Civiel recht overig

Vonnis verwijzing kanton ivm consumentenkoop

Rechtbank Limburg, 3 april 2024

Zaakgegevens

Op 3 april 2024 heeft de Rechtbank Limburg in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.

Instantie
Rechtbank Limburg
Zittingsplaats
Maastricht
Datum uitspraak
3 april 2024
Datum publicatie
8 april 2024
Zaaknummer
C/03/327775 / HA ZA 24-90
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI
ECLI:NL:RBLIM:2024:1686
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Vonnis verwijzing kanton ivm consumentenkoop

Uitspraak

[afbeelding niet beschikbaar] [afbeelding niet beschikbaar]vonnis

RECHTBANK LIMBURG

Burgerlijk recht

Zittingsplaats Maastricht

zaaknummer / rolnummer: C/03/327775 / HA ZA 24-90

Vonnis bij vervroeging van 3 april 2024

in de zaak van

[eiser] ,

wonend te [woonplaats] ,

eiser,

advocaat mr. R.L.H. Hambuckers,

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

CARSTORE TILBURG B.V.,

gevestigd te Tilburg,

gedaagde,

advocaat voorheen mr. J. Evers, thans mr. L. Isenborghs

Partijen zullen hierna [eiser] en CST genoemd worden.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • de rolbeslissing van 6 maart 2024

  • de aktes uitlating zijdens beide partijen.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De beoordeling

2.1.

Bij rolbeschikking van 6 maart 2024 heeft de rechtbank partijen in de gelegenheid gesteld zich uit te laten over de vraag of sprake is van vorderingen betreffende een consumentenkoop en dus over de vraag of de kamer voor andere zaken dan kantonzaken bevoegd is om van het geschil kennis te nemen.

2.2.

[eiser] refereert zich aan het oordeel van de rechtbank.

2.3.

CST kan zich verenigen met het voornemen om de zaak te verwijzen naar de kamer voor kantonzaken.

2.4.

Nu niet is betwist dat in onderhavige zaak sprake is van een consumentenkoop, zal de rechtbank, gelet op het bepaalde in artikel 93 aanhef en onder c Rv, de zaak in de staat en stand waarin deze zich bevindt verwijzen naar de kamer voor kantonzaken van deze rechtbank.

3 De beslissing

De rechtbank

3.1.

verwijst de zaak in de stand waarin deze zich bevindt naar de rolzitting van de kamer voor kantonzaken van deze rechtbank, locatie Maastricht, op woensdag 1 mei 2024 om 10.00 uur voor conclusie van antwoord,

3.2.

wijst partijen erop dat zij in het vervolg van de procedure niet meer vertegenwoordigd hoeven te worden door een advocaat, maar ook persoonlijk of bij gemachtigde kunnen verschijnen,

3.3.

wijst partijen erop dat het in deze procedure geheven griffierecht ingevolge art. 8 lid 4 WGBZ zal worden verlaagd en dat het teveel betaalde griffierecht door de griffier zal worden teruggestort.

Dit vonnis is gewezen door mr. B.R.M. de Bruijn en in het openbaar uitgesproken.

type: AH coll: