Insolventierecht

WHOA; vaststellen verhoogd budget herstructureringsdeskundige

Rechtbank Gelderland, 16 oktober 2024

Zaakgegevens

Op 16 oktober 2024 heeft de Rechtbank Gelderland uitspraak gedaan in een zaak over insolventierecht.

Instantie
Rechtbank Gelderland
Zittingsplaats
Zutphen
Datum uitspraak
16 oktober 2024
Datum publicatie
1 november 2024
Zaaknummer
FT RK 24-460
Procedure
Beschikking
Advocaat
mr. R.E.P. de Koning
ECLI
ECLI:NL:RBGEL:2024:7571
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

WHOA; vaststellen verhoogd budget herstructureringsdeskundige

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Team Insolventies - meervoudige kamer

vaststellen verhoogd budget herstructureringsdeskundige

rekestnummer: 699956 FT RK 24-460

uitspraakdatum: 16 oktober 2024

beschikking in de besloten akkoordprocedure van

de besloten vennootschap

[schuldenaar 1] B.V.

gevestigd te [vestigingsplaats] ,

hierna ook: [schuldenaar 1] ,

en

de besloten vennootschap

[schuldenaar 2] B.V.

gevestigd te [vestigingsplaats] ,

hierna ook: [schuldenaar 2] ,

hierna tezamen ook te noemen: schuldenaren

advocaat: mr. R.E.P. de Koning

1 De procedure

1.1.

Schuldenaren hebben op 10 mei 2024 startverklaringen als bedoeld in artikel 370 lid 3 van de Faillissementswet (Fw) gedeponeerd. [schuldenaar 1] heeft de startverklaring ter griffie van rechtbank Overijssel gedeponeerd, [schuldenaar 2] ter griffie van deze rechtbank.

1.2.

Bij verzoekschriften op 10 mei 2024 ingekomen ter griffies van rechtbank Overijssel en van deze rechtbank hebben [schuldenaar 1] respectievelijk [schuldenaar 2] verzocht om de aanwijzing van een herstructureringsdeskundige en om afkondiging van een afkoelingsperiode. Bij vonnis van rechtbank Overijssel van 13 mei 2024 heeft rechtbank Overijssel het verzoek van [schuldenaar 1] ter verdere afdoening verwezen naar deze rechtbank.

1.3.

In de openingsbeslissing van 7 juni 2024 zijn de bevoegdheid van deze rechtbank en de keuze voor een besloten akkoordprocedure vastgesteld. Tevens is bij deze beschikking – naast de afkondiging van een afkoelingsperiode voor de duur van vier maanden – mr. F.A.M. Nowee, advocaat te Utrecht, aangewezen als herstructureringsdeskundige. De kosten van de herstructureringsdeskundige zijn bij wijze van voorschot vastgesteld op € 32.329,42 exclusief btw en verschotten. Ook is bepaald dat de kosten ten laste komen van schuldenaren en dat zij voor de betaling daarvan ten genoegen van de herstructureringsdeskundige voor de aanvang van zijn werkzaamheden zekerheid moeten stellen.

1.4.

Bij brief van 17 juli 2024 heeft de herstructureringsdeskundige aangekondigd dat hij het wenselijk acht derden in te schakelen, te weten adviesbureau [adviesbureau 1] B.V. (hierna te noemen: [adviesbureau 1] ) en [adviesbureau 2] B.V. (hierna te noemen: [adviesbureau 2] ) en om die reden de rechtbank verzocht om een verhoging van het budget met een bedrag van in totaal € 29.136,- exclusief btw. Hierin is begrepen een bedrag groot € 24.336,- exclusief btw voor de werkzaamheden van [adviesbureau 1] en een bedrag groot € 4.800,- exclusief btw voor de werkzaamheden van [adviesbureau 2] .

1.5.

Bij beschikking van 18 juli 2024 heeft de rechtbank het bedrag dat de werkzaamheden van de herstructureringsdeskundige en van de derden die door hem worden geraadpleegd mogen kosten (verhoogd) vastgesteld op € 61.465,42,- exclusief btw en verschotten. Ook bepaalde de rechtbank dat deze kosten ten laste van schuldenaren komen, en dat zij voor de betaling daarvan ten genoegen van de herstructureringsdeskundige zekerheid moeten stellen.

1.6.

Bij beschikking van 16 oktober 2024 heeft de rechtbank op verzoek van de herstructureringsdeskundige de bij beschikking van 7 juni 2024 verleende afkoelingsperiode verlengd voor de duur van twee maanden, te weten tot en met 7 december 2024.

1.7.

De herstructureringsdeskundige heeft bij brief van 10 oktober 2024 de rechtbank verzocht om verhoging van het bedrag dat de werkzaamheden van de herstructureringsdeskundige en van derden die door hem worden geraadpleegd mogen kosten.

2 Het verzoek

2.1.

De herstructureringsdeskundige heeft in voormelde brief van 10 oktober 2024 de rechtbank verzocht om een verhoging van het budget met € 40.000,- tot een bedrag van in totaal € 101.465,42 exclusief btw en verschotten. In dit totaalbedrag is begrepen het bij de beschikking van 18 juli 2024 vastgestelde bedrag voor de werkzaamheden van [adviesbureau 1] en [adviesbureau 2] .

3 De beoordeling

3.1.

De rechtbank moet op grond van artikel 371 lid 10 Fw het bedrag vaststellen dat de werkzaamheden van de herstructureringsdeskundige en van de derden die door hem worden geraadpleegd ten hoogste mogen kosten. Dit bedrag kan nadien worden verhoogd.

3.2.

De herstructureringsdeskundige heeft bij voormelde brief van 10 oktober 2024 een
e-mailbericht van de indirect bestuurder van schuldenaren overgelegd, waaruit de goedkeuring van schuldenaren ten aanzien van een aanvullend budget blijkt. De rechtbank ziet hierin aanleiding schuldenaren niet nader op het verzoek te horen.

3.3.

De (voorgestelde) werkzaamheden van de herstructureringsdeskundige en van de derden die door hem worden geraadpleegd zijn redelijkerwijs noodzakelijk in het kader van de beoogde herstructurering. De kosten die daarvoor zijn begroot zijn ook in omvang redelijk. De rechtbank zal het totale budget (met in achtneming van de kosten van de werkzaamheden van de derden) thans vaststellen op € 101.465,42 (€ 32.329,42,- plus € 29.136,- (kosten [adviesbureau 1] en [adviesbureau 2] ) plus € 40.000,-) exclusief btw en verschotten.

4 De beslissing

De rechtbank:

- stelt het bedrag dat de werkzaamheden van de herstructureringsdeskundige en van de derden die door hem worden geraadpleegd mogen kosten (verhoogd) vast op € 101.465,42,- exclusief btw en verschotten;

- bepaalt dat voornoemde kosten ten laste van schuldenaren komen, en dat schuldenaren voor de betaling daarvan ten genoegen van de herstructureringsdeskundige zekerheid moeten stellen.

Deze beschikking is gegeven door mr. J.H. Steverink, voorzitter, mr. R.P. van Eerde en
mr. M.D.E. Leppens, rechters, en in aanwezigheid van mr. W.J. van ‘t Spijker, griffier, in het openbaaruitgesproken door mr. J.H. Steverink op 16 oktober 2024.