Strafrecht overig
Kennis genomen van door OvJ ingebrachte stukken die geen deel uitmaken van dossier. Objectieve toets…
Rechtbank Gelderland, 7 november 2023
ECLI:NL:RBGEL:2023:7125 · Rechtbank Gelderland · 7 november 2023
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-gelderland/strafrecht/strafrecht-overig/verschoning/ecli-nl-rbgel-2023-7125
Zaakgegevens
Op 7 november 2023 heeft de Rechtbank Gelderland uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Rechtbank GelderlandRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Arnhem
- Datum uitspraak
- 7 november 2023
- Datum publicatie
- 2 januari 2024
- Zaaknummer
- C/05/427353 / KG RK 23-833
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Strafrecht overig
- Procedure
- VerschoningVerschoningEen rechter trekt zich zelf terug uit een zaak, omdat zijn onpartijdigheid in het geding kan komen.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBGEL:2023:7125
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Kennis genomen van door OvJ ingebrachte stukken die geen deel uitmaken van dossier. Objectieve toets. Verschoningsverzoek toegewezen.
Uitspraak
beslissing
RECHTBANK GELDERLAND, locatie Arnhem
Verschoningskamer
zaaknummer: C/05/427353 / KG RK 23-833
Beslissing van 7 november 2023
van de meervoudige verschoningskamer van de rechtbank op het verzoek van
mrs. T.P.E.E. van Groeningen, H.C. Leemreize en M.W.R. Koch,
rechters in deze rechtbank
hierna te noemen: de rechters.
in hun hoedanigheid van leden van de meervoudige strafkamer in de zaken met parketnummers: [nummers] tussen het [… 1] en [verdachten] (hierna: verdachten).
1 De procedure
De rechters hebben op 6 november 2023 een verschoningsverzoek ingediend. Een afschrift van het verzoek zal tegelijk met het afschrift van deze beslissing aan de belanghebbenden worden verzonden.
2 Het verschoningsverzoek
De rechters hebben aan het verschoningsverzoek - kort gezegd - het volgende ten grondslag gelegd. Tijdens de zitting van 6 november 2023 is gebleken dat de rechtbank onbedoeld kennis heeft gekregen van een aantal documenten met daarin een grote hoeveelheid informatie. Het ging onder meer om chatgesprekken. Deze stukken zijn door de officier van justitie aangemerkt als vertrouwelijk. Zij maken geen deel uit van het dossier en kunnen niet alsnog worden gevoegd. Er is hiermee sprake van een inbreuk op het beginsel van interne openbaarheid. De rechters zijn niet van oordeel dat dit de subjectieve partijdigheid in gevaar brengt maar achten dit wel grond voor een gerechtvaardigde vrees dat de onpartijdigheid gevaar kan lopen. De verdediging heeft immers geen zicht op de informatie die de rechtbank zo tot zich heeft kunnen nemen. Daarbij speelt mee dat onderdeel van de bewijsvraag lijkt te zijn in hoeverre de verdachten kennis hadden (of hadden moeten hebben) van criminele activiteiten die met behulp van de door hen geboden applicatie werden gepleegd. Voor hen is daarom ook niet duidelijk in hoeverre de kennis van de chatgesprekken en de andere bestanden bijdragen aan (de overtuiging met betrekking tot) het bewijs.
3 De beoordeling
Op grond van feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden, kan elk van de rechters die een zaak behandelen verzoeken zich te mogen verschonen.
Bij de beoordeling van een verschoningsverzoek dient uitgangspunt te zijn dat de rechter uit hoofde van zijn aanstelling moet worden vermoed onpartijdig te zijn, tenzij zich een uitzonderlijke omstandigheid voordoet, die een zwaarwegende aanwijzing oplevert voor het oordeel dat een rechter jegens een partij bij een geding een vooringenomenheid koestert (de subjectieve toets). Daarnaast kan er onder omstandigheden reden zijn voor verschoning als, geheel los van de persoonlijke opstelling van de betrokken rechter, de bij een partij bestaande vrees voor onpartijdigheid van die rechter objectief gerechtvaardigd is, waarbij rekening moet worden gehouden met de uiterlijke schijn (de objectieve toets). Het subjectieve oordeel van een partij is niet doorslaggevend.
De verschoningskamer stelt voorop dat de rechters niet hebben aangevoerd dat zij van oordeel zijn dat zij door de voor verschoning aangevoerde grond de zaak niet meer onpartijdig zouden kunnen behandelen. De verschoningskamer ziet daar ook geen aanwijzingen voor.
De door de rechters aangevoerde omstandigheden, kunnen de schijn van partijdigheid van de rechters in het leven roepen. De verschoningskamer ziet in de aangevoerde omstandigheden, rekening houdend met de eerder genoemde uiterlijke schijn, een grond voor verschoning. Het verschoningsverzoek zal daarom worden toegewezen.
4 De beslissing
De verschoningskamer van de rechtbank wijst het verzoek tot verschoning van
mrs. T.P.E.E. van Groeningen, H.C. Leemreize en M.W.R. Koch toe, en verstaat dat in de zaak een andere meervoudige strafkamer zal worden samengesteld en aangewezen.
|
Deze beslissing is gegeven door mr. K. van Vlimmeren-van Ommen, voorzitter, mr. M.J.P. Heijmans en mr. A.F. Germs-de Goede, leden, in tegenwoordigheid van de griffier [… 2] en in het openbaar uitgesproken op 7 november 2023. de griffier de voorzitter |
||
Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.