Civiel recht overig
Rechtbank Limburg · Eerste aanleg - enkelvoudig · Civiel recht overig
Rechtbank Limburg, 31 maart 2021
ECLI:NL:RBLIM:2021:2933 · Rechtbank Limburg · 31 maart 2021
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-limburg/civiel-recht/civiel-recht-overig/eerste-aanleg-enkelvoudig/ecli-nl-rblim-2021-2933
Zaakgegevens
Op 31 maart 2021 heeft de Rechtbank Limburg in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Rechtbank LimburgRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Maastricht
- Datum uitspraak
- 31 maart 2021
- Datum publicatie
- 2 april 2021
- Zaaknummer
- 8864996 \ CV EXPL 20-5554
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudigEnkelvoudige kamerDe zaak is behandeld door één rechter.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBLIM:2021:2933
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Toegewezen als gevorderd
Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
Burgerlijk recht
Zittingsplaats Maastricht
Zaaknummer: 8864996 \ CV EXPL 20-5554
Vonnis van de kantonrechter van 31 maart 2021
in de zaak van:
de naamloze vennootschap
LEASEPLAN NEDERLAND N.V.,
gevestigd te Almere,
eisende partij,
gemachtigde Armaere B.V.,
tegen:
[gedaagde] , h.o.d.n. [handelsnaam],
wonende [adres] ,
[woonplaats] ,
gedaagde partij,
procederende in persoon.
1 De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding
- het verzoek om uitstel van gedaagde partij.
Ten slotte is vonnis bepaald.
2 De beoordeling
Gedaagde partij heeft, na verkregen uitstel niet meer geantwoord. De primaire vordering van eisende partij staat daarom als niet weersproken tussen partijen vast en behoort als onvoldoende betwist te worden toegewezen.
Gedaagde partij zal worden veroordeeld in de kosten van de procedure. De kosten aan de zijde van eisende partij worden begroot op:
-
dagvaarding € 91,46
-
griffierecht € 499,00
-
salaris gemachtigde € 249,00 (1 x tarief € 249,00)
totaal € 839,46
3 De beslissing
De kantonrechter
veroordeelt gedaagde partij om aan eisende partij tegen behoorlijk bewijs van kwijting te betalen een bedrag van € 4.303,56, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente over € 3.498,96 vanaf 3 november 2020 tot de dag van volledige betaling,
veroordeelt gedaagde partij voorts in de kosten van de procedure aan de zijde van eisende partij gevallen en aan die zijde tot op heden begroot op een bedrag van € 839,46,
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. R.H.J. Otto en in het openbaar uitgesproken.
type: JEC