Burgerlijk procesrecht

Incident vrijwaring toegestaan nu rechtsverhouding met zich kan brengen dat regres mogelijk is.

Rechtbank Limburg, 4 maart 2026

Zaakgegevens

Op 4 maart 2026 heeft de Rechtbank Limburg in een bodemzaak uitspraak gedaan in een zaak over burgerlijk procesrecht.

Instantie
Rechtbank Limburg
Zittingsplaats
Maastricht
Datum uitspraak
4 maart 2026
Datum publicatie
23 februari 2026
Zaaknummer
11909843 CV EXPL 25-3988
Procedure
Bodemzaak
ECLI
ECLI:NL:RBLIM:2026:1786
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Incident vrijwaring toegestaan nu rechtsverhouding met zich kan brengen dat regres mogelijk is.

Uitspraak

RECHTBANK LIMBURG

Civiel recht

Kantonrechter

Zittingsplaats Maastricht

Zaaknummer: 11909843 \ CV EXPL 25-3988

Vonnis in incident (bij vervroeging) van 4 maart 2026

in de zaak van

BUDGET THUIS B.V., h.o.d.n. BudgetEnergie,

te Amsterdam,

eisende partij in de hoofdzaak,

verwerende partij in het incident,

hierna te noemen: BudgetEnergie,

gemachtigde: YARDS Deurwaardersdiensten B.V.,

tegen

[de klant] ,

te [plaats] ,

gedaagde partij in de hoofdzaak,

eisende partij in het incident,

hierna te noemen: [de klant] ,

gemachtigde: mr. K. Hoeveler.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding met producties 1 t/m 6

- de incidentele conclusie houdende oproeping in vrijwaring met producties 1 en 2

- de incidentele conclusie van antwoord.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald in het incident.

2 Het geschil

in de hoofdzaak

2.1.

Budgetenergie heeft op grond van een online gesloten energieovereenkomst met ingang van 3 januari 2023 tot 22 juli 2023 energie geleverd aan [de klant] . Budgetenergie stelt dat [de klant] in verzuim is haar facturen te betalen en vordert - samengevat – dat de kantonrechter bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad zal bepalen dat [de klant] aan Budgetenergie dient te betalen:

  • een bedrag van € 2.270,52 aan hoofdsom;

  • de wettelijke rente vanaf 21 augustus 2025, zijnde € 1.766,81;

  • de kosten van de procedure te vermeerderen met de wettelijke rente.

in het incident

2.2.

[de klant] vordert dat haar wordt toegestaan om haar ex-partner [de ex-partner] (hierna: [de ex-partner] ) in vrijwaring op te roepen. [de klant] voert daartoe aan dat zij sedert 1 juli 2021 in gemeenschap van goederen is gehuwd met [de ex-partner] . Op [datum] 2024 is er een echtscheidingsprocedure geëntameerd, deze werd op 11 april 2024 ingeschreven in het huwelijksgoederenregister. Door BudgetEnergie is energie geleverd op het (voormalige) gemeenschappelijke adres van [de klant] en [de ex-partner] . [de ex-partner] heeft gedurende de door BudgetEnergie gestelde periode (eveneens) in het gehuurde verbleven. Nu [de klant] en [de ex-partner] ten tijde van de levering van energie in gemeenschap van goederen waren gehuwd, stelt [de klant] dat [de ex-partner] eveneens aansprakelijk is voor de schulden die tijdens de gemeenschap zijn ontstaan.

2.3.

BudgetEnergie ziet geen aanleiding voor het oproepen van [de ex-partner] , nu sprake is geweest van een gemeenschappelijke huishouding en energieleverantie behoort tot de normale kosten van een gezamenlijke huishouding. Indien [de klant] meent dat zij dient te worden gecompenseerd, staat het haar vrij om [de ex-partner] aan de spreken middels een separate procedure. BudgetEnergie refereert zich aan het oordeel van de kantonrechter.

3 De beoordeling in het incident

3.1.

Gelet op de door [de klant] aangevoerde gronden voor de oproeping in vrijwaring van [de ex-partner] , is naar het oordeel van de kantonrechter voldoende aannemelijk dat de rechtsverhouding tussen [de klant] enerzijds en [de ex-partner] anderzijds met zich mee kan brengen dat [de ex-partner] gehouden zal zijn om [de klant] vrij te houden van de nadelige gevolgen van een (deel van de) eventuele veroordeling in deze (hoofd)zaak. Dat is voor toewijzing van de vordering in het incident voldoende.

3.2.

De kantonrechter is derhalve van oordeel dat de incidentele vordering moet worden toegewezen.

3.3.

Naar het oordeel van de kantonrechter kan in het incident geen van partijen als de in het ongelijk gestelde partij worden beschouwd. Daarom zullen de proceskosten worden gecompenseerd in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.

4 De beslissing

De kantonrechter

in het incident

4.1.

staat toe dat [de ex-partner] door [de klant] worden gedagvaard tegen de terechtzitting van 1 april 2026,

4.2.

compenseert de kosten van het incident tussen partijen, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt,

in de hoofdzaak

4.3.

bepaalt dat de zaak weer op de rol zal komen van 1 april 2026 voor conclusie van antwoord alsmede opgave verhinderdata van beide partijen voor een mogelijk te bepalen mondelinge behandeling over de periode april tot en met augustus 2026,

4.4.

houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit vonnis is gewezen door mr. Otto en in het openbaar uitgesproken.