Civiel recht overig

Deelgeschil. Verweerder heeft een verweerschrift ingediend. Naar aanleiding daarvan trekt verzoeker een dag…

Rechtbank Limburg, 14 augustus 2024

Zaakgegevens

Op 14 augustus 2024 heeft de Rechtbank Limburg in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.

Instantie
Rechtbank Limburg
Zittingsplaats
Roermond
Datum uitspraak
14 augustus 2024
Datum publicatie
1 oktober 2024
Zaaknummer
10943857 \ OV VERZ 24-9
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI
ECLI:NL:RBLIM:2024:6792
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Deelgeschil. Verweerder heeft een verweerschrift ingediend. Naar aanleiding daarvan trekt verzoeker een dag voor de geplande mondelinge zijn verzoek in. Verweerder maakt aanspraak op een proceskostenveroordeling van verzoeker. Verzoeker wordt in de proceskosten van verweerder veroordeeld omdat sprake is van misbruik van procesrecht. Zie ook ECLI:NL:RBLIM:2024:3773.

Uitspraak

RECHTBANK LIMBURG

Civiel recht

Kantonrechter

Zittingsplaats Roermond

Zaaknummer / rekestnummer: 10943857 \ OV VERZ 24-9

Herstelbeschikking van 14 augustus 2024

[verzoeker] ,

wonende te [woonplaats] , gemeente [X] ,

verzoekende partij,

hierna te noemen: verzoeker,

gemachtigde: mr. Y. Abdi,

tegen

ACHMEA SCHADEVERZEKERINGEN N.V.,

statutair gevestigd te Apeldoorn,

verwerende partij,

hierna te noemen: Achmea,

gemachtigde: mr. B.M. Stroetinga.

1 De procedure

1.1.

Bij beschikking van 26 juni 2024 heeft de rechtbank een beslissing over de proceskosten gegeven in bovengenoemde zaak.

1.2.

Bij e-mail van 2 juli 2024 heeft de rechtbank partijen bericht voornemens te zijn om op grond van artikel 31 Rv over te gaan tot ambtshalve herstel van de beschikking van 26 juni 2024, omdat verzoeker ten onrechte niet ontvankelijk was verklaard.

1.3.

Bij e-mail van 2 juli 2024 heeft Achmea de rechtbank bericht tegen dat voornemen geen bezwaar te hebben. Verzoeker heeft geen gebruik gemaakt van de gelegenheid om te reageren op het voornemen van de rechtbank.

2 De beoordeling

2.1.

In rechtsoverweging 2.1. van de beschikking van 26 juni 2024 heeft de rechtbank overwogen dat verzoeker het verzoek had ingetrokken en dat nog enkel een beslissing zal worden genomen over de proceskosten. Verzoeker is daarom onterecht niet ontvankelijk verklaard in zijn verzoeken, waardoor alinea 3.1. uit de beschikking van 26 juni 2024 moet worden geschrapt. Dat betekent ook dat alinea’s 3.2. en 3.3. moeten worden hernummerd naar 3.1. en 3.2.

3 De beslissing

De kantonrechter:

3.1.

bepaalt dat alinea 3.1. (luidende: “verklaart verzoeker niet-ontvankelijk in zijn verzoeken,”) uit de beschikking van 26 juni 2024 moet worden verwijderd en dat alinea’s 3.2 en 3.3. worden hernummerd naar 3.1. en 3.2.,

3.2.

bepaalt dat deze verbetering onder de vermelding van de datum 14 augustus 2024 wordt vermeld op de minuut van de beschikking van 26 juni 2024;

3.3.

gelast elk van partijen, voor zover zij dit niet reeds hebben gedaan, de ontvangen grosse dan wel het ontvangen afschrift van de beschikking van 26 juni 2024 na ontvangst van deze herstelbeschikking aan de griffie van de rechtbank te retourneren.

Deze herstelbeschikking is gegeven door mr. N.H.J. Lafghani en in het openbaar uitgesproken op 14 augustus 2024.

type: SS

coll: