Civiel recht overig

Bijzondere overeenkomst; koop en ruil; consumentenkoop

Rechtbank Limburg, 24 april 2024

Zaakgegevens

Op 24 april 2024 heeft de Rechtbank Limburg in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.

Instantie
Rechtbank Limburg
Zittingsplaats
Maastricht
Datum uitspraak
24 april 2024
Datum publicatie
26 april 2024
Zaaknummer
10675503 \ CV EXPL 23-3729
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI
ECLI:NL:RBLIM:2024:2116
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Bijzondere overeenkomst; koop en ruil; consumentenkoop

Uitspraak

RECHTBANK LIMBURG

Civiel recht

Kantonrechter

Zittingsplaats Maastricht

Zaaknummer: 10675503 \ CV EXPL 23-3729

Vonnis van 24 april 2024

in de zaak van

de vennootschap naar buitenlands recht

ALEKTUM CAPITAL V AG,

gevestigd te Zug, Zwitserland,

eisende partij,

hierna te noemen: Alektum,

gemachtigde: Deurwaarderskantoor Van Lith B.V.,

tegen

[gedaagde] ,

wonende [adres] ,

[woonplaats] ,

gedaagde partij,

hierna te noemen: [gedaagde] ,

procederend in persoon.

1 De verdere procedure

1.1.

Het verdere verloop van de procedure blijkt uit:

- het tussenvonnis van 21 februari 2024
- de aantekening van de griffier op de rol van 20 maart 2024 dat [gedaagde] niet heeft gereageerd.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De verdere beoordeling

2.1.

In het tussenvonnis heeft de kantonrechter:

- overwogen voornemens te zijn de betalingsverplichting van [gedaagde] met
25% te verminderen

- [gedaagde] in de gelegenheid gesteld zich over de voorgenomen vernietiging uit

te laten, waarna Alektum in de gelegenheid zal worden gesteld een antwoordakte te nemen.

2.2.

De kantonrechter ziet geen aanleiding om terug te komen van hetgeen in het tussenvonnis is overwogen. [gedaagde] heeft niet gereageerd.

2.3.

Op grond van voorgaande overwegingen zal een bedrag van € 52,46 aan gesanctioneerde hoofdsom worden toegewezen.

2.4.

De gevorderde vervallen wettelijke rente tot 8 augustus 2023 ten bedrage van

€ 1,55 is niet toewijsbaar aangezien deze over een te hoog bedrag is berekend.

2.5.

Alektum maakt aanspraak op de vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. De kantonrechter stelt vast dat het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit) van toepassing is nu het verzuim op/na 1 juli 2012 is ingetreden.

Alektum heeft aan [gedaagde] een aanmaning gestuurd die voldoet aan de eisen van artikel 6:96 lid 6 BW. Het gevorderde bedrag van € 40,00 aan buitengerechtelijke incassokosten komt overeen met het in het Besluit bepaalde tarief en zal worden toegewezen.

2.6.

Uit het voorgaande volgt dat in totaal het volgende bedrag wordt toegewezen:

- gesanctioneerde hoofdsom

€

52,46

- buitengerechtelijke incassokosten

€

40,00

+

totaal

€

92,46

2.7.

De gevorderde wettelijke rente over de gesanctioneerde hoofdsom wordt toegewezen vanaf de dag van dagvaarding (= 8 augustus 2023) tot de dag van volledige voldoening.

2.8.

[gedaagde] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Alektum worden begroot op:

- kosten van de dagvaarding

€

107,84

- griffierecht

€

128,00

- salaris gemachtigde

€

40,00

(1,00 punten × € 40,00)

- nakosten

€

20,00

(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)

Totaal

€

295,84

3 De beslissing

De kantonrechter

3.1.

veroordeelt [gedaagde] om aan Alektum te betalen een bedrag van € 92,46, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over een bedrag van € 52,46, met ingang van 8 augustus 2023, tot de dag van volledige betaling,

3.2.

veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 295,84, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,

3.3.

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,

3.4.

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. E.V.L. Heuts en in het openbaar uitgesproken op 24 april 2024.

type: JEC