Verbintenissenrecht
Ontruiming woonruimte wegens betalingsachterstand in kort geding.
Rechtbank Limburg, 12 augustus 2015
ECLI:NL:RBLIM:2015:6844 · Rechtbank Limburg · 12 augustus 2015
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-limburg/civiel-recht/verbintenissenrecht/kort-geding/ecli-nl-rblim-2015-6844
Zaakgegevens
Op 12 augustus 2015 heeft de Rechtbank Limburg in kort geding uitspraak gedaan in een zaak over verbintenissenrecht.
- Instantie
- Rechtbank LimburgRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Maastricht
- Datum uitspraak
- 12 augustus 2015
- Datum publicatie
- 12 augustus 2015
- Zaaknummer
- 4127233 CV EXPL 15-4489
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Verbintenissenrecht
- Procedure
- Kort gedingKort gedingEen snelle procedure bij de voorzieningenrechter voor spoedeisende zaken, met een voorlopig oordeel.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBLIM:2015:6844
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Ontruiming woonruimte wegens betalingsachterstand in kort geding.
Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
Zittingsplaats Maastricht
Burgerlijk recht
Zaaknummer: 4127233 CV EXPL 15-4489
Vonnis in kort geding van 12 augustus 2015
in de zaak van
[eiser] ,
wonend te [woonplaats 1] ,
eisende partij,
gemachtigde D.S. Goedhart
tegen
de besloten vennootschap H3 BEWINDVOERING EN INKOMENSBEHEER B.V. , gevestigd te Heerlen,
in haar hoedanigheid van bewindvoerder in het beschermingsbewind van:
[betrokkene 1] en
[betrokkene 2], beiden wonend te [woonplaats 2] ,
gedaagde partij,
in persoon procederend.
Partijen zullen hierna [eiser] , H3, [betrokkene 1] en [betrokkene 2] genoemd worden.
1 De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
-
het exploot van dagvaarding d.d. 27 mei 2015
-
de mondelinge behandeling ter zitting van 8 juni 2015.
Ter zitting is bepaald dat de zaak zal worden aangehouden nu partijen te kennen gaven dat zij op korte termijn nog in nader overleg zouden treden over een regeling. Afgesproken werd dat indien partijen de kantonrechter niet vóór 1 augustus 2015 om vonnis zouden verzoeken, het kort geding als ingetrokken zou worden beschouwd.
Per faxbericht van 30 juli 2015 is van de zijde van [eiser] te kennen gegeven dat geen regeling is getroffen en is derhalve om vonnis verzocht.
Ten slotte is vonnis bepaald.
2 De feiten
[betrokkene 1] en [betrokkene 2] huren vanaf 1 juli 2012 van [eiser] de woning met aanhorigheden staande en gelegen te [woonplaats 2] aan het adres [adres] tegen een bij vooruitbetaling verschuldigde huurprijs van € 700,00 per maand.
3 De vordering en het geschil
Op grond van een betalingsachterstand vordert [eiser] - bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad - :
-
de hoofdelijke veroordeling van gedaagde partijen om het gehuurde binnen zeven dagen na betekening van dit vonnis te verlaten en te ontruimen en onder afgifte van de sleutels ter vrije beschikking van [eiser] te stellen;
-
de hoofdelijke veroordeling van gedaagde partijen om aan [eiser] € 5.381,76 te betalen, te vermeerderen met de wettelijke rente over € 4.650,00 vanaf 27 mei 2015;
-
de hoofdelijke veroordeling van gedaagde partijen om aan [eiser] € 700,00 per maand te betalen voor iedere maand vanaf 1 juni 2015 tot het tijdstip van de ontruiming;
-
de hoofdelijke veroordeling van gedaagde partijen tot betaling van de proceskosten.
Het bedrag van € 5.381,76 is als volgt opgebouwd:
€ 4.650,00 huurachterstand tot en met mei 2015
€ 713,90+ vergoeding van buitengerechtelijke kosten inclusief btw
€ 137,86+ tot 27 mei 2015 vervallen wettelijke rente
€ 120,00- reeds ontvangen betalingen.
Gedaagde partijen hebben de bij exploot gestelde huurachterstand niet betwist, met dien verstande dat ter zitting is aangevoerd dat op dat moment een additioneel bedrag van
€ 1.000,00 is betaald aan de incassogemachtigde van [eiser] , hetgeen [eiser] in genoemd faxbericht van 30 juli 2015 heeft bevestigd.
4 De beoordeling
Het gestelde spoedeisende belang is op zichzelf niet betwist en wordt aannemelijk geacht.
Om een voorziening te kunnen treffen als gevorderd, dient met een redelijke mate van zekerheid aangenomen te kunnen worden dat in een bodemprocedure zal worden geoordeeld dat deze - of een vergelijkbare - vordering zal slagen. Bij deze beoordeling kan dus slechts een voorlopig oordeel worden gegeven en die beoordeling moet geschieden op basis van hetgeen in deze korte procedure naar voren is gebracht en aannemelijk is gemaakt.
De vaststaande omvang van de huurachterstand rechtvaardigt de in kort geding gevorderde veroordeling tot ontruiming, alsmede de veroordeling tot betaling van de achterstallige huur en gebruiksvergoeding, zodat die zullen worden toegewezen, inclusief de daarover gevorderde wettelijke rente. Daarbij gaat de kantonrechter er zonder meer vanuit dat bij de executie van dit vonnis rekening zal worden gehouden met reeds gedane betalingen (waaronder dus in ieder geval genoemd bedrag van € 1.000,00). Nu [eiser] in eerdergenoemd faxbericht te kennen heeft gegeven dat het gehuurde op 6 juli 2015 is verlaten, zal ook de ontruimingstermijn zoals gevorderd op zeven dagen gesteld worden (in plaats van op de - bij deze rechtbank - in dit soort zaken gebruikelijke termijn van veertien dagen).
De gevorderde vergoeding van buitengerechtelijke kosten zal eveneens worden toegewezen nu gebleken is dat [eiser] genoodzaakt was om kosten ter verkrijging van voldoening buiten rechte te maken, de gestelde daartoe verrichte werkzaamheden niet door gedaagde partijen worden betwist en deze het kostenbedrag - berekend volgens het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten - redelijkerwijs rechtvaardigen.
H3 zal ten aanzien van het bovenstaande veroordeeld worden in haar hoedanigheid van bewindvoerster (in plaats van de hoofdelijke veroordeling van H3, [betrokkene 1] en [betrokkene 2] zoals die was gevorderd in het exploot).
H3 zal (Q.Q.) tevens als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld tot betaling van de proceskosten, aan de zijde van [eiser] tot de datum van dit vonnis begroot op € 917,16, bestaande uit € 600,00 aan salaris gemachtigde, € 221,00 aan griffierecht en
€ 96,16 aan explootkosten.
5 De beslissing
De kantonrechter
veroordeelt H3, in haar hoedanigheid van bewindvoerster in het beschermingsbewind van [betrokkene 1] en [betrokkene 2] , om het gehuurde binnen zeven dagen na betekening van dit vonnis te ontruimen en ontruimd te houden en onder afgifte van de sleutels ter vrije beschikking van [eiser] te stellen,
veroordeelt H3, in haar hoedanigheid van bewindvoerster in het beschermingsbewind van [betrokkene 1] en [betrokkene 2] , om aan [eiser] € 5.381,76 te betalen, te vermeerderen met de wettelijke rente over € 4.650,00 vanaf 27 mei 2015,
veroordeelt H3, in haar hoedanigheid van bewindvoerster in het beschermingsbewind van [betrokkene 1] en [betrokkene 2] , om tegen bewijs van kwijting € 700,00 per maand aan [eiser] te betalen vanaf 1 juni 2015 tot het tijdstip van de ontruiming,
veroordeelt H3, in haar hoedanigheid van bewindvoerster in het beschermingsbewind van [betrokkene 1] en [betrokkene 2] , tot betaling van de proceskosten, aan de zijde van [eiser] tot de datum van dit vonnis begroot op € 917,16,
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. P. Hoekstra en is in het openbaar uitgesproken.
RK