Civiel recht overig
Vonnis in kort geding. Ontruiming voormalig asielzoeker uit opvangcentrum na toegewezen verblijfsvergunning…
Rechtbank Limburg, 29 maart 2016
ECLI:NL:RBLIM:2016:2849 · Rechtbank Limburg · 29 maart 2016
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-limburg/civiel-recht/civiel-recht-overig/kort-geding/ecli-nl-rblim-2016-2849
Zaakgegevens
Op 29 maart 2016 heeft de Rechtbank Limburg in kort geding uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Rechtbank LimburgRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Maastricht
- Datum uitspraak
- 29 maart 2016
- Datum publicatie
- 4 april 2016
- Zaaknummer
- C/03/217223 KG ZA 16/71
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- Kort gedingKort gedingEen snelle procedure bij de voorzieningenrechter voor spoedeisende zaken, met een voorlopig oordeel.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBLIM:2016:2849
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Vonnis in kort geding. Ontruiming voormalig asielzoeker uit opvangcentrum na toegewezen verblijfsvergunning. Regeling verstrekkingen asielzoekers biedt niet langer grondslag voor opvang. Vordering toegewezen.
Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
Zittingsplaats Maastricht
Burgerlijk recht
Zaaknummer: C/03/217223 KG ZA 16/71
Vonnis in kort geding van 29 maart 2016
in de zaak van
de bestuursrechtelijke rechtspersoon centraal orgaan opvang asielzoekers,
gevestigd te Rijswijk,
eisende partij,
gemachtigde mr. W.H.J. Semeijn
tegen
[gedaagde]
wonend althans verblijvend in het asielzoekerscentrum [vestigingsplaats] op het adres [adres]
gedaagde partij,
in persoon procederend.
Partijen zullen verder COA en [gedaagde] genoemd worden.
1 De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
-
het exploot van dagvaarding van 26 februari 2016 met producties
-
de op 2 maart 2016 van de zijde van COA overgelegde nadere producties
-
de mondelinge behandeling ter zitting van 7 maart 2016.
Ten slotte is vonnis bepaald.
2 De feiten
[gedaagde] heeft de Eritrese nationaliteit, verblijft sinds 2014 in Nederland (thans in voornoemd asielzoekerscentrum) en heeft met ingang van 31 oktober 2014 een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd als bedoeld in art. 29, eerste lid onder b Vreemdelingenwet 2000 (Vw).
Op [gedaagde] is de Regeling verstrekkingen asielzoekers en andere categorieën vreemdelingen 2005 (verder te noemen: de Rva) van toepassing.
Op grond van het bepaalde in art. 7 lid 1, aanhef en onder a, van de Rva, heeft [gedaagde] geen recht (meer) op opvang in een opvangcentrum.
Begin januari 2016 heeft [gedaagde] een aan hem toegewezen woning in Stramproy, gemeente Weert, geweigerd.
3 De vordering en het geschil
COA vordert de veroordeling van [gedaagde] om binnen drie dagen na betekening van dit vonnis voornoemd asielzoekerscentrum te ontruimen en ontruimd te houden met al het zijne en de zijnen, onder verwijzing van [gedaagde] in de proceskosten.
[gedaagde] heeft verweer gevoerd, waarop hierna voor zover nodig zal worden ingegaan.
4 De beoordeling
Het spoedeisend belang vloeit voort uit de aard van de zaak.
Om een voorziening te kunnen treffen zoals gevorderd dient te worden beoordeeld of het aannemelijk is dat de rechter, die in een eventueel aanhangig te maken bodemprocedure geconfronteerd wordt met hetzelfde feitencomplex, zal oordelen dat een met de gevraagde voorziening overeenstemmende of vergelijkbare vordering zal slagen.
Het verweer van [gedaagde] komt er op neer dat hij om medische redenen een woning in (de regio) Amsterdam toegewezen wil krijgen. [gedaagde] dient medische behandelingen te ondergaan in het ziekenhuis in Amsterdam (AMC). Tevens heeft hij behoefte aan mantelzorg en zijn zus woont in Amsterdam, aldus [gedaagde] .
COA heeft gemotiveerd betwist dat het voor [gedaagde] om medische redenen noodzakelijk is om in (de regio) Amsterdam te wonen. Het had daarom alleszins op de weg van [gedaagde] gelegen om de door hem gestelde medische noodzaak aan te tonen, met stukken dan wel anderszins, doch hij heeft zulks nagelaten. Het verweer faalt derhalve. Nu bovendien onweersproken vaststaat dat [gedaagde] thans zonder recht of titel in het asielzoekerscentrum verblijft, zal de vordering worden toegewezen.
[gedaagde] zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld tot betaling van de proceskosten, aan de zijde van COA tot de datum van dit vonnis begroot op € 1.532,77, bestaande uit € 816,00 aan salaris gemachtigde, € 619,00 aan griffierecht en € 97,77 aan explootkosten
5 De beslissing
De voorzieningenrechter
veroordeelt [gedaagde] om binnen drie dagen na betekening van dit vonnis het asielzoekerscentrum te [vestigingsplaats] op het adres [adres] te ontruimen en ontruimd te houden met al het zijne en de zijnen,
veroordeelt [gedaagde] tot betaling van de proceskosten, aan de zijde van COA tot de datum van dit vonnis begroot op € 1.532,77,
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. R.H.J. Otto en is in het openbaar uitgesproken.
RK