Civiel recht overig

Incident vrijwaring toestaan.

Rechtbank Limburg, 21 oktober 2020

Zaakgegevens

Op 21 oktober 2020 heeft de Rechtbank Limburg in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.

Instantie
Rechtbank Limburg
Zittingsplaats
Maastricht
Datum uitspraak
21 oktober 2020
Datum publicatie
26 oktober 2020
Zaaknummer
C/03/280675 / HA ZA 20-387
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI
ECLI:NL:RBLIM:2020:8222
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Incident vrijwaring toestaan.

Procesgang

  1. Rechtbank Limburg · 21 oktober 2020deze uitspraak

    ECLI:NL:RBLIM:2020:8222

  2. Rechtbank Limburg · 9 februari 2022

    ECLI:NL:RBLIM:2022:1094
  3. Rechtbank Limburg · 31 augustus 2022

    ECLI:NL:RBLIM:2022:6750

Uitspraak

[afbeelding niet beschikbaar] [afbeelding niet beschikbaar]vonnis

RECHTBANK LIMBURG

Burgerlijk recht

Zittingsplaats Maastricht

zaaknummer / rolnummer: C/03/280675 / HA ZA 20-387

Vonnis in incident bij vervroeging van 21 oktober 2020

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

BLM WEGENBOUW B.V.,

gevestigd te Wessem, gemeente Maasgouw,

eiseres in de hoofdzaak,

verweerster in het incident,

advocaat mr. C.M. van der Corput,

tegen

1. de publiekrechtelijke rechtspersoon

GEMEENTE VOERENDAAL,

zetelend te Voerendaal,

2. de publiekrechtelijke rechtspersoon

GEMEENTE SIMPELVELD,

zetelend te Simpelveld,

gedaagden in de hoofdzaak,

eiseressen in het incident,

advocaat mr. H.A.J. Stollenwerck.

Partijen zullen hierna BLM en de Gemeenten genoemd worden.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • de dagvaarding met producties 1 t/m 12

  • de incidentele conclusie tot oproeping in vrijwaring met producties 1 t/m 3

  • de incidentele conclusie van antwoord.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald in het incident.

2 De beoordeling in het incident

2.1.

BLM vordert voor zover hier van belang de Gemeenten hoofdelijk te veroordelen tot betaling van een bedrag van in totaal € 216.661,37, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente vanaf de dag der dagvaarding. Tussen partijen is een geschil ontstaan over de afwikkeling van de overeenkomst van aanneming.

2.2.

De Gemeenten vorderen dat hen wordt toegestaan Haskoning DHV Nederland B.V. (hierna: Haskoning) in vrijwaring op te roepen. De Gemeenten hebben de begeleiding bij de aanbestedingsprocedure, de gunning, het opmaken van de overeenkomst van aanneming en het toezicht tijdens het werk uitbesteed aan Haskoning. De Gemeenten stellen dat Haskoning fouten heeft gemaakt die lijden tot schadeplichtigheid.

2.3.

BLM refereert zich aan het oordeel van de rechtbank.

2.4.

De rechtbank is van oordeel dat de incidentele vordering moet worden toegewezen, nu de aangevoerde en niet weersproken gronden die vordering kunnen dragen.

2.5.

De rechtbank zal de beslissing omtrent de kosten van het incident aanhouden, totdat in de hoofdzaak zal worden beslist.

3 De beslissing

De rechtbank

in het incident

3.1.

staat toe dat Haskoning DHV Nederland B.V. door de Gemeenten worden gedagvaard tegen de terechtzitting van 2 december 2020,

3.2.

houdt de beslissing omtrent de kosten van het incident aan,

in de hoofdzaak

3.3.

bepaalt dat de zaak weer op de rol zal komen van 2 december 2020 voor conclusie van antwoord.

Dit vonnis is gewezen door mr. J.R. Sijmonsma en in het openbaar uitgesproken.

type: AH coll: