Ondernemingsrecht
Verklaring dat herroeping van een ontbindingsbesluit van een besloten vennootschap rechtskracht heeft.
Rechtbank Limburg, 21 november 2019
ECLI:NL:RBLIM:2019:10493 · Rechtbank Limburg · 21 november 2019
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-limburg/civiel-recht/ondernemingsrecht/eerste-aanleg-enkelvoudig/ecli-nl-rblim-2019-10493
Zaakgegevens
Op 21 november 2019 heeft de Rechtbank Limburg in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over ondernemingsrecht.
- Instantie
- Rechtbank LimburgRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Maastricht
- Datum uitspraak
- 21 november 2019
- Datum publicatie
- 21 november 2019
- Zaaknummer
- C/03/268693 / HA RK 19-192
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Ondernemingsrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudigEnkelvoudige kamerDe zaak is behandeld door één rechter.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBLIM:2019:10493
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Verklaring dat herroeping van een ontbindingsbesluit van een besloten vennootschap rechtskracht heeft.
Uitspraak
[afbeelding niet beschikbaar] [afbeelding niet beschikbaar]beschikking
RECHTBANK LIMBURG
Burgerlijk recht
Zittingsplaats Maastricht
zaaknummer / rekestnummer: C/03/268693 / HA RK 19-192
Beschikking van 21 november 2019
in de zaak van
1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
[verzoekster sub 1] ,
2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
[verzoekster sub 2] ,
beiden gevestigd te [vestigingsplaats] ,
verzoeksters,
advocaat mr. P. van de Goor te Eindhoven
en
openbare rechtspersoon
KAMER VAN KOOPHANDEL,
gevestigd te Eindhoven,
belanghebbende.
1 De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
-
de tussenbeschikking van 10 oktober 2019,
-
de brief namens verzoeksters met bijlagen, zoals ontvangen op 19 november 2019.
De rechtbank heeft vervolgens de uitspraak bepaald op vandaag.
2 De beoordeling
Verzoeksters zijn de (enig) aandeelhouders van [naam bv] laatstelijk gevestigd te [vestigingsplaats] , hierna: de vennootschap. Verzoeksters stellen dat de vennootschap bij aandeelhoudersbesluit van 10 (de rechtbank begrijpt vooralsnog: 28) november 2013 is ontbonden per 31 december 2013 en eveneens per die datum is uitgeschreven uit het handelsregister door de Kamer van Koophandel.
Verzoeksters verzoeken de rechtbank om (de rechtbank begrijpt: bij beschikking):
-
te verklaren voor recht dat het herroepingsbesluit rechtskracht heeft;
-
de in het kracht van gewijsde gegane uitspraak door de zorg van de griffier te doen inschrijven in het handelsregister: en
-
de verzochte beschikking, voor zover nodig, uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.
Met verwijzing naar rov. 3.1. van de tussenbeschikking gelden voor toewijzing van een verzoek als het onderhavige in ieder geval de volgende vereisten:
(i) de besloten vennootschap is nog niet opgehouden te bestaan;
(ii) het herroepingsbesluit is rechtsgeldig genomen;
(iii) inzicht dient te bestaan in de vermogenstoestand van de besloten vennootschap op de datum van ontbinding en de datum van herroeping alsmede in de ontwikkelingen in haar vermogenstoestand in de tussenliggende periode;
(iv) derden mogen geen nadeel ondervinden van de herroeping.
Verzoeksters zijn bij beschikking van 10 oktober 2019 in de gelegenheid gesteld het verzoek aan te vullen. Uit de door verzoeksters in het geding gebrachte nadere informatie blijkt dat het verzoek nu aan de hiervoor genoemde vereisten voldoet, zodat het kan worden toegewezen.
3 De beslissing
De rechtbank
verklaart voor recht dat het besluit van 28 november 2013 van de aandeelhouders van de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid [naam bv] tot ontbinding van de vennootschap bij besluit van haar aandeelhouders van 6 september 2019 (het herroepingsbesluit) rechtsgeldig is herroepen,
gelast de griffier met overeenkomstige toepassing van artikel 2:19 lid 2 BW deze beschikking, in te schrijven in het register waar de besloten vennootschap is ingeschreven,
verklaart deze uitspraak uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beschikking is gegeven door mr. W.E. Elzinga en in het openbaar uitgesproken.