Civiel recht overig
Bijzondere overeenkomst; opdracht; verrichten diensten/werkzaamheden
Rechtbank Limburg, 19 februari 2025
ECLI:NL:RBLIM:2025:1682 · Rechtbank Limburg · 19 februari 2025
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-limburg/civiel-recht/civiel-recht-overig/eerste-aanleg-enkelvoudig/ecli-nl-rblim-2025-1682
Zaakgegevens
Op 19 februari 2025 heeft de Rechtbank Limburg in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Rechtbank LimburgRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Maastricht
- Datum uitspraak
- 19 februari 2025
- Datum publicatie
- 24 februari 2025
- Zaaknummer
- 11316921 \ CV EXPL 24-4815
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudigEnkelvoudige kamerDe zaak is behandeld door één rechter.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBLIM:2025:1682
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Bijzondere overeenkomst; opdracht; verrichten diensten/werkzaamheden
Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Maastricht
Zaaknummer: 11316921 \ CV EXPL 24-4815
Vonnis van 19 februari 2025
in de zaak van
ECO GROEP B.V.,
statutair gevestigd te Nijmegen,
eisende partij,
hierna te noemen: Eco,
gemachtigde: ARAG SE,
tegen
[gedaagde] , handelend onder de naam [handelsnaam],
wonend te [woonplaats] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde] ,
procederend in persoon.
1 De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding
- het verzoek om uitstel van [gedaagde] .
Ten slotte is vonnis bepaald.
2 Het geschil
Eco vordert veroordeling van [gedaagde] tot betaling van € 3.227,08, waarvan
€ 2.712,00 aan hoofdsom, € 118,88 aan vervallen wettelijke handelsrente en
€ 396,20 aan vergoeding buitengerechtelijke incassokosten, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente over € 2.712,00 vanaf de dag van dagvaarding, alsmede veroordeling van [gedaagde] tot betaling van de proceskosten en nakosten.
Aan haar vordering legt Eco ten grondslag dat [gedaagde] met haar een overeenkomst heeft gesloten met betrekking tot het isoleren van een vloer. Ondanks herhaalde aanmaning, is [gedaagde] met de nakoming van zijn betalingsverplichting in gebreke gebleven.
3 De beoordeling
[gedaagde] heeft, na verkregen uitstel niet meer geantwoord. [gedaagde] heeft de hoofdsom niet weersproken, zodat dit deel van de vordering voor toewijzing gereed ligt.
De door het enkele betalingsverzuim verschuldigde wettelijke handelsrente ligt eveneens voor toewijzing gereed.
Eco heeft voldoende onderbouwd dat buitengerechtelijke kosten zijn gemaakt, zodat deze vordering ook zal worden toegewezen.
[gedaagde] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Eco worden begroot op:
|
- kosten van de dagvaarding |
€ |
113,54 |
||
|
- griffierecht |
€ |
496,00 |
||
|
- salaris gemachtigde |
€ |
238,00 |
(1,00 punten × € 238,00) |
|
|
- nakosten |
€ |
119,00 |
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing) |
|
|
Totaal |
€ |
966,54 |
4. De beslissing
De kantonrechter
veroordeelt [gedaagde] om aan Eco te betalen een bedrag van € 3.227,08, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente over € 2.712,00 vanaf 11 september 2024 tot de dag van volledige betaling,
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 966,54, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. R.H.J. Otto en in het openbaar uitgesproken op 19 februari 2025.
CJ