Civiel recht overig
De beschermingsbewindvoerder wil een nieuwe auto kopen. Hij vraagt op de voet van artikel 441 BW machtiging…
Rechtbank Limburg, 11 juli 2013
ECLI:NL:RBLIM:2013:8067 · Rechtbank Limburg · 11 juli 2013
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-limburg/civiel-recht/civiel-recht-overig/eerste-aanleg-enkelvoudig/ecli-nl-rblim-2013-8067
Zaakgegevens
Op 11 juli 2013 heeft de Rechtbank Limburg in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Rechtbank LimburgRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Maastricht
- Datum uitspraak
- 11 juli 2013
- Datum publicatie
- 25 oktober 2013
- Zaaknummer
- 2120476 RV VERZ 13-4241
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudigEnkelvoudige kamerDe zaak is behandeld door één rechter.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBLIM:2013:8067
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
De beschermingsbewindvoerder wil een nieuwe auto kopen. Hij vraagt op de voet van artikel 441 BW machtiging om groot deel van de aanschafprijs van de nieuwe auto te mogen financieren met spaargelden van de rechthebbende.
De kantonrechter weigert de gevraagde machtiging te verlenen omdat met de opname van de spaargelden (mede) wordt beoogd het vermogen van de rechthebbende te verlagen, zodat rechthebbende later minder eigen AWBZ-bijdrage verschuldigd is. De kantonrechter wenst aan constructies die het oogmerk hebben (komende) regelgeving te ontgaan en wel de lusten te genieten maar niet de lasten te dragen van ons stelsel voor sociale zorgverlening, niet mee te werken.
Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
Zittingsplaats Maastricht
Toezicht
Zaaknr: 2120476 RV VERZ 13-4241
BMnr: 32943
Typ: DL
Beschikking van 11 juli 2013
op verzoek van:
[verzoeker],
wonend te [adres 1],
verder te noemen: verzoeker,
in de hoedanigheid van bewindvoerder over alle goederen die (zullen) toebehoren aan:
[rechthebbende],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum],
wonend in [naam] te [adres 2],
verder te noemen: rechthebbende.
1 Het verzoek
Bij het op 25 juni 2013 ingekomen verzoekschrift heeft de bewindvoerder machtiging
verzocht om ten behoeve van de aanschaf van een auto door de bewindvoerder de
aanschafprijs daarvan met een deel van het spaartegoed van rechthebbende te bekostigen (ongeveer € 7.000,- a € 9.000,-).
2 De overwegingen en de beoordeling
De kantonrechter overweegt het volgende.
De bewindvoerder heeft in zijn verzoek gesteld dat de overheid de eigen bijdrage die verschuldigd is vanwege het verblijf in een AWBZ-instelling vermogensafhankelijk heeft gemaakt en dat dat ertoe leidt dat rechthebbende op jaarbasis € 2.000,- meer dient af te
dragen aan eigen bijdrage. De bewindvoerder heeft aangegeven dat - als gevolg van deze hogere eigen bijdrage - het spaarsaldo van rechthebbende over 5 jaar € 10.000,-- lager is dan nu. De bewindvoerder heeft daarom naar eventuele mogelijkheden gezocht om het vermogen van rechthebbende te verminderen, zodat zij uiteindelijk minder eigen bijdrage hoeft te
betalen. Bovendien heeft bewindvoerder gesteld dat het gebruik van deze auto voor 90% ten behoeve van rechthebbende is.
De AWBZ is in Nederland een verplichte, collectieve ziektekostenverzekering voor niet individueel verzekerbare ziektekostenrisico's. Verzekerd voor de AWBZ zijn
ingezetenen van Nederland en niet-ingezetenen van Nederland die bepaalde inkomsten in Nederland genieten. De AWBZ is één van de zogenoemde verplichte volksverzekeringen.
In zijn verzoek vraagt de bewindvoerder de kantonrechter in feite om met de
eventuele inwilliging van dat verzoek de werking van de nieuwe AWBZ-wetgeving te
frustreren door opzettelijk het eigen vermogen van rechthebbende te (laten) verlagen. Op termijn zou dit dan tot een verlaging van de eigen bijdrage voor rechthebbende (kunnen) leiden. De kantonrechter kan deze grond of achterliggende gedachte voor het verzoek niet accepteren omdat hij daarmee deelgenoot wordt in het opzetten van constructies die het oogmerk hebben (komende) regelgeving te ontgaan en wel de lusten te genieten maar niet de lasten te dragen van ons stelsel voor sociale zorgverlening. Het is de kantonrechter bekend dat de hoge eigen AWBZ-bijdrage door velen als onrechtvaardig wordt ervaren, maar dat leidt niet tot een ander oordeel. Voorts gaat de kantonrechter aan de stelling dat het gebruik voor 90% ten behoeve van rechthebbende is voorbij, nu de bewindvoerder verzuimd heeft aan te geven op wier naam de auto komt te staan en bovendien niet kan worden beoordeeld in hoeverre de beoogd(e) eigena(a)r(en) van de auto gebruik za(u)l(len) maken. Daarnaast geldt, dat de bekostiging door rechthebbende van de door de bewindvoerder aan te schaffen auto in feite zou neerkomen op een schenking, waarvoor eveneens geen machtiging wordt verleend, nu een schenkingstraditie ontbreekt. Het verzoek zal daarom worden afgewezen en de gevraagde machtiging geweigerd.
3 Beschikkende
De kantonrechter wijst de gevraagde machtiging af.
Deze beschikking is gegeven door mr. M.E.M.W. Nuijts, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken door mr. M.T.A.C. Russel, kantonrechter, in aanwezigheid van D.D. Lahaye, griffier.