Strafrecht overig
Verlenging tbs met voorwaarden met twee jaar.
Rechtbank Gelderland, 31 juli 2026
ECLI:NL:RBGEL:2026:6208 · Rechtbank Gelderland · 31 juli 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-gelderland/strafrecht/strafrecht-overig/beschikking/ecli-nl-rbgel-2026-6208
Zaakgegevens
Op 31 juli 2026 heeft de Rechtbank Gelderland uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Rechtbank GelderlandRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Arnhem
- Datum uitspraak
- 31 juli 2026
- Datum publicatie
- 3 augustus 2026
- Zaaknummer
- 08/160647-21
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Strafrecht overig
- Procedure
- BeschikkingBeschikkingEen beslissing van de rechter in een zaak die met een verzoekschrift is begonnen, zoals een echtscheiding of faillissement.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBGEL:2026:6208
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Verlenging tbs met voorwaarden met twee jaar.
Uitspraak
RECHTBANK GELDERLAND
Team strafrecht
Zittingsplaats Arnhem
Parketnummer: 08/160647-21
Datum uitspraak: 31 juli 2026
Beslissing van de meervoudige kamer als bedoeld in artikel 6:6:10 van het Wetboek van Strafvordering
in de zaak van
de officier van justitie
tegen
[betrokkene] , (hierna: betrokkene)
geboren op [geboortedag] 1990 te [geboorteplaats] ,
verblijvende bij de RIBW in [verblijfplaats] aan de [adres] .
Raadsman: mr. M. Kuipers, advocaat te Arnhem.
Procedure
Betrokkene is op 11 juli 2022 bij vonnis van de rechtbank Gelderland veroordeeld tot onder meer terbeschikkingstelling met voorwaarden. Deze maatregel is ingegaan op 11 juli 2022 en het laatst verlengd bij beslissing van de rechtbank van 16 augustus 2024.
Bij vordering van 9 juni 2026, ingekomen op diezelfde datum, heeft de officier van justitie gevorderd dat deze maatregel wordt verlengd voor de duur van twee jaren.
De rechtbank heeft verder kennisgenomen van de volgende processtukken:
-
het adviesrapport van de reclassering van 6 mei 2026, waarin wordt geadviseerd de terbeschikkingstelling met voorwaarden te verlengen met twee jaren;
-
de voortgangsverslagen;
-
het advies van psychiater I. Hazemeijer, van 24 maart 2026, waarin wordt geadviseerd de terbeschikkingstelling met voorwaarden te verlengen met twee jaren.
Ter zitting van 17 juli 2026 zijn gehoord:
-
betrokkene;
-
zijn raadsman;
-
de deskundige I. Hazemeijer, psychiater;
-
de deskundige [toezichthouder] , toezichthouder reclassering; en
-
de officier van justitie, mr. G. Steeghs.
De standpunten
De officier van justitie heeft ter zitting de vordering tot verlenging van de terbeschikkingstelling met twee jaar gehandhaafd, nu aan de voorwaarden voor verlenging is voldaan. Die tijd is ook nodig om de medicatie (clozapine) verantwoord af te bouwen en een volgende woonvoorziening te regelen. Daarnaast heeft de officier van justitie verzocht de voorwaarde met betrekking tot het verbod van een verblijf in het buitenland te wijzigen, in die zin dat betrokkene ook zonder dat sprake is van een noodgeval naar het buitenland, dat wil zeggen Duitsland, mag met toestemming van de reclassering.
De raadsman van betrokkene heeft zich niet verzet tegen verlenging van de terbeschikkingstelling. Betrokkene werkt actief aan het onder controle krijgen van zijn verslaving en ziet zelf ook in dat een verlenging van twee jaar noodzakelijk is. Wel is verzocht de voorwaarde met betrekking tot het verbod van een verblijf in het buitenland in zijn geheel te laten vervallen.
De beoordeling
Indexdelict
De terbeschikkingstelling is opgelegd vanwege brandstichting, terwijl daarvan levensgevaar en gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander te duchten was. De rechtbank heeft
daarbij overwogen dat de maatregel wordt opgelegd in verband met een misdrijf dat gericht
was tegen of gevaar veroorzaakte voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer
personen.
Stoornis
Uit het rapport van de psychiater blijkt dat bij betrokkene sprake is van een aandachtsdeficiëntie-/hyperactiviteitsstoornis (ADHD), een stoornis in het gebruik van een amfetamineachtig middel, namelijk 3-MMC (in vroege remissie in een gereguleerde omgeving) en een andere gespecificeerde schizofreniespectrum- of andere psychotische stoornis. De psychiater gaat ervan uit dat betrokkene zowel door drugsgebruik als door een toename van stress psychotisch kan worden.
De stoornissen zijn nog altijd aanwezig.
Verloop van de maatregel
Betrokkene verblijft sinds juni 2024 bij de RIBW in [verblijfplaats] . Hij ontvangt sindsdien ambulante behandeling van Transfore. In april 2025 is er een ernstige psychotische ontregeling geweest. Betrokkene had meerdere soorten drugs (cocaïne, amfetamine en
3-MMC) gebruikt en had in datzelfde weekend zijn medicatie niet volgens voorschrift ingenomen. Er heeft vervolgens een crisisopname plaatsgevonden en hij heeft in mei 2025 een officiële waarschuwing gekregen wegens het overtreden van de bijzondere voorwaarde drugsverbod. Sinds de ontregeling is het functioneren van betrokkene stabiel. Hij is alle voorwaarden en afspraken nagekomen en is open naar zijn behandelaren en begeleiders. Hij is gestopt met drugsgebruik, heeft inzicht gekregen in de relatie tussen het effect van het gebruik van middelen als 3-MMC en zijn kwetsbaarheid voor psychoses en hij toont goed ziekte-inzicht ten aanzien van middelengebruik. Verder is hij ingesteld op de anti-psychotische medicatie clozapine en dit heeft een goed effect. Betrokkene heeft echter de wens om de medicatie af te bouwen en hiervoor is een plan opgesteld. In mei 2026 is gestart met de afbouw. De psychiater heeft ter zitting toegelicht dat de medicatie gecontroleerd, volgens een specifiek protocol, moet worden afgebouwd. Daarom zal het de nodige tijd kosten om tot een (lage) restdosis te komen; dat kan meer dan een jaar duren. Betrokkene heeft dagbesteding bij partner- en cliëntenraden bij de RIBW en bij Dimence en is hier meerdere dagdelen per week mee bezig. Hij heeft zich aangemeld voor zogenoemd community wonen, wat volgens de reclassering een passende woonvorm voor hem zou zijn. Er lijkt echter een wachtlijst te bestaan en daarnaast zal eerst duidelijk moeten worden hoe de afbouw van de anti-psychotische medicatie verloopt voordat betrokkene daar eventueel naartoe kan verhuizen.
Recidivegevaar
De psychiater stelt dat het recidiverisico uit zorg hoog is, omdat er relevante risicofactoren zijn, waaronder zijn psychotische stoornis en de stoornis in het gebruik van amfetamineachtige middelen. Er bestaat nog altijd een kans dat betrokkene een terugval zal krijgen in drugs (vooral 3-MMC). Betrokkene voelt zich nog onvoldoende sterk om nee te zeggen tegen een direct aanbod van 3-MMC en hij vertrouwt zichzelf daar ook (nog) niet in. Indien betrokkene 3-MMC gebruikt kan hij binnen een aantal dagen psychotisch en gewelddadig worden. Zo lang betrokkene geen drugs gebruikt en zijn medicatie tegen psychose wel, zal hij niet in korte tijd psychotisch worden en dan is de kans op recidive of toekomstig geweld laag. Binnen het kader van de maatregel wordt het recidiverisico ingeschat als laag, omdat er redelijk veel beschermende factoren zijn.
