Civiel recht overig

Bijzondere overeenkomst; huurrecht; woonruimte ontbinding/ontruiming

Rechtbank Limburg, 7 mei 2025

Zaakgegevens

Op 7 mei 2025 heeft de Rechtbank Limburg in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.

Instantie
Rechtbank Limburg
Zittingsplaats
Maastricht
Datum uitspraak
7 mei 2025
Datum publicatie
9 mei 2025
Zaaknummer
11604057 \ CV EXPL 25-1438
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI
ECLI:NL:RBLIM:2025:4482
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Bijzondere overeenkomst; huurrecht; woonruimte ontbinding/ontruiming

Uitspraak

RECHTBANK LIMBURG

Burgerlijk recht

Zittingsplaats Maastricht

Zaaknummer: 11604057 \ CV EXPL 25-1438

Vonnis van de kantonrechter van 7 mei 2025

in de zaak van:

Woningstichting Maasvallei Maastricht,

gevestigd te Maastricht,

eisende partij,

gemachtigde Janssen & Janssen c.s. Gerechtsdeurwaarders Eindhoven,

tegen:

[gedaagde] ,

wonend [adres]

[woonplaats] ,

gedaagde partij,

procederende in persoon.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding

- het verzoek om uitstel van gedaagde partij.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De beoordeling

2.1.

Gedaagde partij heeft, na verkregen uitstel niet meer geantwoord. De vordering van eisende partij staat daarom als niet weersproken tussen partijen vast en behoort als onvoldoende betwist te worden toegewezen.

2.2.

Gedaagde partij zal worden veroordeeld in de kosten van de procedure. De kosten aan de zijde van eisende partij worden begroot op:

  • dagvaarding € 146,14

  • griffierecht € 514,00

  • salaris gemachtigde € 271,00

totaal € 931,14

De beslissing

De kantonrechter

2.3.

ontbindt de bestaande huurovereenkomst met betrekking tot het gehuurde, staande en gelegen te [woonplaats] aan de [adres] ,

2.4.

veroordeelt gedaagde partij, om binnen twee weken na betekening van dit vonnis het gehuurde met personen en zaken te ontruimen en met afgifte van de sleutels ter vrije beschikking van eisende partij te stellen,

2.5.

veroordeelt gedaagde partij voorts om aan eisende partij tegen behoorlijk bewijs van kwijting te voldoen de somma van € 4.462,25, ten titel van huur, rente en incassokosten te vermeerderen met de wettelijke rente over een bedrag van € 718,60 vanaf 10 maart 2025 tot de dag van volledige betaling,

2.6.

veroordeelt gedaagde partij om aan eisende partij te betalen een vergoeding gelijk aan de huurprijs van € 723,05 voor elke ingegane maand met ingang van 1 april 2025 tot en met de maand waarin gedaagde partij het gehuurde heeft ontruimd,

2.7.

veroordeelt gedaagde partij voorts in de kosten van de procedure aan de zijde van eisende partij gevallen en aan die zijde tot op heden begroot op een bedrag van € 931,14,

2.8.

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,

2.9.

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. R.H.J. Otto en in het openbaar uitgesproken.