Civiel recht overig

Burgerlijk recht / Handel / Kort geding / verkort vonnis gelet op de te betrachten spoed.

Rechtbank Limburg, 16 oktober 2023

Zaakgegevens

Op 16 oktober 2023 heeft de Rechtbank Limburg in kort geding uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.

Instantie
Rechtbank Limburg
Zittingsplaats
Maastricht
Datum uitspraak
16 oktober 2023
Datum publicatie
31 oktober 2023
Zaaknummer
C/03/322239/ KG ZA 23/338
Procedure
Kort geding
Advocaat
mr. R.A Wijnands te Schinnen, mr. M.A. Algra te Amsterdam
ECLI
ECLI:NL:RBLIM:2023:6348
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Burgerlijk recht / Handel / Kort geding / verkort vonnis gelet op de te betrachten spoed.

Uitspraak

RECHTBANK Limburg

Civiel recht

Zittingsplaats Maastricht

Zaaknummer: C/03/322239 / KG ZA 23-338

Vonnis in kort geding van 16 oktober 2023

in de zaak van

1 [eiser sub 1]

2. [eiseres sub 2],

te [woonplaats] ,

eisende partijen,

hierna samen in mannelijk enkelvoud te noemen: [eiser] ,

advocaat: mr. R.A. Wijnands te Schinnen,

tegen

ING BANK N.V.,

zetelend, gevestigd en kantoorhoudende te Amsterdam,

gedaagde partij,

hierna te noemen: ING,

advocaat: mr. M.A. Algra te Amsterdam.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure in kort geding blijkt uit:

- de dagvaarding in kort geding van 19 september 2023 met de producties 1 t/m 12,

- de akte weergave feiten, tevens houdende akte overlegging producties, met de producties 1 t/m 19,

- de aanvullende producties 20 en 21 van ING,
- de mondelinge behandeling van 12 oktober 2023,
- de pleitnota van ING.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

1.3.

De beslissing op de vordering van [eiser] luidt zoals hieronder is bepaald. Aan partijen is tijdens de mondelinge behandeling meegedeeld dat de voorzieningenrechter eventueel, gelet op de te betrachten spoed, een verkort vonnis zou kunnen wijzen. De voorzieningenrechter heeft daartoe inderdaad besloten, om de hiervoor genoemde reden. Dit betekent dat de nadere schriftelijke uitwerking van dit vonnis zo spoedig mogelijk, maar in elk geval binnen veertien dagen na heden, zal volgen.

2 De beslissing

De voorzieningenrechter

2.1.

wijst de vorderingen van [eiser] af,

2.2.

veroordeelt [eiser] (hoofdelijk) in de proceskosten, aan de zijde van ING tot op heden begroot op € 1.755,00, te voldoen binnen veertien dagen na datum van dit vonnis, bij gebreke waarvan die proceskosten vermeerderd worden met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW vanaf de vijftiende dag na datum van dit vonnis tot de dag van volledige betaling,

2.3.

verklaart dit vonnis wat betreft de kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. W.J.J. Beurskens en in het openbaar uitgesproken.

CM