Civiel recht overig

Bijzondere overeenkomst; koop en ruil; consumentenkoop

Rechtbank Limburg, 28 augustus 2024

Zaakgegevens

Op 28 augustus 2024 heeft de Rechtbank Limburg in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.

Instantie
Rechtbank Limburg
Zittingsplaats
Maastricht
Datum uitspraak
28 augustus 2024
Datum publicatie
9 september 2024
Zaaknummer
11075417 \ CV EXPL 24-2155
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI
ECLI:NL:RBLIM:2024:6057
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Bijzondere overeenkomst; koop en ruil; consumentenkoop

Uitspraak

RECHTBANK LIMBURG

Burgerlijk recht

Zittingsplaats Maastricht

Zaaknummer: 11075417 \ CV EXPL 24-2155

Vonnis van de kantonrechter van 28 augustus 2024

in de zaak van:

[eiser] ,

wonend te [woonplaats] ,

eisende partij,

gemachtigde mr. S.X.J. Zuidema,

tegen:

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid EL CABALLO B.V. h.o.d.n. FAST & FURIOUS SCOOTERS,

gevestigd te Alphen aan den Rijn,

gedaagde partij,

vertegenwoordigd door [naam] , mede eigenaar,

.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding

- het antwoord van gedaagde partij

- akte uitlating eisende partij.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De beoordeling

2.1.

Uit de reactie van gedaagde volgt dat zij de vordering erkent en dat zij in contact zou zijn met eiser teneinde een betalingsregeling te treffen. Eiser ontkent zulks echter en persisteert bij diens vorderingen. Nu gedaagde de vorderingen van eisende partij verder niet betwist, dienen deze te worden toegewezen.

2.2.

Gedaagde partij zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de kosten van deze procedure. De kosten aan de zijde van eisende partij worden begroot op:

  • dagvaarding € 139,42

  • griffierecht € 87,00

  • salaris gemachtigde € 357,00 (1,5 x € 238,00)

totaal € 583,42

3 De beslissing

De kantonrechter

3.1.

verklaart voor recht dat de koop op afstand door eisende partij op 31 januari 2024 rechtsgeldig buitengerechtelijk is ontbonden,

3.2.

veroordeelt gedaagde partij om aan eisende partij tegen behoorlijk bewijs van kwijting te betalen een bedrag van € 2.187,35, te vermeerderen met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 14 maart 2024 tot de dag van volledige betaling,

3.3.

veroordeelt gedaagde partij om aan eisende partij tegen behoorlijk bewijs van kwijting te betalen een bedrag van € 328,10 aan buitengerechtelijke incassokosten, te vermeerderen met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 14 maart 2024 tot de dag van volledige betaling,

3.4.

veroordeelt gedaagde partij voorts in de kosten van de procedure aan de zijde van eisende partij gevallen en aan die zijde tot op heden begroot op een bedrag van € 583,42, te vermeerderen met de nakosten ad € 135,00, een en ander voldoen binnen veertien dagen na dagtekening van dit vonnis, en – voor het geval voldoening niet binnen de termijn plaatsvindt – te vermeerderen met de wettelijke rente over de (na)kosten te rekenen vanaf bedoelde termijn voor voldoening.

3.5.

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,

Dit vonnis is gewezen door mr. R.H.J. Otto en in het openbaar uitgesproken.