Civiel recht overig

Betekening dagvaarding aan erven. Laatste woonplaats overledene. Levensgezel. Art. 53 aanhef en onder a Rv…

Rechtbank Limburg, 2 juni 2025

Zaakgegevens

Op 2 juni 2025 heeft de Rechtbank Limburg in kort geding uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.

Instantie
Rechtbank Limburg
Zittingsplaats
Maastricht
Datum uitspraak
2 juni 2025
Datum publicatie
5 juni 2025
Zaaknummer
11695471 \ CV EXPL 25-2168
Procedure
Kort geding
ECLI
ECLI:NL:RBLIM:2025:5433
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Betekening dagvaarding aan erven. Laatste woonplaats overledene. Levensgezel. Art. 53 aanhef en onder a Rv. Verstek.

Uitspraak

RECHTBANK LIMBURG

Civiel recht

Kantonrechter

Zittingsplaats Maastricht

Zaaknummer: 11695471 \ CV EXPL 25-2168

Vonnis in kort geding van 2 juni 2025

in de zaak van

STICHTING WOONPUNT,

te Maastricht,

eisende partij,

hierna te noemen: Woonpunt,

gemachtigde: mr. M.P.H. van Wezel,

tegen

1 [gedaagde sub 1] ,

te [woonplaats] ,
2. DE GEZAMENLIJKE ERVEN VAN [erflaatster],

gedaagde partijen,

hierna te noemen: [gedaagde sub 1] resp. de erven,

niet verschenen.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding
- de mondelinge behandeling van 26 mei 2025, waarbij Woonpunt haar vordering heeft
verminderd,
- de verstekverlening tegen [gedaagde sub 1] en de erven.

2 De beoordeling

2.1.

[gedaagde sub 1] is kennelijk de levensgezel geweest van wijlen [erflaatster] . Zijn werkelijk verblijf is op het adres waar [erflaatster] gewoond heeft. Het exploot van dagvaarding is voor wat betreft [gedaagde sub 1] dan ook correct betekend aan dat adres. Dat geldt evenzeer ten aanzien van de erven (artikel 53 aanhef en onder a Wetboek van burgerlijke rechtsvordering). [gedaagde sub 1] en de erven zijn niet verschenen bij de mondelinge behandeling, zodat tegen hen verstek verleend is.

2.2.

De vordering komt de kantonrechter niet onrechtmatig en niet ongegrond voor en zal dus worden toegewezen.

2.3.

Woonpunt wordt in het gelijk gesteld en [gedaagde sub 1] en de erven moeten daarom de proceskosten betalen. De proceskosten van Woonpunt worden begroot op:

- kosten van de dagvaarding

€

146,43

- griffierecht

€

135,00

- salaris gemachtigde

€

543,00

Totaal

€

824,43

2.4.

De veroordeling tot betaling van de proceskosten en de huur/gebruiksvergoeding wordt hoofdelijk uitgesproken. Dat betekent dat iedere veroordeelde kan worden gedwongen het hele bedrag te betalen. Als de een (een deel) betaalt, hoeft de ander dat (deel van het) bedrag niet meer te betalen aan Woonpunt.

2.5.

In dit vonnis wordt geen afzonderlijke beslissing genomen over de gevorderde nakosten. Een kostenveroordeling levert immers ook een executoriale titel op voor de nakosten. De kantonrechter verwijst in dat verband naar het arrest van de Hoge Raad van

10 juni 2022 (ECLI:NL:HR:2022:853).

3 De beslissing

De kantonrechter

3.1.

veroordeelt [gedaagde sub 1] en de erven om binnen veertien dagen na betekening van dit vonnis het pand aan [adres] te [woonplaats] te verlaten en te ontruimen met alle daarin aanwezige personen en zaken, tenzij deze zaken van Woonpunt zijn, en de sleutels af te geven aan Woonpunt,

3.2.

veroordeelt [gedaagde sub 1] en de erven hoofdelijk om aan Woonpunt € 662,01 te betalen alsmede € 662,01 per maand vanaf 1 juni 2025 tot het moment van ontruiming,

3.3.

veroordeelt [gedaagde sub 1] en de erven hoofdelijk in de proceskosten van € 824,43, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe,

3.4.

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. R.P.J. Quaedackers en in het openbaar uitgesproken op

2 juni 2025.

RW