Civiel recht overig

Nakoming geldleningsovereenkomst.

Rechtbank Limburg, 2 februari 2022

Zaakgegevens

Op 2 februari 2022 heeft de Rechtbank Limburg in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.

Instantie
Rechtbank Limburg
Zittingsplaats
Maastricht
Datum uitspraak
2 februari 2022
Datum publicatie
3 februari 2022
Zaaknummer
9594943 \ CV EXPL 21-5850
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI
ECLI:NL:RBLIM:2022:815
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Nakoming geldleningsovereenkomst.

Uitspraak

RECHTBANK LIMBURG

Burgerlijk recht

Zittingsplaats Maastricht

Zaaknummer: 9594943 \ CV EXPL 21-5850

Vonnis van de kantonrechter van 2 februari 2022

in de zaak van:

[eiser] ,

wonende te [woonplaats 1] ,

eisende partij,

gemachtigde nl.legal LLP,

tegen:

1 [gedaagde sub 1] ,
wonende [adres] ,
[woonplaats 2] ,

2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
[gedaagde sub 2],
kantoorhoudende [adres] ,
[vestigingsplaats] ,

3. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
[gedaagde sub 3],
kantoorhoudende [adres] ,
[vestigingsplaats] ,

gedaagde partij,

procederende in persoon.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding

- de conclusie van antwoord.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De beoordeling

2.1.

Uit het antwoord van gedaagde partij is de kantonrechter gebleken dat de vordering van eisende partij niet althans onvoldoende wordt betwist. De vordering dient daarom te worden toegewezen met dien verstande dat over de buitengerechtelijke incassokosten de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW zal worden toegewezen in plaats van de gevorderde contractuele rente.

2.2.

Gedaagde partij zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de kosten van deze procedure. De kosten aan de zijde van eisende partij worden begroot op:

  • dagvaarding € 139,67

  • griffierecht € 507,00

  • salaris gemachtigde € 498,00 (1 x tarief € 498,00)

totaal € 1.144,67

3 De beslissing

De kantonrechter

3.1.

veroordeelt gedaagde partij hoofdelijk om aan eisende partij tegen behoorlijk bewijs van kwijting te betalen een bedrag van € 24.939,31, te vermeerderen met de contractuele rente van 10% per maand over € 23.833,31 vanaf 10 december 2021 en met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over € 1.179,75 vanaf 9 december 2021, een en ander tot de dag van volledige betaling,

3.2.

veroordeelt gedaagde partij hoofdelijk in de kosten van de procedure aan de zijde van eisende partij gevallen en aan die zijde tot op heden begroot op een bedrag van € 1.144,67,

3.3.

veroordeelt gedaagde partij hoofdelijk onder de voorwaarde dat deze niet binnen twee weken na aanschrijving door eisende partij volledig aan dit vonnis voldoet, in de na dit vonnis ontstane kosten, begroot op:

- € 124,00 aan salaris gemachtigde,

- te vermeerderen, indien betekening van het vonnis heeft plaatsgevonden, met de explootkosten van betekening van het vonnis,

3.4.

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,

3.5.

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. E.V.L. Heuts en in het openbaar uitgesproken.

type: JEC