De reclassering geeft aan dat het risico op psychotische ontregeling op termijn kan toenemen als betrokkene uit zorg en begeleiding is. Bij een psychotische ontregeling wordt het recidiverisico ingeschat als hoog.
Hieruit blijkt dat de kans op herhaling bij onmiddellijke beëindiging van de terbeschikkingstelling nog altijd groot is.
Conclusie
Betrokkene heeft zich de afgelopen periode positief ontwikkeld en hij verdient daarvoor een compliment. Hij functioneert sinds half 2025 stabiel en heeft meer ziekte-inzicht gekregen. Tegelijkertijd moeten er nog stappen worden gezet in het traject. De komende periode gaat hij de anti-psychotische medicatie afbouwen. Dit moet in kleine stappen worden gedaan en zal daardoor nog de nodige tijd kosten. Daarna zal betrokkene moeten verhuizen, mogelijk dus naar een woning in het kader van community wonen. Voor deze stappen zal meer tijd nodig zijn dan één jaar. Daarnaast is het van belang dat deze veranderingen worden gemonitord. Verandering van woonplek heeft in het verleden immers geresulteerd in terugvallen in middelengebruik en (deels) psychotische ontregeling. Daarnaast hebben de psychiater en de behandelaar van betrokkene aangegeven risico’s te zien in het geheel stoppen met clozapine. Het gecontroleerd en onder bescherming afbouwen kan duidelijk maken of het stoppen goed gaat en niet tot een psychose leidt.
Op grond van het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat de veiligheid van anderen dan wel de algemene veiligheid van personen de verlenging van de maatregel eist. De rechtbank zal de terbeschikkingstelling daarom, overeenkomstig de vordering en de adviezen, met twee jaren verlengen.
De reclassering heeft geadviseerd de voorwaarde met betrekking tot het verblijf in het buitenland te wijzigen. Betrokkene is de afgelopen twee jaar met toestemming van de reclassering met zijn moeder en zus naar Duitsland gegaan om boodschappen te doen. Dit mag nu echter niet meer, omdat bewegingen naar het buitenland uitsluitend mogen worden toegestaan als hier noodzaak toe is (zoals bijvoorbeeld bij overlijden, ziekte of bruiloften) en niet om boodschappen te doen. Betrokkene heeft echter de wens om voor de uitstapjes met zijn moeder en zus naar Duitsland te gaan en de reclassering ziet hierin geen risico’s. Tot nu toe zijn deze bezoeken probleemloos verlopen. De rechtbank ziet daarom aanleiding om deze voorwaarde te wijzigen, in die zin dat een incidenteel bezoek (voor bijvoorbeeld boodschappen) met zijn moeder en/of zus aan Duitsland mogelijk is, ook als hier geen strikte noodzaak toe is, mits hiervoor voorafgaand toestemming door de reclassering is gegeven. De rechtbank zal de voorwaarde niet schrappen, omdat er nog steeds een veilig kader nodig is.
De beslissing
De rechtbank:
- verlengt de termijn van de terbeschikkingstelling van [betrokkene] met twee jaren;
- wijzigt de voorwaarde genoemd onder 4, zodat de voorwaarde als volgt komt te luiden:
Verdachte gaat niet naar het buitenland of het Caribisch deel van het Koninkrijk der
Nederlanden zonder toestemming van de reclassering. Incidenteel bezoek met zijn moeder en/of zus aan Duitsland is (ook zonder strikte noodzaak) mogelijk, mits de reclassering daarvoor toestemming heeft gegeven.
|
Deze beslissing is gegeven door mr. J.M. Breimer, als voorzitter, mr. M.E. Snijders en mr. R.M.H. Pennings, als rechters in tegenwoordigheid van mr. U. Posthumus, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 31 juli 2026. |
||
|
mr. J.M. Breimer is buiten staat deze beslissing mede te ondertekenen. |