Civiel recht overig
Recht vervallen, wettelijke rente vanaf respectieve vervaldatum.
Rechtbank Limburg, 26 augustus 2020
ECLI:NL:RBLIM:2020:6407 · Rechtbank Limburg · 26 augustus 2020
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-limburg/civiel-recht/civiel-recht-overig/eerste-aanleg-enkelvoudig/ecli-nl-rblim-2020-6407
Zaakgegevens
Op 26 augustus 2020 heeft de Rechtbank Limburg in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Rechtbank LimburgRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Maastricht
- Datum uitspraak
- 26 augustus 2020
- Datum publicatie
- 28 augustus 2020
- Zaaknummer
- 8608210 \ CV EXPL 20-3019
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudigEnkelvoudige kamerDe zaak is behandeld door één rechter.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBLIM:2020:6407
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Recht vervallen, wettelijke rente vanaf respectieve vervaldatum.
Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
Burgerlijk recht
Zittingsplaats Maastricht
Zaaknummer: 8608210 \ CV EXPL 20-3019
Vonnis van de kantonrechter van 26 augustus 2020
in de zaak van:
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
PUNCTUA EN PARTNERS B.V.,
gevestigd Raadhuisplein 10,
6436 BW Amstenrade, gemeente Beekdaelen,
eisende partij,
gemachtigde mr. L.N. Hermans,
tegen:
[gedaagde partij] h.o.d.n. [handelsnaam],
zaakdoende [adres] ,
[adres] ,
gedaagde partij,
procederende in persoon.
1 De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding
- het verzoek om uitstel van gedaagde partij.
Ten slotte is vonnis bepaald.
2 De beoordeling
Gedaagde partij heeft, na verkregen uitstel niet meer geantwoord. De vordering van eisende partij staat daarom als niet weersproken tussen partijen vast en behoort als onvoldoende betwist te worden toegewezen met dien verstande dat de gevorderde wettelijke rente zal worden toegewezen over de onderliggende facturen vanaf de respectieve vervaldata van die onderliggende facturen.
Gedaagde partij zal worden veroordeeld in de kosten van de procedure. De kosten aan de zijde van eisende partij worden begroot op:
-
dagvaarding € 87,99
-
griffierecht € 499,00
-
salaris gemachtigde € 300,00 (1 x tarief € 300,00)
totaal € 886,99
De gevorderde rente over de proceskosten zal worden toegewezen met ingang van de vijftiende dag na betekening van dit vonnis.
3 De beslissing
De kantonrechter
veroordeelt gedaagde partij om aan eisende partij tegen behoorlijk bewijs van kwijting te betalen een bedrag van € 6.040,93, vermeerderd met de wettelijke rente over de onderliggende facturen vanaf de respectievelijke vervaldata van de facturen tot de dag van volledige betaling,
veroordeelt gedaagde partij in de kosten van de procedure aan de zijde van eisende partij gevallen en aan die zijde tot op heden begroot op een bedrag van € 886,99, vermeerderd met de wettelijke rente met ingang van de vijftiende dag na betekening van dit vonnis tot de dag van volledige betaling,
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. R.H.J. Otto en in het openbaar uitgesproken.
type: JEC