Civiel recht overig
Op de als incident voorgebrachte vordering wordt niet apart beslist, maar gelijk met de beslissingen in de…
Rechtbank Limburg, 1 februari 2023
ECLI:NL:RBLIM:2023:1095 · Rechtbank Limburg · 1 februari 2023
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-limburg/civiel-recht/civiel-recht-overig/eerste-aanleg-enkelvoudig/ecli-nl-rblim-2023-1095
Zaakgegevens
Op 1 februari 2023 heeft de Rechtbank Limburg in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Rechtbank LimburgRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Maastricht
- Datum uitspraak
- 1 februari 2023
- Datum publicatie
- 13 februari 2023
- Zaaknummer
- C/03/311293 / HA ZA 22-502
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudigEnkelvoudige kamerDe zaak is behandeld door één rechter.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBLIM:2023:1095
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Op de als incident voorgebrachte vordering wordt niet apart beslist, maar gelijk met de beslissingen in de hoofdzaak.
Procesgang
Rechtbank Limburg · 1 februari 2023deze uitspraak
ECLI:NL:RBLIM:2023:1095
Rechtbank Limburg · 20 september 2023
ECLI:NL:RBLIM:2023:5700Rechtbank Limburg · 17 juli 2024
ECLI:NL:RBLIM:2024:5325Rechtbank Limburg · 16 april 2025
ECLI:NL:RBLIM:2025:11815
Uitspraak
[afbeelding niet beschikbaar] [afbeelding niet beschikbaar]vonnis
RECHTBANK LIMBURG
Burgerlijk recht
Zittingsplaats Maastricht
zaaknummer / rolnummer: C/03/311293 / HA ZA 22-502
Vonnis van 1 februari 2023
in de zaak van
[eiseres] ,
wonende te [woonplaats 1] ,
eiseres in conventie in de hoofdzaak,
verweerster in reconventie in de hoofdzaak,
verweerster in het incident,
advocaat mr. A.J.L.J. Pfeil te Beek,
tegen
[gedaagde] ,
wonende te [woonplaats 2] ,
gedaagde in conventie in de hoofdzaak,
eiser in reconventie in de hoofdzaak,
eiser in het incident,
advocaat mr. W.J. van der Kroon te Zoetermeer.
Partijen zullen hierna [eiseres] en [gedaagde] genoemd worden.
1 De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
-
de dagvaarding,
-
de conclusie van antwoord in conventie en conclusie van antwoord in reconventie tevens houdende een incidentele vordering,
-
de incidentele conclusie van antwoord.
Ten slotte is vonnis bij vervroeging bepaald op heden.
2 De beoordeling
[gedaagde] vordert bij wijze van incidentele vordering dat [eiseres] wordt veroordeeld om ‘ter zake de vereffening binnen twee weken na afgifte van het in deze procedure te wijzen incidentele vonnis rekening en verantwoording af te leggen vanaf datum overlijden erflater (2 maart 2015) tot heden, met onderbouwende verificatoire bescheiden’, waarbij [gedaagde] enkele bescheiden noemt die (in ieder geval) zouden moeten worden overgelegd.
De rolrechter heeft de zaak vervolgens verwezen naar de rol voor conclusie van antwoord in het incident aan de zijde van [eiseres] . Deze heeft vervolgens inhoudelijk verweer gevoerd tegen het gevorderde.
Naar het oordeel van de rechtbank is de als incident voorgebrachte vordering zozeer verweven met hetgeen door partijen overigens wordt gevorderd, dat niet de noodzaak
bestaat om daarop eerst en apart te beslissen en evenmin dat dit – op dit moment - dienend is. Daarom zal op de als incident voorgebrachte vordering niet nu worden beslist, maar gelijk met de beslissingen in de hoofdzaak.
De zaak zal worden verwezen naar de rol voor conclusie van antwoord in reconventie aan de zijde van [eiseres] en voor opgave van verhinderdata voor het plannen van een mondelinge behandeling aan de zijde van beide partijen. In de conclusie van antwoord in reconventie hoeft [eiseres] uiteraard niet meer in te gaan op de incidentele vordering, aangezien zij dat al deed in de al genomen conclusie van antwoord in het incident.
De rechtbank zal de beslissing omtrent de kosten van het incident aanhouden, totdat in de hoofdzaak zal worden beslist.
3 De beslissing
De rechtbank
bepaalt dat de zaak weer op de rol zal komen van 15 maart 2023 voor conclusie van antwoord in reconventie en opgave verhinderdata aan de zijde van beide partijen over de periode juni tot en met december 2023,
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit vonnis is gewezen door mr. B.R.M. de Bruijn en in het openbaar uitgesproken op
1 februari 2023.