Civiel recht overig
Verstekzaak. Opheffing beslag.
Rechtbank Limburg, 7 juli 2014
ECLI:NL:RBLIM:2014:5988 · Rechtbank Limburg · 7 juli 2014
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-limburg/civiel-recht/civiel-recht-overig/kort-geding/ecli-nl-rblim-2014-5988
Zaakgegevens
Op 7 juli 2014 heeft de Rechtbank Limburg in kort geding uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Rechtbank LimburgRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 7 juli 2014
- Datum publicatie
- 7 juli 2014
- Zaaknummer
- C-03-193202 A
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- Kort gedingKort gedingEen snelle procedure bij de voorzieningenrechter voor spoedeisende zaken, met een voorlopig oordeel.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBLIM:2014:5988
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Verstekzaak. Opheffing beslag.
Uitspraak
[afbeelding niet beschikbaar] [afbeelding niet beschikbaar]vonnis
RECHTBANK LIMBURG
Burgerlijk recht
Zittingsplaats Maastricht
zaaknummer / rolnummer: C/03/193202 / KG ZA 14-366
Vonnis in kort geding van 7 juli 2014
in de zaak van
1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
[naam 1] INSTALLATIES B.V.,
gevestigd te Valkenburg a/d Geul,
2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
[naam 2] BEHEER B.V.,
gevestigd te Valkenburg a/d Geul,
3. [eiser],
wonende te [woonplaats],
eisers,
advocaat mr. J.M. Wolfs,
tegen
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
ENERGIE ADVIEZEN B.V.,
gevestigd te Valkenburg aan de Geul,
gedaagde,
niet verschenen.
1 De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
-
de dagvaarding
-
de mondelinge behandeling ter terechtzitting van 7 juli 2014.
Ten slotte is vonnis bepaald.
2 De beoordeling
Gedaagde is niet ter terechtzitting verschenen. Niet is gebleken dat de voorgeschreven termijnen en formaliteiten niet in acht zijn genomen. Gelet hierop is tegen gedaagde verstek verleend.
De vordering komt de voorzieningenrechter onrechtmatig noch ongegrond voor, zodat deze dient te worden toegewezen.
Gedaagde zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de kosten van deze procedure, tot op heden aan de zijde van eisers begroot op € 608,00 (griffierecht) en € 527,00 (salaris advocaat).
3 De beslissing
De voorzieningenrechter
heft op het conservatoir beslag tot afgifte van roerende zaken en tevens conservatoire derdenbeslag gelegd door gedaagde ten laste van eisers,
veroordeelt gedaagde in de kosten van deze procedure tot op heden aan de zijde van eisers begroot op € 1.135,00,
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. B.R.M. de Bruijn en in het openbaar uitgesproken op 7 juli 2014.