Civiel recht overig

Verbintenissenrecht; onrechtmatige daad; overige onrechtmatige daad

Rechtbank Limburg, 17 september 2025

Zaakgegevens

Op 17 september 2025 heeft de Rechtbank Limburg in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.

Instantie
Rechtbank Limburg
Zittingsplaats
Maastricht
Datum uitspraak
17 september 2025
Datum publicatie
19 september 2025
Zaaknummer
11739619 \ CV EXPL 25-2523
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI
ECLI:NL:RBLIM:2025:9073
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Verbintenissenrecht; onrechtmatige daad; overige onrechtmatige daad

Uitspraak

RECHTBANK LIMBURG

Civiel recht

Kantonrechter

Zittingsplaats Maastricht

Zaaknummer: 11739619 \ CV EXPL 25-2523

Vonnis van 17 september 2025

in de zaak van

GEMEENTE MAASTRICHT,

gevestigd te Maastricht,

eisende partij,

hierna te noemen: Gemeente Maastricht,

gemachtigde: Agin Otten Gerechtsdeurwaarders,

tegen

[gedaagde] ,

wonend te [woonplaats] ,

gedaagde partij,

hierna te noemen: [gedaagde] ,

procederend in persoon.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding met producties 1 tot en met 6
- de schriftelijke weergave van het mondelinge antwoord
- de conclusie van repliek
- de schriftelijke weergave van de mondelinge dupliek.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 Het geschil

2.1.

De gemeente Maastricht vordert bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, [gedaagde] te veroordelen tot betaling van € 232,17, bestaande uit € 171,30 aan hoofdsom, € 48,40 aan vergoeding buitengerechtelijke kosten en € 12,47 aan vervallen wettelijke rente, vermeerderd met de wettelijke rente daarover vanaf de dag van dagvaarding tot de dag van volledige betaling, alsmede [gedaagde] te veroordelen tot betaling van de proceskosten.

2.2.

De gemeente Maastricht legt aan haar vordering ten grondslag dat zij belast is met het toezicht en de controle op de naleving van de Afvalstoffenverordening Maastricht 2021 en het Uitvoeringsbesluit Afvalstoffenverordening 2021 van de gemeente Maastricht. Een ambtenaar van de gemeente Maastricht heeft op 16 januari 2024 (huishoudelijk) afval aangetroffen dat onjuist is aangeboden. Bij het betreffende afval zijn gegevens aangetroffen waaruit is gebleken dat dit afval afkomstig was van [gedaagde] . [gedaagde] heeft daarmee onrechtmatig gehandeld en de gemeente Maastricht wenst de door haar geleden schade, bestaande uit de kosten van het opruimen van het onjuist gedeponeerde afval, te verhalen op [gedaagde] . De gemeente Maastricht heeft [gedaagde] bij brief van 22 februari 2024 daarover geïnformeerd en een factuur gestuurd, welke [gedaagde] onbetaald heeft gelaten.

2.3.

[gedaagde] voert verweer.

2.4.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.

3 De beoordeling

3.1.

De kantonrechter is van oordeel dat de vordering van de gemeente Maastricht moet worden afgewezen. Voor dit oordeel is het volgende van belang.

Op de gemeente Maastricht rust de verplichting om voldoende te stellen en te onderbouwen dat [gedaagde] afval verkeerd heeft aangeboden. Ook dient de gemeente Maastricht hiervan bewijs te overleggen. De gemeente Maastricht heeft in dit kader bij dagvaarding verwezen naar een door haar als productie 1 overgelegde foto van een kartonnen doos waarop de adresgegevens van [gedaagde] staan. Daaruit kan niet de conclusie worden getrokken dat [gedaagde] deze doos met afval heeft aangeboden. Dat is - zeker in het licht bezien van het verweer van [gedaagde] - onvoldoende.

3.2.

Nu de gemeente Maastricht onvoldoende onderbouwd heeft gesteld dat [gedaagde] afval verkeerd heeft aangeboden, betekent dit dat de vordering wordt afgewezen. Daarbij worden ook de nevenvorderingen, waaronder de rente en buitengerechtelijke kosten afgewezen.

3.3.

De gemeente Maastricht wordt in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. Omdat [gedaagde] procedeert in persoon, komen enkel de noodzakelijke reis-, verblijf-, en verletkosten voor vergoeding in aanmerking. [gedaagde] is twee keer naar de rolzitting geweest, te weten voor het nemen van een conclusie van antwoord en een conclusie van dupliek. De proceskosten van [gedaagde] worden begroot op:

- reis- en verletkosten

€

50,00

- nakosten

€

25,00

(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)

Totaal

€

75,00‬

4 De beslissing

De kantonrechter

4.1.

wijst de vorderingen van de gemeente Maastricht af,

4.2.

veroordeelt de gemeente Maastricht tot betaling van de proceskosten, aan de zijde van [gedaagde] begroot op € 75,00‬, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als de gemeente Maastricht niet tijdig aan de veroordeling voldoet en het vonnis daarna wordt betekend.

Dit vonnis is gewezen door mr. A.P.A. Bisscheroux en in het openbaar uitgesproken op 17 september 2025.

CJ