Civiel recht overig

Rechtbank Limburg · Eerste aanleg - enkelvoudig · Civiel recht overig

Rechtbank Limburg, 17 maart 2021

Zaakgegevens

Op 17 maart 2021 heeft de Rechtbank Limburg in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.

Instantie
Rechtbank Limburg
Zittingsplaats
Maastricht
Datum uitspraak
17 maart 2021
Datum publicatie
22 maart 2021
Zaaknummer
C/03/284868 / HA ZA 20-567
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI
ECLI:NL:RBLIM:2021:2495
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Vrijwaring toegewezen

Procesgang

  1. Rechtbank Limburg · 17 maart 2021deze uitspraak

    ECLI:NL:RBLIM:2021:2495

  2. Rechtbank Limburg · 13 juli 2022

    ECLI:NL:RBLIM:2022:5517

Uitspraak

[afbeelding niet beschikbaar] [afbeelding niet beschikbaar]vonnis

RECHTBANK LIMBURG

Burgerlijk recht

Zittingsplaats Maastricht

zaaknummer / rolnummer: C/03/284868 / HA ZA 20-567

Vonnis in incident bij vervroeging van 17 maart 2021

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

SLF GROUP HOLDING B.V.,

gevestigd en kantoorhoudend te Hoensbroek, gemeente Heerlen,

eiseres in de hoofdzaak,

verweerster in het incident,

advocaat mr. F.H.C. Aarts,

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

MAURAN TRADING B.V.,

gevestigd en kantoorhoudend te Brunssum,

gedaagde in de hoofdzaak,

eiseres in het incident,

advocaat mr. J.S. de Gram.

Partijen zullen hierna SLF en Mauran genoemd worden.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • de dagvaarding met producties 1 t/m 10,

  • het B2-formulier waarbij Mauran het verstek heeft gezuiverd en mr. De Gram zich op de rol van 6 januari 2021 voor Mauran als advocaat heeft gesteld,

  • de incidentele conclusie tot oproeping in vrijwaring met producties 1 t/m 3,

  • de rolinstructie inhoudende dat het recht van SLF om te concluderen voor antwoord in het incident is vervallen.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald in het incident.

2 De beoordeling in het incident

2.1.

In het exploot van dagvaarding vordert SLF om Mauran onder meer te veroordelen tot betaling van een bedrag van € 59.744,16, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de datum van het intreden van het verzuim. SLF stelt dat Mauran de contractuele boete is verschuldigd, nu zij het financieringsbehoud bij de koop van een onroerende zaak te [plaats] aan de [adres] niet tijdig heeft ingeroepen.

2.2.

Mauran vordert dat haar wordt toegestaan Limited Liability Partnership (LLP) (Verenigd Koninkrijk) Tax6 LLP (hierna: Tax6) kantoorhoudend te Maastricht in vrijwaring op te roepen. Mauran stelt dat Tax6, als financieel adviseur, verantwoordelijk was voor de termijnbewaking en het eventueel inroepen van het financieringsvoorbehoud.

2.3.

De rechtbank is van oordeel dat de incidentele vordering moet worden toegewezen, nu de aangevoerde en niet weersproken gronden die vordering kunnen dragen.

2.4.

De rechtbank zal de beslissing omtrent de kosten van het incident aanhouden, totdat in de hoofdzaak zal worden beslist.

3 De beslissing

De rechtbank

in het incident

3.1.

staat toe dat Limited Liability Partnership (LLP) (Verenigd Koninkrijk) Tax6 LLP door Mauran wordt gedagvaard tegen de terechtzitting van 28 april 2021,

3.2.

houdt de beslissing omtrent de kosten van het incident aan,

in de hoofdzaak

3.3.

bepaalt dat de zaak weer op de rol zal komen van 28 april 2021 voor conclusie van antwoord.

Dit vonnis is gewezen door mr. J.R. Sijmonsma en in het openbaar uitgesproken.

type: AH coll: