Civiel recht overig
Kort geding. Mondelinge uitspraak. Nakoming verplichting uit de koopovereenkomst en de leveringsakte inzake…
Rechtbank Limburg, 5 september 2024
ECLI:NL:RBLIM:2024:6017 · Rechtbank Limburg · 5 september 2024
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-limburg/civiel-recht/civiel-recht-overig/kort-geding/ecli-nl-rblim-2024-6017
Zaakgegevens
Op 5 september 2024 heeft de Rechtbank Limburg in kort geding uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Rechtbank LimburgRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Maastricht
- Datum uitspraak
- 5 september 2024
- Datum publicatie
- 5 september 2024
- Zaaknummer
- c/03/334285 / KG ZA 24-309
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- Kort gedingKort gedingEen snelle procedure bij de voorzieningenrechter voor spoedeisende zaken, met een voorlopig oordeel.Meer uitleg
- Advocaat
- mr. F.H.E Beulen, F Boukhris
- ECLI
- ECLI:NL:RBLIM:2024:6017
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Kort geding. Mondelinge uitspraak. Nakoming verplichting uit de koopovereenkomst en de leveringsakte inzake de vestiging van een erfdienstbaarheid.
Uitspraak
RECHTBANK Limburg
Civiel recht
Zittingsplaats Maastricht
Zaaknummer: C/03/334285 / KG ZA 24-309
Vonnis in kort geding van 4 september 2024
in de zaak van
[eiseres] ,
wonende te [woonplaats] ,
eiseres,
advocaat: mr. F.H.E. Beulen,
tegen
[gedaagde] ,
wonende te [woonplaats] ,
gedaagde,
advocaat: F. Boukhris
Partijen zullen hierna [eiseres] en [gedaagde] genoemd worden.
1 De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding op verkorte termijn, met producties 1 tot en met 16,
- de aanvullende producties 17 tot en met 19,
- de mondelinge behandeling op 4 september 2024, bij welke gelegenheid partijen pleitaantekeningen hebben overgelegd.
Ten slotte is vonnis bepaald op heden. De schriftelijke motivering van deze uitspraak zal nader, uiterlijk op 18 september 2024, volgen.
2 De beslissing
De voorzieningenrechter
veroordeelt [gedaagde] om ten behoeve van het perceel van [eiseres] een erfdienstbaarheid in de vorm van een recht van overpad te vestigen op de onroerende zaak gelegen achter de [adres] te [woonplaats] en kadastraal bekend [kadasternummer] , onder toezending van een afschrift van de kadastrale inschrijving van het recht van erfdienstbaarheid aan de advocaat van [eiseres] , zulks voor levering van genoemd perceel aan een derde,
verbiedt [gedaagde] laatstgenoemde onroerende zaak te leveren vooraleer deze heeft voldaan aan de onder 2.1. uitgesproken veroordeling, tenzij in een bodemprocedure anders zou worden beslist,
veroordeelt [gedaagde] om aan [eiseres] een dwangsom te betalen van € 250,00 voor iedere dag of gedeelte daarvan dat hij niet aan de in onder 2.1. en 2.2. uitgesproken hoofdveroordelingen voldoet, tot een maximum van € 15.000,00 is bereikt,
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 1.741,72 te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 92,00 plus de kosten van betekening als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
veroordeelt [gedaagde] tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald,
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,
Dit vonnis is gewezen door mr. T.A.J.M. Provaas, rechter, en in het openbaar uitgesproken op 4 september 2024 om 13:45 uur.