Civiel recht overig

Verbintenissenrecht; verbintenis uit ander bron dan od of ovkmst; overige verbint. uit ander bron

Rechtbank Limburg, 12 februari 2025

Zaakgegevens

Op 12 februari 2025 heeft de Rechtbank Limburg in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.

Instantie
Rechtbank Limburg
Zittingsplaats
Maastricht
Datum uitspraak
12 februari 2025
Datum publicatie
17 februari 2025
Zaaknummer
11319590 CV EXPL 24-4856
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI
ECLI:NL:RBLIM:2025:1459
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Verbintenissenrecht; verbintenis uit ander bron dan od of ovkmst; overige verbint. uit ander bron

Uitspraak

RECHTBANK LIMBURG

Civiel recht

Kantonrechter

Zittingsplaats Maastricht

Zaaknummer: 11319590 CV EXPL 24-4856

Vonnis van 12 februari 2025

in de zaak van

[eiser] ,

te [woonplaats 1] ,

eisende partij,

hierna te noemen: [eiser] ,

gemachtigde: mr. J.L.H. Holthuijsen,

tegen

[gedaagde] , handelend onder de naam [handelsnaam],

wonend te [woonplaats 2] ,

gedaagde partij,

hierna te noemen: [gedaagde] ,

procederend in persoon.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding

- het verzoek om uitstel van [gedaagde] .

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 Het geschil

2.1.

[eiser] vordert veroordeling van [gedaagde] tot betaling van:

- € 6.350,00, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 1 september 2024,

- € 837,93 aan buitengerechtelijke incassokosten, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de dag van dagvaarding,

- de proceskosten en nakosten, vermeerderd met de wettelijke rente.

2.2.

Aan haar vordering legt [eiser] ten grondslag dat tussen partijen een (vaststellings)overeenkomst tot stand is gekomen, waarbij [gedaagde] uiterlijk 31 augustus 2024 een bedrag van € 6.350,00 zou voldoen tegen finale kwijting over en weer. Nu de overeengekomen betalingstermijn is verstreken en betaling is uitgebleven, vordert [eiser] dat [gedaagde] tot nakoming zal worden veroordeeld. [eiser] heeft [gedaagde] meermaals moeten aanschrijven.

3 De beoordeling

3.1.

[gedaagde] heeft na, tot twee keer toe, verkregen uitstel niet meer geantwoord. Er is ook geen verder uitstel verleend omdat geen akkoordverklaring van [eiser] is ontvangen.

3.2.

[gedaagde] heeft de hoofdsom niet weersproken, zodat dit deel van de vordering voor toewijzing gereed ligt.

3.3.

De door het enkele betalingsverzuim verschuldigde wettelijke rente ligt eveneens voor toewijzing gereed.

3.4.

[eiser] heeft voldoende gesteld dat buitengerechtelijke incassokosten zijn gemaakt, zodat deze vordering ook zal worden toegewezen.

3.5.

[gedaagde] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [eiser] worden begroot op:

- kosten van de dagvaarding

€

140,83

- griffierecht

€

248,00

- salaris gemachtigde

€

339,00

(1 punt × € 339,00)

- nakosten

€

135,00

(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)

Totaal

€

862,83

3.6.

De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals hierna vermeld in de beslissing.

4 De beslissing

De kantonrechter

4.1.

veroordeelt [gedaagde] om aan [eiser] te betalen:

- € 6.350,00, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 1 september 2024 tot de dag van volledige betaling,

- € 837,93 aan vergoeding buitengerechtelijke incassokosten, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 17 september 2024 tot de dag van volledige betaling,

4.2.

veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 862,83, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,

4.3.

veroordeelt [gedaagde] tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald,

4.4.

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. R.P.J. Quaedackers en in het openbaar uitgesproken op 12 februari 2025.

NIv