Civiel recht overig

Bijzondere overeenkomst; huurrecht; woonruimte ontbinding/ontruiming

Rechtbank Limburg, 17 januari 2024

Zaakgegevens

Op 17 januari 2024 heeft de Rechtbank Limburg in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.

Instantie
Rechtbank Limburg
Zittingsplaats
Maastricht
Datum uitspraak
17 januari 2024
Datum publicatie
22 januari 2024
Zaaknummer
10802478 \ CV EXPL 23-5049
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI
ECLI:NL:RBLIM:2024:254
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Bijzondere overeenkomst; huurrecht; woonruimte ontbinding/ontruiming

Uitspraak

RECHTBANK LIMBURG

Burgerlijk recht

Zittingsplaats Maastricht

Zaaknummer: 10802478 \ CV EXPL 23-5049

Vonnis van de kantonrechter van 17 januari 2024

in de zaak van:

STICHTING WOONPUNT,

gevestigd te Maastricht,

eisende partij,

gemachtigde Flanderijn,

tegen:

[gedaagde] ,

wonend [adres] ,

[woonplaats] ,

gedaagde partij,

procederende in persoon.

De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding

- het antwoord van gedaagde partij

- de mondelinge behandeling op 9 januari 2024

1.2. Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De beoordeling

2.1.

Gedaagde erkent de ontstane huurachterstand. Deze is na dagvaarden verder toegenomen en rechtvaardigt de gevorderde ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van het gehuurde. De vordering dient daarom te worden toegewezen.

2.2.

Gedaagde partij zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de kosten van deze procedure. De kosten aan de zijde van eisende partij worden begroot op:

  • dagvaarding € 130,49

  • griffierecht € 514,00

  • salaris gemachtigde € 660,00

totaal € ?1.304,49???

3 De beslissing

De kantonrechter

3.1.

ontbindt de bestaande huurovereenkomst met betrekking tot het gehuurde, staande en gelegen te [woonplaats] aan de [adres] ,

3.2.

veroordeelt gedaagde partij, om binnen twee weken na betekening van dit vonnis het gehuurde met personen en zaken te ontruimen en met afgifte van de sleutels ter vrije beschikking van eisende partij te stellen,

3.3.

veroordeelt gedaagde partij voorts om aan eisende partij tegen behoorlijk bewijs van kwijting te voldoen een bedrag van € 4.541,58 aan huurachterstand tot en met oktober 2023, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf 23 oktober 2023 tot de dag van volledige betaling,

3.4.

veroordeelt gedaagde partij om aan eisende partij te betalen een vergoeding gelijk aan de huurprijs van € 557,20 voor elke ingegane maand met ingang van 1 november 2023 tot en met de maand waarin gedaagde partij het gehuurde heeft ontruimd,

3.5.

veroordeelt gedaagde partij om aan eisende partij te betalen een bedrag van € 530,79 aan buitengerechtelijke incassokosten,

3.6.

veroordeelt gedaagde partij voorts in de kosten van de procedure aan de zijde van eisende partij gevallen en aan die zijde tot op heden begroot op een bedrag van € 1.304,49?,

3.7.

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,

3.8.

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. R.H.J. Otto en in het openbaar uitgesproken.