Civiel recht overig

Afwijzing verzoek extra beloning bewindvoerder, nu onvoldoende is gemotiveerd dat sprake is van…

Rechtbank Limburg, 8 april 2024

Zaakgegevens

Op 8 april 2024 heeft de Rechtbank Limburg uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.

Instantie
Rechtbank Limburg
Zittingsplaats
Roermond
Datum uitspraak
8 april 2024
Datum publicatie
22 januari 2025
Zaaknummer
toezichtnummer: NL:TZ:0000221889:B001, CBM-nummer:
Procedure
Beschikking
ECLI
ECLI:NL:RBLIM:2024:10207
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Afwijzing verzoek extra beloning bewindvoerder, nu onvoldoende is gemotiveerd dat sprake is van uitzonderlijke omstandigheden.

Uitspraak

RECHTBANK LIMBURG

Toezicht

Locatie Roermond

toezichtnummer

:

NL:TZ:0000221889:B001

CBM-nummer

:

BM397552

beschikkingsnummer

:

002

datum

:

8 april 2024

Beschikking van de kantonrechter


op verzoek van:

[verzoeker] ,

handelend onder de naam [handelsnaam]
[correspondentieadres]
Kamer van Koophandel-nummer [KvK-nummer]

hierna te noemen: verzoeker,


met betrekking tot:

[betrokkene] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1956,
wonende te [adres] , [woonplaats] ,
hierna te noemen: betrokkene.

Procedure

De kantonrechter heeft kennisgenomen van het verzoek (met bijlagen), ontvangen op 22 maart 2024.

De kantonrechter heeft op grond van de ontvangen informatie afgezien van een mondelinge behandeling.

Beoordeling

Verzoeker, die de bewindvoerder is van betrokkene, vraagt om toekenning om 2 extra uren vast te stellen conform artikel 3 lid 6 van de Regeling beloning curatoren, bewindvoerders en mentoren.

Verzoeker licht het verzoek als volgt toe:
“Op 20 maart 2024 heeft er een hoorzitting plaatsgevonden waarin 4 afzonderlijke bezwaren zijn behandeld. Het bespreken en indienen van de bezwaren beschouwen wij als reguliere werkzaamheden. Het toelichten van de bezwaren daarentegen niet. Hierbij verzoeken wij u eerbiedig 2 uren met inbegrip van de reiskosten naar redelijkheid toe te kennen. ”

De kantonrechter is van oordeel dat onvoldoende is gebleken dat ten aanzien van de door de bewindvoerder verrichte werkzaamheden sprake is van dermate uitzonderlijke omstandigheden dat die werkzaamheden een extra vergoeding rechtvaardigen. Immers heeft de wetgever in de toelichting bij de Regeling beloning curatoren, bewindvoerders en mentoren als volgt overwogen: 'Met deze regeling wordt beoogd het overgrote deel van de gevallen van curatele, bewind en mentorschap te bestrijken. Niet uit te sluiten is echter dat zich uitzonderlijke omstandigheden voordoen, waarop deze regeling niet onverkort kan worden toegepast. De kantonrechter wordt daarom de ruimte gelaten om vanwege uitzonderlijke omstandigheden in het specifieke geval de beloning van de vertegenwoordiger op andere wijze vast te stellen. (...) Naar aanleiding van reacties op de conceptregeling is de formulering gewijzigd van ‘bijzondere omstandigheden’ in ‘uitzonderlijke omstandigheden’, om te benadrukken dat niet te snel mag worden aangenomen dat van de regeling kan worden afgeweken. Indien zich uitzonderlijke omstandigheden voordoen, kan de kantonrechter door deze ingebouwde ‘noodklep’ bijvoorbeeld een hogere beloning toekennen dan door deze regeling wordt voorgeschreven.'

Het indienen van een bezwaar, en vervolgens (moeten) bijwonen van een (hoor)zitting is zonder nadere toelichting, die ontbreekt, niet aan te merken als een uitzonderlijke omstandigheid waarvoor gebruik moet worden gemaakt van de ‘noodklep’. De bewindvoerder voert aan dat hij het indienen van een bezwaar beschouwt als reguliere werkzaamheden, maar het toelichten van bezwaren niet. De bewindvoerder miskent hiermee het toetsingskader. Het gaat immers niet om de vraag of iets tot reguliere of niet-reguliere werkzaamheden behoren, maar om de vraag of sprake is van een uitzonderlijke situatie als bedoeld in de Regeling, waarbij de lat, zoals blijkt uit de toelichting, hoog ligt.

De kantonrechter zal het verzoek dan ook afwijzen.

Beslissing

De kantonrechter wijst het verzoek af.

Deze beschikking is gegeven door mr. G.M. Drenth, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 8 april 2024.

de griffier, de kantonrechter,

Tegen deze beschikking kan -uitsluitend door tussenkomst van een advocaat- hoger beroep worden ingesteld bij het Gerechtshof 's-Hertogenbosch:
a. door de verzoeker en degenen aan wie een afschrift van deze beschikking (digitaal) is verstrekt of verzonden binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
b. door andere belanghebbenden binnen drie maanden na betekening daarvan of nadat deze beschikking hun op andere wijze bekend is geworden.