Civiel recht overig

Erfrecht. Opheffing vereffening. Art. 4:209 BW. Kantoorkosten niet gespecificeerd noch met bescheiden…

Rechtbank Limburg, 28 oktober 2021

Zaakgegevens

Op 28 oktober 2021 heeft de Rechtbank Limburg in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.

Instantie
Rechtbank Limburg
Zittingsplaats
Maastricht
Datum uitspraak
28 oktober 2021
Datum publicatie
3 november 2021
Zaaknummer
9393322 EZ VERZ 21-177
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI
ECLI:NL:RBLIM:2021:8241
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Erfrecht. Opheffing vereffening. Art. 4:209 BW. Kantoorkosten niet gespecificeerd noch met bescheiden gestaafd onderbouwd.

Uitspraak

RECHTBANK LIMBURG

Zittingsplaats Maastricht

Burgerlijk recht / Kantonrechter

Zaaknr: 9393322 \ EZ VERZ 21-177

Beschikking van 28 oktober 2021

inzake

MR. MAARTEN VAN DER MEULEN en MANON VAN BEZOUW,

kantoor houdend te 5240 AG Rosmalen,

verzoekers, in hun hoedanigheid van vereffenaar van de nalatenschap van

[erflater] ,

gemachtigde mr. J. van der Wende.

1 Het verloop van de procedure

1.1.

Op 16 augustus 2021 is een verzoekschrift met bijlagen ter griffie van deze rechtbank ontvangen.

1.2.

Vervolgens is beschikking bepaald waarvan de uitspraak is gesteld op heden.

2 Het verzoek

2.1.

Verzoekers vragen:

  1. het loon van de vereffenaar vast te stellen op € 5.485,09 zijnde € 6.636,96 inclusief BTW, althans een door de kantonrechter in goede justitie te bepalen bedrag

  2. de vereffeningskosten vast te stellen op € 7.540,99 bestaande uit € 6.636,96 aan loon en € 904,03 aan kosten, althans een door de kantonrechter in goede justitie te bepalen bedrag

  3. de opheffing van de vereffening van de nalatenschap van de erflater te bevelen

  4. te bevelen dat de opheffing van de vereffening uitsluitend (kosteloos) dient te worden gepubliceerd in de digitale Staatscourant

  5. te bevelen dat het aan de indiening van dit verzoekschrift verbonden griffierecht ten laste komt van de Staat.

3 De beoordeling

3.1.

Uit de processtukken blijkt het volgende:

- op [overlijdensdatum] is te [overlijdensplaats] [erflater] (verder: de erflater), laatstelijk wonende te [woonplaats] , overleden

- bij beschikking van deze rechtbank van 9 december 2019 zijn verzoekers tot vereffenaar van de nalatenschap van de erflater benoemd

- de vereffening van de nalatenschap van de erflater is voltooid.

3.2.

Een verzoek tot opheffing van een vereffening kan - onder meer - worden ingewilligd indien de vereffeningskosten hoger zijn dan de activa van de nalatenschap. Daarvan is sprake. Dat betekent dat de verzoeken A t/m D kunnen worden ingewilligd met dien verstande dat de kantonrechter het salaris van verzoekers en hun kantoorgenoten vanaf 9 december 2019 tot en met de afwikkeling overeenkomstig het Recofa-tarief, inclusief twee uur voor de afwikkeling, zal vaststellen op € 6.636,96 inclusief btw en de vereffeningskosten (die volgens productie 3 reeds zijn voldaan) op € 638,55. De post “Kantoorkosten 4% over salaris” van € 265,48 is niet gespecificeerd noch met bescheiden gestaafd onderbouwd en zal worden afgewezen.

3.3.

Het onder E verzochte behoeft geen verdere beoordeling aangezien er voor het onderwerpelijke verzoekschrift geen griffierecht is geheven. Op verzoek van verzoekers en om proceseconomische redenen heeft geen mondelinge behandeling van het verzoekschrift plaatsgevonden.

4 De beslissing

De kantonrechter

4.1.

beveelt de opheffing van de vereffening van de nalatenschap van

[erflater] ,

4.2.

stelt het vereffenaarsloon van verzoekers en hun kantoorgenoten, vanaf 9 december 2019 tot en met de afwikkeling, inclusief twee uur voor de afwikkeling, vast op € 6.636,96 inclusief btw,

4.3.

stelt het totaal aan vereffeningskosten vast op € 7.275,51 bestaande uit € 6.636,96 inclusief btw aan loon en € 638,55 aan (reeds betaalde) kosten,

4.4.

gelast verzoekers, in hun hoedanigheid van vereffenaar van voormelde nalatenschap, om de opheffing van deze vereffening bekend te maken in de kosteloze (digitale) Nederlandse Staatscourant,

4.5.

gelast de griffier om deze beschikking in het boedelregister in te schrijven,

4.6.

wijst af het meer of anders verzochte.

Deze beschikking is gegeven door mr. R.P.J. Quaedackers, kantonrechter, en is in het aanwezigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken.

YT