Strafrecht overig

Wrakingsverzoek afgewezen. De gang van zaken ter zitting geeft geen blijk van een vooringenomenheid of…

Rechtbank Gelderland, 25 oktober 2018

Zaakgegevens

Op 25 oktober 2018 heeft de Rechtbank Gelderland uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Rechtbank Gelderland
Zittingsplaats
Arnhem
Datum uitspraak
25 oktober 2018
Datum publicatie
31 oktober 2018
Zaaknummer
C/05/343555 KG RK 18-871
Procedure
Wraking
ECLI
ECLI:NL:RBGEL:2018:4663
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Wrakingsverzoek afgewezen. De gang van zaken ter zitting geeft geen blijk van een vooringenomenheid of partijdigheid van de rechter.

Uitspraak

beslissing

RECHTBANK ARNHEM

Wrakingskamer

Zaaknummer: C/05/343555 KG RK 18-871

Beslissing van 25 oktober 2018

van de meervoudige wrakingskamer van de rechtbank op het verzoek van

[verzoekster] ,

wonende te [woonplaats] ,

hierna te noemen: verzoekster, strekkende tot de wraking van

mr. [rechter] ,

rechter in deze rechtbank, hierna te noemen: de rechter.

1 De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit het schriftelijke wrakingsverzoek van 30 september 2018, ontvangen op 2 oktober 2018.

2 Het wrakingsverzoek

2.1

Het verzoek strekt tot wraking van de rechter in de zaak met nummer
C/05/339143/ JE RK 18/820 inzake de Raad voor de Kinderbescherming betreffende [betrokkene] en als belanghebbenden verzoekster (moeder) en

[naam] (vader).

2.2.

Verzoekster heeft blijkens haar schriftelijke verzoek, het volgende aan haar verzoek ten grondslag gelegd. De rechter liet de opvangouders van [betrokkene] bij de besloten zitting aanwezig zijn, ondanks dat daartegen bezwaar was gemaakt. Ook was iemand van Jeugdzorg bij de besloten zitting aanwezig. Zij deed alsof ze samen met de dame die namens de Raad voor de Kinderbescherming aanwezig was, één partij was. De rechter liet dit toe. Als laatste punt voert verzoekster aan dat de rechter niet inhoudelijk van de zaak op de hoogte was en enkel afgaat op onwaarheden van haar ketenpartners.

3 De beoordeling

3.1.

Het wrakingsverzoek is blijkens de schriftelijke stukken bekend geworden bij de rechter op

3 oktober 2018. Op 2 oktober 2018 had de rechter in de hoofdzaak al een einduitspraak gedaan. De wet voorziet echter niet in de mogelijkheid van wraking nadat einduitspraak is gedaan in de zaak van verzoeker. Om die reden kan verzoeker niet in het wrakingsverzoek worden ontvangen. Voor een behandeling van het verzoek ter terechtzitting bestaat geen reden. Het in de wet opgenomen recht op een mondelinge behandeling is door de wetgever bedoeld voor het debat over de gegrondheid van het verzoek, maar aan dat debat wordt gezien het vorenstaande niet toegekomen.

4. De beslissing

De wrakingskamer verklaart verzoekster (kennelijk) niet-ontvankelijk in haar verzoek tot wraking.

Deze beslissing is gegeven door de mrs. H.P.M. Kester-Bik, M.J. van Lee en J.R. Veerman
in tegenwoordigheid van de griffier mr. H.L. Miedema en in openbaar uitgesprokenop
25 oktober 2018.

de griffier de voorzitter

Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.