Civiel recht overig
Rvv niet ondertekend antwoord, geen rente op rente
Rechtbank Limburg, 31 maart 2021
ECLI:NL:RBLIM:2021:3192 · Rechtbank Limburg · 31 maart 2021
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-limburg/civiel-recht/civiel-recht-overig/eerste-aanleg-enkelvoudig/ecli-nl-rblim-2021-3192
Zaakgegevens
Op 31 maart 2021 heeft de Rechtbank Limburg in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Rechtbank LimburgRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Maastricht
- Datum uitspraak
- 31 maart 2021
- Datum publicatie
- 12 april 2021
- Zaaknummer
- 8995387 \ CV EXPL 21-545
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudigEnkelvoudige kamerDe zaak is behandeld door één rechter.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBLIM:2021:3192
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Rvv niet ondertekend antwoord, geen rente op rente
Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
Burgerlijk recht
Zittingsplaats: Maastricht
Zaaknummer: 8995387 \ CV EXPL 21-545
Vonnis van de kantonrechter van 31 maart 2021
in de zaak van:
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
ACCON AVM GROEP B.V.,
gevestigd te Arnhem,
eisende partij,
gemachtigde mr. E.J.C.F. Coumans, Accon avm juridisch advies B.V.,
tegen:
1 de vennootschap onder firma
[gedaagde sub 1] ,
gevestigd [adres 1] ,
[vestigingsplaats] ,
2. [gedaagde sub 2] ,
vennoot van gedaagde sub 1,
3. [gedaagde sub 3] ,
vennoot van gedaagde sub 1,
beide wonende [adres 2] ,
[woonplaats] ,
gedaagde partij,
in rechte verschenen.
1 De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding
- het verzoek om uitstel van gedaagde partij.
Ten slotte is vonnis bepaald.
2 De beoordeling
Voor zover de vordering strekt tot vergoeding van rente op rente zal deze worden afgewezen, nu gesteld noch anderszins gebleken is dat zulks in afwijking van artikel 6:119 lid 2 BW is bedongen.
De gevorderde rente over de buitengerechtelijke kosten zal worden toegewezen vanaf de dag van de dagvaarding, aangezien niet is gesteld of gebleken dat de wederpartij voor de vergoeding van deze kosten eerder dan bij dagvaarding in gebreke is gesteld.
De gevorderde rente over de proceskosten zal worden toegewezen met ingang van de vijftiende dag na betekening van dit vonnis.
Gedaagde partij heeft, na verkregen uitstel niet meer geantwoord.
De vordering van eisende partij staat voor het overige als niet weersproken tussen partijen vast en behoort als onvoldoende betwist te worden toegewezen.
Gedaagde partij zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de kosten van deze procedure. De kosten aan de zijde van eisende partij worden begroot op:
-
dagvaarding: € 90,67
-
griffierecht: € 507,00
-
salaris gemachtigde: € 218,00 (1 x tarief € 218,00)
Totaal € 815,67
3 De beslissing
De kantonrechter
veroordeelt gedaagde partij om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan eisende partij te betalen een bedrag van € 3.100,97, vermeerderd met de wettelijke rente over € 2.500,00 vanaf de datum van opeisbaarheid tot de dag van volledige betaling, tevens vermeerderd met de wettelijke rente over € 375,00 (bik) vanaf 20 januari 2021 tot de dag van volledige betaling,
veroordeelt gedaagde partij in de proceskosten aan de zijde van eisende partij, tot op heden begroot op € 815,67, vermeerderd met de wettelijke rente met ingang van de vijftiende dag na betekening van dit vonnis tot de dag van volledige betaling,
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,
wijst af het meer of anders gevorderde.
Dit vonnis is gewezen door mr. R.H.J. Otto en in het openbaar uitgesproken.