Civiel recht overig
Kort geding. Huur woning. Ontruiming afgewezen. De kale stelling van de verhuurder dat sprake is van ernstig…
Rechtbank Limburg, 6 mei 2021
ECLI:NL:RBLIM:2021:3919 · Rechtbank Limburg · 6 mei 2021
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-limburg/civiel-recht/civiel-recht-overig/kort-geding/ecli-nl-rblim-2021-3919
Zaakgegevens
Op 6 mei 2021 heeft de Rechtbank Limburg in kort geding uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Rechtbank LimburgRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Maastricht
- Datum uitspraak
- 6 mei 2021
- Datum publicatie
- 6 mei 2021
- Zaaknummer
- 9144057 \ CV EXPL 21-1894
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- Kort gedingKort gedingEen snelle procedure bij de voorzieningenrechter voor spoedeisende zaken, met een voorlopig oordeel.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBLIM:2021:3919
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Kort geding. Huur woning. Ontruiming afgewezen. De kale stelling van de verhuurder dat sprake is van ernstig wangedrag door de huurder is voorshands niet aannemelijk geworden.
Procesgang
Rechtbank Limburg · 6 mei 2021deze uitspraak
ECLI:NL:RBLIM:2021:3919
Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 17 augustus 2021
ECLI:NL:GHSHE:2021:2570
Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
Burgerlijk recht
Zittingsplaats Maastricht
Zaaknummer: 9144057 \ CV EXPL 21-1894
Vonnis in kort geding van de kantonrechter van 6 mei 2021
in de zaak van:
[eiser] ,
wonend te [woonplaats 1]
eiser,
gemachtigde mr. B.A.L.H. Robijns,
tegen:
[gedaagde partij] ,
wonend [adres] ,
[woonplaats 2] ,
gedaagde partij,
gemachtigde mr. H.P. Ruysink.
1 De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
-
de dagvaarding met productie A en de producties 1 t/m 3
-
de mondelinge behandeling van 22 april 2021 waarbij [eiser] de dagvaarding heeft toegelicht mede aan de hand van voorgedragen en overgelegde spreekaantekeningen en [gedaagde partij] mondeling verweer heeft gevoerd.
Vervolgens is vonnis bepaald.
2 Het geschil
[eiser] vordert dat de voorzieningenrechter bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad [gedaagde partij] veroordeelt:
1. om binnen 7 dagen na het te wijzen vonnis, althans om binnen de kortst mogelijke termijn die de voorzieningenrechter in goede justitie gerade acht, de woning te verlaten en de woning te ontruimen met al de zijnen en het zijnen, bij gebreke waarvan [eiser] gerechtigd is de woning te laten ontruimen en [gedaagde partij] tevens veroordeelt in de kosten die eiser in dat geval dient te maken.
2. in de kosten van dit geding en daarbij het liquidatietarief toe te passen, onder de bepaling dat indien de werkelijke kosten niet binnen veertien dagen na betekening van het vonnis zijn voldaan, daarover vanaf de vijftiende dag wettelijke rente is verschuldigd.
[eiser] legt aan zijn vordering ten grondslag dat [gedaagde partij] te kort is geschoten in de nakoming van de met hem gesloten huurovereenkomst door zich niet als een goed huurder te gedragen. Zo heeft [gedaagde partij] schade aan het gehuurde toegebracht, veroorzaken de honden en vogels van [gedaagde partij] sinds de aanvang van de huurovereenkomst structurele ernstige stank- en geluidsoverlast en heeft [gedaagde partij] een huurachterstand van twee maanden laten ontstaan. Nu [gedaagde partij] geen gehoor geeft aan de verzoeken om zijn gedrag aan te passen en de hinder te staken kan [eiser] een beslissing in een bodemzaak niet afwachten.
[gedaagde partij] voert verweer.
3 De beoordeling
Het spoedeisend belang bij de gevraagde voorziening volgt uit de aard van de vordering en het daaraan ten grondslag gelegde.
Vaststaat dat tussen [eiser] als verhuurder en [gedaagde partij] als huurder een mondelinge huurovereenkomst is gesloten voor de woning aan de [adres] te [woonplaats 2] . [gedaagde partij] bewoont het huis met zijn zwangere partner en enkele kinderen en hij heeft betwist dat zijn huurdersgedrag zodanig is dat deze een ontruiming rechtvaardigt.
Mede gelet op de sociale situatie van [gedaagde partij] dient sprake te zijn van voldoende ernstig wangedrag voordat het gevorderde kan worden toegewezen. Dergelijke wangedrag is voorshands niet aannemelijk geworden. Op de overgelegde twee foto’s valt enkel te zien dat een hond buitenstaat. Dat is niet ongebruikelijk voor dieren. Op de enkele seconden durende verschillende filmopnames op de USB stick valt evenmin waar te nemen dat [gedaagde partij] het gehuurde zodanig misbruikt dat de vordering moet worden toegewezen. Enige verklaring van buren of politie over overlast gepleegd door [gedaagde partij] ontbreekt. Feitelijk is in dit geding dan ook van niet meer sprake dan een kale stelling dat sprake is van zodanig wangedrag dat moet worden ontruimd. De betwisting daarvan treft doelt zodat de vordering zal worden afgewezen.
[eiser] zal, als de in het ongelijk gestelde partij, in de kosten van deze procedure worden veroordeeld. De kosten tot aan dit vonnis aan de zijde van [gedaagde partij] gerezen worden begroot op € 747,00 aan salaris gemachtigde.
4 De beslissing
De kantonrechter
wijst de vordering af,
veroordeelt [eiser] , uitvoerbaar bij voorraad in de proceskosten, aan de zijde van [gedaagde partij] tot op heden begroot op € 747,00 aan salaris gemachtigde.
Dit vonnis is gewezen door mr. J.R. Sijmonsma en in het openbaar uitgesproken.
type: YT