Civiel recht overig
Het is vast beleid van de sector kanton van deze rechtbank om het doen van schenkingen ten laste van het…
Rechtbank Groningen, 24 juni 2010
ECLI:NL:RBGRO:2010:BO2535 · Rechtbank Groningen · 24 juni 2010
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-groningen/civiel-recht/civiel-recht-overig/eerste-aanleg-enkelvoudig/ecli-nl-rbgro-2010-bo2535
Zaakgegevens
Op 24 juni 2010 heeft de Rechtbank Groningen in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Rechtbank GroningenRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 24 juni 2010
- Datum publicatie
- 5 april 2013
- Zaaknummer
- 463218 BM VERZ 10-2500
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudigEnkelvoudige kamerDe zaak is behandeld door één rechter.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBGRO:2010:BO2535
Samenvatting
Het is vast beleid van de sector kanton van deze rechtbank om het doen van schenkingen ten laste van het vermogen van de rechthebbende in het belang van die rechthebbende niet toe te staan, tenzij wordt aangetoond dat al vóór de instelling van het meerderjarigenbewind het gebruik bestond tot het regelmatig doen van schenkingen door de rechthebbende zelf.
In bijzondere omstandigheden kan van voormelde hoofdregel worden afgeweken indien de schenking de leefomgeving van de rechthebbende verbetert dan wel indien het belang van de rechthebbende dat anderszins vereist. De sector kanton van deze rechtbank volgt daarmee de door het Landelijk Overleg van Kantonrechters (LOK) gemaakte aanbevelingen op dit gebied, welke dienen ter bescherming van de (vermogensrechtelijke) belangen van onderbewind gestelde personen.
Nu niet voldoende aannemelijk is gemaakt dat er een dergelijke schenkingstraditie bestond en evenmin is gebleken dat de schenking in het belang van de rechthebbende is, dient het verzoek te worden afgewezen. De overige door de verzoekende partij aangevoerde omstandigheden doen aan dat oordeel niet af.
Uitspraak
RECHTBANK GRONINGEN
Sector kanton
Locatie Groningen
Zaak\rolnummer: 463218 BM VERZ 10-2500
Bm.nr:2669
inzake
1. verzoeker sub 1,
2. verzoeker sub 2,
beide wonende te Bedum,
hierna te noemen de verzoekende partij.
PROCESGANG:
Op 22 juni 2010 is ter griffie ingediend door de verzoekende partij, in de hoedanigheid van bewindvoerder over het vermogen van rechthebbende, aangehecht verzoekschrift, strekkende tot het verlenen van een machtiging achteraf voor een schenking van € 40.000,-
RECHTSOVERWEGINGEN:
Het is vast beleid van de sector kanton van deze rechtbank om het doen van schenkingen ten laste van het vermogen van de rechthebbende in het belang van die rechthebbende niet toe te staan, tenzij wordt aangetoond dat al vóór de instelling van het meerderjarigenbewind het gebruik bestond tot het regelmatig doen van schenkingen door de rechthebbende zelf.
In bijzondere omstandigheden kan van voormelde hoofdregel worden afgeweken indien de schenking de leefomgeving van de rechthebbende verbetert dan wel indien het belang van de rechthebbende dat anderszins vereist. De sector kanton van deze rechtbank volgt daarmee de door het Landelijk Overleg van Kantonrechters (LOK) gemaakte aanbevelingen op dit gebied, welke dienen ter bescherming van de (vermogensrechtelijke) belangen van onderbewind gestelde personen.
Nu niet voldoende aannemelijk is gemaakt dat er een dergelijke schenkingstraditie bestond en evenmin is gebleken dat de schenking in het belang van de rechthebbende is, dient het verzoek te worden afgewezen. De overige door de verzoekende partij aangevoerde omstandigheden doen aan dat oordeel niet af.
BESLISSING:
De kantonrechter:
wijst het verzoek af.
bepaalt dat schriftelijke bewijzen van de terugbetaling van het ten onrechte geschonken bedrag bij de eerstvolgende rekening en verantwoording moeten worden overgelegd.
Deze beschikking is gegeven op 24 juni 2010 door mr. F.B. Böttcher, kantonrechter.
typ: bb
coll:
Beschikking verzonden op:
Tegen deze eindbeschikking is hoger beroep mogelijk. Door de verzoeker en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden binnen drie maanden na de dag van de uitspraak; door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking hun op andere wijze bekend is geworden. Het hoger beroep moet worden ingesteld door een advocaat bij het gerechtshof te Leeuwarden.