Verbintenissenrecht
Rechtbank Limburg · Kort geding · Verbintenissenrecht
Rechtbank Limburg, 28 oktober 2015
ECLI:NL:RBLIM:2015:9130 · Rechtbank Limburg · 28 oktober 2015
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-limburg/civiel-recht/verbintenissenrecht/kort-geding/ecli-nl-rblim-2015-9130
Zaakgegevens
Op 28 oktober 2015 heeft de Rechtbank Limburg in kort geding uitspraak gedaan in een zaak over verbintenissenrecht.
- Instantie
- Rechtbank LimburgRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Maastricht
- Datum uitspraak
- 28 oktober 2015
- Datum publicatie
- 29 oktober 2015
- Zaaknummer
- C/03/209626 KG ZA 15/415
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Verbintenissenrecht
- Procedure
- Kort gedingKort gedingEen snelle procedure bij de voorzieningenrechter voor spoedeisende zaken, met een voorlopig oordeel.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBLIM:2015:9130
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Herstelvonnis ECLI:NL:RBLIM:2015:7621
Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
Zittingsplaats Maastricht
Burgerlijk recht
Zaaknummer: C/03/209626 KG ZA 15/415
Vonnis in kort geding van 28 oktober 2015
in de zaak van
[eiser] ,
wonend te [woonplaats] ,
eisende partij,
gemachtigde: mr. A. Kara
tegen
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid T&S PRODUCTIONS B.V.,
gevestigd en zaakdoende te Nijmegen,
gedaagde partij,
gemachtigde: mr. B.S. Friedberg.
Partijen zullen hierna [eiser] en T&S worden genoemd.
1 De procedure
Op 3 september 2015 is tussen partijen vonnis gewezen.
De procesgemachtigde van T&S heeft bij brief van 22 september 2015 melding gemaakt van een onjuistheid in het vonnis, te weten dat verzuimd is om in de proceskostenveroordeling rekening te houden met het door T&S verschuldigde griffierecht.
De griffier van de Rechtbank Limburg, zittingsplaats Maastricht, heeft [eiser] daarop bij brief van 7 oktober 2015 van het schrijven van T&S op de hoogte gesteld en verzocht om een schriftelijke reactie daarop binnen twee weken.
Een reactie van [eiser] binnen de gestelde termijn is uitgebleven, zodat de voorzieningenrechter aanstonds zal beslissen.
De voorzieningenrechter is van oordeel dat sprake is van een kennelijke fout die zich voor eenvoudig herstel leent en zal derhalve tot herstel overgaan.
2 De beslissing
De voorzieningenrechter
verstaat dat het vonnis van 3 september 2015 met zaaknummer C/03/209626 KG ZA 15/415 aldus wordt gewijzigd:
waar in het vonnis onder 4.8. staat:
“[eiser] zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld tot betaling van de proceskosten, aan de zijde van T&S tot de datum van dit vonnis begroot op € 816,00 aan salaris gemachtigde.”,
dient gelezen te worden:
“ [eiser] zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld tot betaling van de proceskosten, aan de zijde van T&S tot de datum van dit vonnis begroot op € 1.429,00, bestaande uit € 816,00 aan salaris gemachtigde en € 613,00 aan griffierecht.”
en
waar in het vonnis onder 5.2. staat:
“veroordeelt [eiser] tot betaling van de proceskosten, aan de zijde van T&S tot de datum van dit vonnis begroot op € 816,00.”,
dient gelezen te worden:
“veroordeelt [eiser] tot betaling van de proceskosten, aan de zijde van T&S tot de datum van dit vonnis begroot op € 1.429,00.”,
bepaalt dat deze verbeteringen onder vermelding van de datum 28 oktober 2015 worden vermeld op de minuut van het vonnis van 3 september 2015.
Dit vonnis is gewezen door mr. J.F.W. Huinen en is in het openbaar uitgesproken.
RK