Civiel recht overig
Bijzondere overeenkomst; huurrecht; achterstallige huur
Rechtbank Limburg, 11 juni 2025
ECLI:NL:RBLIM:2025:5677 · Rechtbank Limburg · 11 juni 2025
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-limburg/civiel-recht/civiel-recht-overig/eerste-aanleg-enkelvoudig/ecli-nl-rblim-2025-5677
Zaakgegevens
Op 11 juni 2025 heeft de Rechtbank Limburg in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Rechtbank LimburgRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Maastricht
- Datum uitspraak
- 11 juni 2025
- Datum publicatie
- 13 juni 2025
- Zaaknummer
- 11724309 \ CV EXPL 25-2394
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudigEnkelvoudige kamerDe zaak is behandeld door één rechter.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBLIM:2025:5677
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Bijzondere overeenkomst; huurrecht; achterstallige huur
Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
Burgerlijk recht
Zittingsplaats Maastricht
Zaaknummer: 11724309 \ CV EXPL 25-2394
Vonnis van de kantonrechter van 11 juni 2025
in de zaak van:
Stichting Woonpunt,
gevestigd te Maastricht,
eisende partij,
gemachtigde Flanderijn,
tegen:
[gedaagde] ,
wonend [adres] ,
[woonplaats] ,
gedaagde partij,
procederende in persoon.
1 De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding
- het antwoord van gedaagde partij.
Ten slotte is vonnis bepaald.
2 De beoordeling
Gedaagde betwist de vordering van eiseres niet. De vordering zal daarom ook worden toegewezen. Gedaagde wenst een betalingsregeling, doch de kantonrechter kan deze niet opleggen. Gedaagde zal zich daartoe rechtstreeks moeten richten tot de (gemachtigde van) eiseres.
Gedaagde partij zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de kosten van deze procedure. De kosten aan de zijde van eisende partij worden begroot op:
-
dagvaarding € 137,38
-
griffierecht € 385,00
-
salaris gemachtigde € 204,00
totaal € ?726,38???
3 De beslissing
De kantonrechter
veroordeelt gedaagde partij om aan eisende partij tegen behoorlijk bewijs van kwijting te betalen een bedrag van € 2.373,91, te vermeerderen met de wettelijke rente over € 1.964,83 vanaf 9 januari 2025 tot de dag van volledige betaling,
veroordeelt gedaagde partij voorts in de kosten van de procedure aan de zijde van eisende partij gevallen en aan die zijde tot op heden begroot op een bedrag van € ?726,38? , ??
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,
Dit vonnis is gewezen door mr. R.H.J. Otto en in het openbaar uitgesproken.