, aan de zijde van [gedaagde partijen] tot op heden begroot op€ 3.324,00;
veroordeelt [eisende partij] in de na dit vonnis ontstane kosten, begroot op€ 157,00 aan salaris advocaat, te vermeerderen, onder de voorwaarde dat [eisende partij] niet binnen veertien dagen na aanschrijving aan het vonnis heeft voldaan en er vervolgens betekening van de uitspraak heeft plaats gevonden, met een bedrag van
€ 82,00 aan salaris advocaat en de explootkosten van de betekening van de uitspraak en te vermeerderen met de wettelijke rente over de nakosten met ingang
van veertien dagen na de betekening van dit vonnis tot aan de dag van volledige voldoening;
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. K.H.A. Heenk en in het openbaar uitgesproken op 18 september 2019.
[afbeelding niet beschikbaar]SB/KH