Verbintenissenrecht

Kort geding – huur - ontruiming woonruimte wegens verblijf zonder recht of titel.

Rechtbank Limburg, 15 januari 2026

Zaakgegevens

Op 15 januari 2026 heeft de Rechtbank Limburg in kort geding uitspraak gedaan in een zaak over verbintenissenrecht.

Instantie
Rechtbank Limburg
Zittingsplaats
Maastricht
Datum uitspraak
15 januari 2026
Datum publicatie
15 januari 2026
Zaaknummer
11997189 \ CV EXPL 25-5173
Procedure
Kort geding
ECLI
ECLI:NL:RBLIM:2026:349
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Kort geding – huur - ontruiming woonruimte wegens verblijf zonder recht of titel.

Uitspraak

RECHTBANK LIMBURG

Civiel recht

Kantonrechter

Zittingsplaats Maastricht

Zaaknummer: 11997189 \ CV EXPL 25-5173

Vonnis in kort geding van 15 januari 2026

in de zaak van

[eiser] VAN DE GEMEENSCHAPPELIJKE REGELING VOOR SOCIALE KREDIETVERLENING EN SCHULDHULPVERLENING IN LIMBURG, T.H.O.D.N. KREDIETBANK LIMBURG, IN HAAR HOEDANIGHEID VAN BEWINDVOERDER IN HET BESCHERMINGSBEWIND VAN [belanghebbende] ,

te [plaats 1] ,

eisende partij,

hierna te noemen: [eiser] ,

gemachtigde: mr. L.N. Hermans,

tegen

1 [gedaagde 1] ,

te [plaats 2] ,

2. [gedaagde 2],

te [plaats 2] ,

gedaagde partijen,

hierna te noemen: [gedaagde 1] , [gedaagde 2] en tezamen [gedaagden] ,

niet verschenen.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het exploot van dagvaarding van 9 december 2025 met producties 1 tot en met 7;
- de mondelinge behandeling van 18 december 2025, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt.

2 Het geschil

2.1.

[belanghebbende] (hierna: [belanghebbende] ) staat sinds 1 april 2015 onder bewind. [belanghebbende] is eigenaar van de woning aan [adres 1] (de bovenverdieping van de woning is geregistreerd onder [adres 1] ) maar verblijft vanwege haar geestelijke toestand permanent in [verpleeghuis] in [plaats 2] . Maandelijks moeten zowel de kosten voor de opname in het verpleeghuis als de vaste lasten voor de woning worden betaald. Dergelijke dubbele woonlasten kunnen niet worden voldaan. [eiser] heeft de kantonrechter van deze rechtbank verzocht haar machtiging te verlenen om de woning aan [adres 1] leeg te ruimen en te verkopen. Bij beschikking van 31 juli 2025 heeft de kantonrechter deze machtiging verleend.

2.2.

De woning wordt, in ieder geval vanaf 7 april 2025, bewoond door [gedaagden] [gedaagde 1] staat ingeschreven op [adres 2] en [gedaagde 2] staat ingeschreven op [adres 1] . [eiser] heeft geen toestemming gegeven voor de bewoning en er is evenmin een huurovereenkomst aangegaan. [gedaagden] verblijven zonder recht of titel in de woning, aldus [eiser]

2.3.

[eiser] heeft bij brieven van 6 juni 2025 en 17 juli 2025 de bewoner van [adres 2] gesommeerd de woning te verlaten. [gedaagde 1] heeft hieraan geen gehoor gegeven. [eiser] was toen nog niet ervan op de hoogte dat [gedaagde 2] op [adres 1] stond ingeschreven.

2.4.

Tegen de achtergrond van deze feiten vordert [eiser] – samengevat – ontruiming van de woning aan [adres 1] te [plaats 2] en betaling van de proceskosten.

3 De beoordeling

3.1.

Aangezien alle voorgeschreven formaliteiten en termijnen voor oproeping in acht zijn genomen, is tegen de niet verschenen [gedaagden] verstek verleend.

3.2.

Uit de stukken en de toelichting ter terechtzitting is genoegzaam gebleken dat het gaat om een spoedeisende zaak waarin, gelet op de belangen van [eiser] een onmiddellijke voorziening bij voorraad geboden is.

3.3.

De door het verstek van [gedaagden] onweersproken vorderingen, die de kantonrechter onrechtmatig noch ongegrond voorkomen, zullen worden toegewezen.

3.4.

De gevorderde machtiging om de ontruiming zo nodig zelf te doen uitvoeren met behulp van de sterke arm van justitie zal worden afgewezen, omdat zij ingevolge artikel 556 lid 1 en artikel 557 Rv overbodig is.

3.5.

[gedaagden] zijn in het ongelijk gesteld en moeten daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. Omdat [eiser] heeft geprocedeerd op basis van een toevoeging, zullen [gedaagden] niet worden veroordeeld tot betaling van de explootkosten en betekeningskosten. De proceskosten van [eiser] worden begroot op:

- griffierecht

€

90,00

- salaris gemachtigde

€

543,00

- nakosten

€

135,00

Totaal

€

768,00

3.6.

De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.

4 De beslissing

De kantonrechter

4.1.

veroordeelt [gedaagden] om binnen drie dagen na betekening van dit vonnis de woning aan [adres 1] met alle daarin aanwezige personen en zaken, tenzij deze zaken van [belanghebbende] zijn, te verlaten en te ontruimen en de sleutels af te geven aan [eiser] ,

4.2.

veroordeelt [gedaagden] hoofdelijk in de proceskosten van € 768,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe,

4.3.

veroordeelt [gedaagden] hoofdelijk tot betaling van de wettelijke rente over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald,

4.4.

verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,

4.5.

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. Otto en in het openbaar uitgesproken op 15 januari 2026.