Civiel recht overig
Mentor vraagt machtiging om haar, naast de gebruikelijke vergoeding voor haar werkzaamheden, een extra…
Rechtbank Limburg, 24 juli 2013
ECLI:NL:RBLIM:2013:8066 · Rechtbank Limburg · 24 juli 2013
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-limburg/civiel-recht/civiel-recht-overig/eerste-aanleg-enkelvoudig/ecli-nl-rblim-2013-8066
Zaakgegevens
Op 24 juli 2013 heeft de Rechtbank Limburg in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Rechtbank LimburgRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Maastricht
- Datum uitspraak
- 24 juli 2013
- Datum publicatie
- 25 oktober 2013
- Zaaknummer
- 510524 OV VERZ 13-360
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudigEnkelvoudige kamerDe zaak is behandeld door één rechter.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBLIM:2013:8066
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Mentor vraagt machtiging om haar, naast de gebruikelijke vergoeding voor haar werkzaamheden, een extra vergoeding toe te kennen voor werkzaamheden in de periode waarin de betrokkene vermist was.
De kantonrechter weigert de gevraagde machtiging te verlenen omdat de werkzaamheden met betrekking tot de vermissing van betrokkene niet geacht kunnen worden inherent te zijn aan het mentorschap.
Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
Zittingsplaats Maastricht
Toezicht
Zaaknr: 510524 OV VERZ 13-360
MBnr: 34725
Typ: DL/MR
Beschikking van 24 juli 2013
op verzoek van:
[verzoekster],
kantoorhoudend te [adres 1],
verder te noemen: verzoekster,
in de hoedanigheid van (voormalig) mentor van:
[betrokkene],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum],
thans wonend te [adres 2],
verder te noemen: betrokkene.
verloop van de procedure
Door verzoekster is een verzoekschrift ingediend, dat is ontvangen op 21 januari 2013.
beoordeling
Verzoekster vraagt om naast de gebruikelijke vergoeding voor haar werkzaamheden als
mentor een extra vergoeding toe te kennen in verband met extra werkzaamheden in de
periode van 14 december 2012 tot 17 januari 2013 waarin betrokkene vermist was.
De mentor heeft in deze periode overleg gepleegd met diverse instellingen ad 41 uur à
€ 35,--, derhalve totaal voor een bedrag van € 1.394,--.
De kantonrechter is van oordeel dat de kosten betreffende de vermissing van betrokkene niet voor vergoeding in aanmerking komen.
De kantonrechter merkt in dit verband op dat de door de bewindvoerder verrichte
werkzaamheden met betrekking tot de vermissing van betrokkene niet geacht kunnen worden inherent te zijn aan het mentorschap. Dit klemt te meer nu vast staat dat er diverse
professionele instanties, die gespecialiseerd zijn in dit soort zaken, bij de opsporing
betrokken waren. Hoewel de hulp die de mentor in deze heeft verleend zeker van waarde zal zijn geweest voor deze instanties, kan het naar het oordeel van de kantonrechter niet dat deze hulp wordt vertaald in een geldelijke vergoeding. Hulp verlenen in dergelijke gevallen is immers iets wat ieder ”goed burger” zou doen en is niet exclusief verweven met het
mentorschap.
De kantonrechter zal het verzoek dan ook afwijzen.
beslissing
De kantonrechter wijst het verzoek af.
Deze beschikking is gegeven en in het openbaar uitgesproken door mr. M.T.A.C. Russel, kantonrechter, in aanwezigheid van D.D. Lahaye, griffier.