Civiel recht overig

Verzekeringsrecht; overige verzekeringsrecht

Rechtbank Limburg, 1 mei 2024

Zaakgegevens

Op 1 mei 2024 heeft de Rechtbank Limburg in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.

Instantie
Rechtbank Limburg
Zittingsplaats
Maastricht
Datum uitspraak
1 mei 2024
Datum publicatie
3 mei 2024
Zaaknummer
10860747 CV EXPL 24-37
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI
ECLI:NL:RBLIM:2024:2283
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Verzekeringsrecht; overige verzekeringsrecht

Uitspraak

RECHTBANK LIMBURG

Zittingsplaats Maastricht

Burgerlijk recht

Zaaknummer: 10860747 CV EXPL 24-37

Vonnis van de kantonrechter van 1 mei 2024

in de zaak van

de publiekrechtelijke rechtspersoon CAK,

gevestigd in Den Haag,

eisende partij,

gemachtigde Syncasso gerechtsdeurwaarders

tegen

[gedaagde] , handelend onder de naam [handelsnaam] , in zijn hoedanigheid van bewindvoerder over de goederen van [naam onderbewindgestelde],

wonend in [woonplaats] aan de [adres]

gedaagde partij,

in persoon procederend.

Partijen worden hierna CAK, [gedaagde] en [naam onderbewindgestelde] genoemd.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • het exploot van dagvaarding d.d. 8 december 2023

  • de conclusie van antwoord

  • de conclusie van repliek, tevens akte vermindering van eis.

1.2.

Hoewel daartoe bij brief van de griffier van 21 februari 2024 in de gelegenheid gesteld, heeft [gedaagde] , bewindvoerder over de goederen van [naam onderbewindgestelde] , geen conclusie van dupliek genomen.

1.3.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

CAK is van rechtswege belast met de vaststelling en inning van eigen bijdragen die verschuldigd zijn voor verblijf in zorginstellingen en voor maatwerkvoorzieningen en/of persoonsgebonden budgetten.

2.2.

CAK heeft in dat kader bij [naam onderbewindgestelde] eigen bijdragen in rekening gebracht door middel van maandelijkse facturen ad € 19,00 per factuur, welke [naam onderbewindgestelde] over de periode december 2020 tot en met december 2022 tot een bedrag van € 437,00 onbetaald gelaten heeft.

3 De vordering

3.1.

Bij exploot vorderde CAK de veroordeling van [gedaagde] (in zijn hoedanigheid van bewindvoerder over de goederen van [naam onderbewindgestelde] ) tot betaling van € 544,67, te vermeerderen met de wettelijke rente over € 437,00 vanaf 8 december 2023 tot aan de dag van voldoening.

Het bedrag van € 544,67 is als volgt opgebouwd:

€ 437,00 hoofdsom (onbetaalde gelaten eigen bijdragen)

€ 28,35 tot 8 december 2023 vervallen wettelijke rente

€ 79,32 vergoeding van buitengerechtelijke kosten inclusief btw.

3.2.

Naar aanleiding van een betaalafspraak heeft [naam onderbewindgestelde] (althans [gedaagde] ) na dagvaarding € 445,96 aan CAK betaald, waarna CAK haar eis bij repliek met dat bedrag heeft verminderd (derhalve tot € 98,71).

4 De beoordeling

4.1.

De vordering is door [gedaagde] erkend en staat daarmee in deze procedure tussen partijen vast. De vordering zoals die na vermindering van eis luidt, zal daarom worden toegewezen.

4.2.

[gedaagde] zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld tot betaling van de proceskosten, aan de zijde van CAK tot de datum van dit vonnis begroot op € 733,49, bestaande uit € 264,00 aan salaris gemachtigde, € 328,00 aan griffierecht en € 130,49 aan explootkosten.

5 De beslissing

De kantonrechter

5.1.

veroordeelt [gedaagde] , in zijn hoedanigheid van bewindvoerder over de goederen van [naam onderbewindgestelde] , om aan CAK € 98,71 te betalen, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 8 december 2023 tot aan de dag van voldoening;

5.2.

veroordeelt [gedaagde] tot betaling van de proceskosten, aan de zijde van CAK tot de datum van dit vonnis begroot op € 733,49;

5.3.

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. R.H.J. Otto en is in het openbaar uitgesproken.

RK