Civiel recht overig

voegingsincident toegestaan

Rechtbank Limburg, 21 oktober 2020

Zaakgegevens

Op 21 oktober 2020 heeft de Rechtbank Limburg in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.

Instantie
Rechtbank Limburg
Zittingsplaats
Maastricht
Datum uitspraak
21 oktober 2020
Datum publicatie
26 oktober 2020
Zaaknummer
C/03/281628 / HA ZA 20-425
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI
ECLI:NL:RBLIM:2020:8227
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

voegingsincident toegestaan

Uitspraak

[afbeelding niet beschikbaar] [afbeelding niet beschikbaar]vonnis

RECHTBANK LIMBURG

Burgerlijk recht

Zittingsplaats Maastricht

zaaknummer / rolnummer: C/03/281628 / HA ZA 20-425

Vonnis in incident van 21 oktober 2020

in de zaak van

[eiseres in de hoofdzaak, eiseres in het incident] ,

wonend te [woonplaats 1] ,

eiseres in de hoofdzaak,

eiseres in het incident,

advocaat mr. M.J. Drost,

tegen

[gedaagde in de hoofdzaak, verweerder in het incident] ,

wonend te [woonplaats 2] ,

gedaagde in de hoofdzaak,

verweerder in het incident,

advocaat mr. E. van Haasteren.

Partijen zullen hierna [eiseres in de hoofdzaak, eiseres in het incident] en [gedaagde in de hoofdzaak, verweerder in het incident] genoemd worden.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • de dagvaarding tevens houdende de incidentele vordering tot voeging met producties
    1 t/m 9

  • het B3-formulier waarop is vermeld dat [gedaagde in de hoofdzaak, verweerder in het incident] geen verweer voert tegen voeging van zaken.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald in het incident.

2 De beoordeling in het incident

2.1.

[eiseres in de hoofdzaak, eiseres in het incident] vordert dat de hoofdzaak wordt gevoegd met de bij deze rechtbank aanhangige zaken met de zaaknummers / rolnummers C/03/281302 / HA ZA 20-410 en C/03/281626 / HA ZA 20-424. [gedaagde in de hoofdzaak, verweerder in het incident] voert geen verweer tegen de voeging van zaken.

2.2.

De rechtbank is van oordeel dat de zaken nauw met elkaar samenhangen en de procedures verknocht zijn. De incidentele vordering zal derhalve worden toegewezen, nu de aangevoerde en niet weersproken gronden die vordering kunnen dragen.

2.3.

Naar het oordeel van de rechtbank kan in het incident geen van partijen als de in het ongelijk gestelde partij worden beschouwd. Daarom zullen de proceskosten worden gecompenseerd in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.

3 De beslissing

De rechtbank

in het incident

3.1.

voegt de hoofdzaak met de bij deze rechtbank aanhangige zaken met zaaknummers / rolnummers C/03/281302 / HA ZA 20-410 en C/03/281626 / HA ZA 20-424,

3.2.

compenseert de kosten van het incident tussen partijen, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt,

in de hoofdzaak

3.3.

bepaalt dat de zaak weer op de rol zal komen van 2 december 2020 voor conclusie van antwoord.

Dit vonnis is gewezen door mr. J.R. Sijmonsma en in het openbaar uitgesproken.

type: AH coll: