Civiel recht overig
Erfrecht. Voorschot salaris vereffenaar. Art. 4:206 BW. Verzoeker heeft aannemelijk gemaakt dat de boedel…
Rechtbank Limburg, 28 oktober 2021
ECLI:NL:RBLIM:2021:8243 · Rechtbank Limburg · 28 oktober 2021
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-limburg/civiel-recht/civiel-recht-overig/beschikking/ecli-nl-rblim-2021-8243
Zaakgegevens
Op 28 oktober 2021 heeft de Rechtbank Limburg uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Rechtbank LimburgRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Maastricht
- Datum uitspraak
- 28 oktober 2021
- Datum publicatie
- 3 november 2021
- Zaaknummer
- 9339366 EZ VERZ 21-158
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- BeschikkingBeschikkingEen beslissing van de rechter in een zaak die met een verzoekschrift is begonnen, zoals een echtscheiding of faillissement.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBLIM:2021:8243
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Erfrecht. Voorschot salaris vereffenaar. Art. 4:206 BW. Verzoeker heeft aannemelijk gemaakt dat de boedel toereikend is en dat er nog geruime tijd met het onderzoek naar de erfgenamen van een overleden erfgenaam van de erflaatster en met het onderzoek naar een aantal door erfgenamen ter verificatie ingediende vorderingen gemoeid zal zijn.
Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
Zittingsplaats Maastricht
Burgerlijk recht / Kantonrechter
Zaaknr: 9339366 EZ VERZ 21-158
Beschikking van 28 oktober 2021
inzake
[verzoeker] ,
kantoor houdend te [vestigingsplaats] ,
verzoeker, in zijn hoedanigheid van vereffenaar van de nalatenschap van
[erflaatster] ,
gemachtigde mr. J. van der Wende.
1 Het verloop van de procedure
Op 14 juli 2021 is een verzoekschrift met bijlagen ter griffie ontvangen.
Vervolgens is beschikking bepaald waarvan de uitspraak is gesteld op heden.
2 De beoordeling
Uit de processtukken blijkt het volgende:
- op [overlijdensdatum 1] is te [overlijdensplaats 1] [erflaatster] (verder: de erflaatster) laatstelijk wonend te [woonplaats] , overleden
- de erflaatster was enig erfgenaam van de nalatenschap van de op [overlijdensdatum 2] te Aken (Duitsland) overleden [erflater]
- uit de verklaring van erfrecht van 13 februari 2006 van notaris [naam notaris] te Landgraaf (productie 5 in dossier met nummer 9261370 \ EZ VERZ 21-96 volgt dat [de legitimaris] (verder: de legitimaris) de zoon van [erflater] is en dat de legitimaris door tussenkomst van [naam] bij brief van 14 juli 2004 bij de erflaatster en bij Notariskantoor [naam notaris] een beroep op zijn legitieme portie op de nalatenschap van [erflater] heeft gedaan en uit dien hoofde een vordering in geld heeft op de erflaatster
- een aantal erfgenamen van de erflaatster hebben de nalatenschap van de erflaatster beneficiair en een aantal erfgenamen hebben de nalatenschap van de erflaatster zuiver aanvaard. Twee erfgenamen van de erflaatster hebben nog geen keuze ter zake de nalatenschap van de erflaatster uitgebracht
- bij beschikking van deze rechtbank van 1 juli 2020 is verzoeker tot vereffenaar van de nalatenschap van de erflaatster benoemd
- de tot de nalatenschap behorende onroerende zaak is verkocht en de overwaarde daarvan is op de boedelrekening gestort
- de activa van de nalatenschap bedragen per 14 juli 2021 € 152.678,79 en de passiva, exclusief de betwiste vorderingen en de (eventuele) vordering van de legitimaris
€ 80.191,07.
Verzoeker vraagt een voorschot aan salaris voor zichzelf en voor zijn kantoorgenoten die aan de vereffening van deze nalatenschap hebben gewerkt. Dat verzoek kan worden ingewilligd aangezien verzoeker aannemelijk heeft gemaakt dat de boedel daartoe toereikend is en dat er nog geruime tijd met het onderzoek naar de erfgenamen van een overleden erfgenaam van de erflaatster en met het onderzoek naar een aantal door erfgenamen ter verificatie ingediende vorderingen gemoeid zal zijn. De kantonrechter merkt daarbij op dat in de berekening van verzoeker de door hem bestede uren in 2020 zijn verwisseld met die in 2021. Na correctie van voormelde verwisseling zal de kantonrechter het voorschot van verzoeker en zijn kantoorgenoten aan salaris vanaf 30 juni 2020 (het moment waarop verzoeker door deze rechtbank werd benaderd) tot en met 3 juni 2021 overeenkomstig het Recofatarief vaststellen op € 30.817,53 inclusief btw.
Uit de aangeleverde stukken, in het bijzonder uit dossier 9261370 EZ VERZ 21-96, volgt dat er nog geen duidelijk zicht is op de vordering van de legitimaris, welke vordering volgens verzoeker mogelijk verjaard is, en welk onderzoek verzoeker ter zake (nog) heeft verricht. Aangezien de legitimaris een schuldeiser in de onderwerpelijke nalatenschap is en diens vordering invloed heeft op de hoogte van de passiva van de nalatenschap, krijgt verzoeker, teneinde de voortgang van de vereffening te kunnen bewaken, de aanwijzing
ex art. 4:210 BW om binnen drie maanden na heden een financieel verslag, waarin tevens het resultaat van het onderzoek naar de (eventueel verjaarde) vordering van de legitimaris staat vermeld, aan te leveren.
3 De beslissing
De kantonrechter
stelt het voorschot aan salaris van verzoeker en zijn kantoorgenoten vanaf
30 juni 2020 tot en met 6 juni 2021 vast op € 30.817,53 inclusief btw,
geeft verzoeker de aanwijzing om binnen drie maanden na heden een financieel verslag, waarin tevens het resultaat van het onderzoek naar de vordering van de legitimaris staat vermeld, aan te leveren,
wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is gegeven door mr. R.P.J. Quaedackers, kantonrechter, en is in aanwezigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken.
type: TY