Civiel recht overig

bijzondere overeenkomst; huurrecht; woonruimte ontbinding/ontruiming

Rechtbank Limburg, 1 november 2023

Zaakgegevens

Op 1 november 2023 heeft de Rechtbank Limburg in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.

Instantie
Rechtbank Limburg
Zittingsplaats
Maastricht
Datum uitspraak
1 november 2023
Datum publicatie
3 november 2023
Zaaknummer
10561086 \ CV EXPL 23-2515
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI
ECLI:NL:RBLIM:2023:6406
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

bijzondere overeenkomst; huurrecht; woonruimte ontbinding/ontruiming

Uitspraak

RECHTBANK LIMBURG

Burgerlijk recht

Zittingsplaats Maastricht

Zaaknummer: 10561086 \ CV EXPL 23-2515

Vonnis van de kantonrechter van 1 november 2023

in de zaak van:

STICHTING WELLER WONEN,

gevestigd te Heerlen,

eisende partij,

gemachtigde Agin Otten Gerechtsdeurwaarders,

tegen:

[gedaagde] ,

wonend [adres] ,

[woonplaats] ,

gedaagde partij,

gemachtigde Alcander.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding

- het antwoord van gedaagde partij

- de mondelinge behandeling op 24 oktober 2023, waarvan proces verbaal is opgemaakt.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De beoordeling

2.1.

Uit het antwoord van gedaagde partij en de behandeling ter zitting is de kantonrechter gebleken dat de vordering van eisende partij niet wordt betwist. De vordering dient daarom te worden toegewezen. De ontstane achterstand rechtvaardigt de gevorderde ontbinding van de huurovereenkomst en de ontruiming van het gehuurde.

2.2.

Gedaagde partij zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de kosten van deze procedure. De kosten aan de zijde van eisende partij worden begroot op:

  • dagvaarding € 129,85

  • griffierecht € 487,00

  • salaris gemachtigde € 464,00

totaal € ?1.080,85???

3 De beslissing

De kantonrechter

3.1.

ontbindt de bestaande huurovereenkomst met betrekking tot het gehuurde, staande en gelegen te [woonplaats] aan de [adres] ,

3.2.

veroordeelt gedaagde partij, om binnen twee weken na betekening van dit vonnis het gehuurde met personen en zaken te ontruimen en met afgifte van de sleutels ter vrije beschikking van eisende partij te stellen,

3.3.

veroordeelt gedaagde partij voorts om aan eisende partij tegen behoorlijk bewijs van kwijting te voldoen de somma van € 3.511,20 (zijnde het totaal van een bedrag van € 2.997,28 aan huurachterstand tot en met juni 2023 en een bedrag van € 513,92 aan buitengerechtelijke incassokosten), te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf 12 juni 2023 tot de dag van volledige betaling,

3.4.

veroordeelt gedaagde partij om aan eisende partij te betalen een vergoeding gelijk aan de huurprijs van € 646,04 voor elke ingegane maand met ingang van 1 juli 2023 tot en met de maand waarin gedaagde partij het gehuurde heeft ontruimd,

3.5.

veroordeelt gedaagde partij voorts in de kosten van de procedure aan de zijde van eisende partij gevallen en aan die zijde tot op heden begroot op een bedrag van €? 1.080,85?, ??

3.6.

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,

3.7.

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. R.H.J. Otto en in het openbaar uitgesproken.