Verbintenissenrecht
Kort geding - huur - ontruiming woonruimte - kantoorverbod en dwangsom
Rechtbank Limburg, 22 januari 2026
ECLI:NL:RBLIM:2026:583 · Rechtbank Limburg · 22 januari 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-limburg/civiel-recht/verbintenissenrecht/kort-geding/ecli-nl-rblim-2026-583
Zaakgegevens
Op 22 januari 2026 heeft de Rechtbank Limburg in kort geding uitspraak gedaan in een zaak over verbintenissenrecht.
- Instantie
- Rechtbank LimburgRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Maastricht
- Datum uitspraak
- 22 januari 2026
- Datum publicatie
- 21 januari 2026
- Zaaknummer
- 12013826 \ CV EXPL 25-5647
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Verbintenissenrecht
- Procedure
- Kort gedingKort gedingEen snelle procedure bij de voorzieningenrechter voor spoedeisende zaken, met een voorlopig oordeel.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBLIM:2026:583
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Kort geding - huur - ontruiming woonruimte - kantoorverbod en dwangsom
Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Maastricht
Zaaknummer: 12013826 \ CV EXPL 25-5647
Vonnis in kort geding van 22 januari 2026
in de zaak van
STICHTING KRIJTLAND WONEN,
te Simpelveld,
eisende partij,
hierna te noemen: Krijtland Wonen,
gemachtigde: mr. R.M.I. Cornelissen,
tegen
[huurder] ,
te [plaats] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [huurder] ,
niet verschenen.
1 De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het exploot van dagvaarding van 31 december 2025 met producties 1 tot en met 5;
- de mondelinge behandeling van 8 januari 2026, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt.
2 Het geschil
Krijtland Wonen verhuurt met ingang van 18 juli 2018 de woning aan [adres 1] (hierna: het gehuurde) aan [huurder] . Tussen Krijtland Wonen en [huurder] is ook een overeenkomst van warmtelevering gesloten.
Krijtland Wonen heeft vanaf april 2022 een toenemend aantal meldingen ontvangen over diverse vormen van overlast afkomstig van [huurder] . Deze klachten gaan over stankoverlast, hondenharen in de gemeenschappelijke ruimtes, geluidsoverlast veroorzaakt door met name harde muziek vanuit het gehuurde, verbale- en fysieke bedreigingen door [huurder] en hondengeblaf.
Op 4 augustus 2025 heeft [huurder] twee buren lastiggevallen en bedreigd waarna hij door de politie is meegenomen naar het politiebureau. Op 5 augustus 2025 is [huurder] , na zijn invrijheidstelling, op het kantoor van Krijtland Wonen zijn sleutels gaan ophalen en hij is daarbij boos en verbaal agressief geweest jegens medewerkers van Krijtland Wonen. Ook in augustus en september 2025 heeft Krijtland Wonen meldingen van buren ontvangen over overlast, agressief gedrag, schreeuwen en met deuren gooien.
Krijtland Wonen heeft aan [huurder] een voorstel gedaan om de huurovereenkomst te beëindigen. [huurder] heeft hierop niet gereageerd. Krijtland Wonen heeft bij dagvaardingsexploot d.d. 3 november 2025 een bodemprocedure opgestart tot ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van het gehuurde (rolnummer 112957609 CV EXPL 25-4585).
[huurder] heeft een huurachterstand laten ontstaan. Krijtland Wonen heeft [huurder] bij brief van 26 november 2025 aangemaand de huurachterstand ad € 1.345,22 te voldoen.
Bij brief van 4 december 2025 heeft Krijtland Wonen [huurder] aangemaand de openstaande stookkosten ad € 537,80 te voldoen. Op 5 december 2025 heeft [huurder] op het kantoor van Krijtland Wonen medegedeeld dat hij niets ging betalen, waarna hij tegen de heer [naam] (een medewerker van Krijtland Wonen) heeft geschreeuwd en hem heeft bedreigd. [naam] heeft [huurder] vervolgens gesommeerd naar buiten te gaan maar [huurder] heeft dit geweigerd, begon harder te schreeuwen en heeft, terwijl hij met zijn neus tegen de neus van [naam] stond, de uitlatingen “ik maak je kapot, door jou sta ik op het punt om zelfmoord te plegen, ik blaas mijn appartement op” gedaan. [huurder] heeft [naam] vervolgens in zijn gezicht gespuugd. [huurder] is, onder herhaalde bedreigingen (“ik maak je kapot”), door drie collega’s van [naam] naar buiten begeleid, waarbij [huurder] in de richting van een van hen heeft gespuugd.
In de nacht van 8 op 9 december 2025 heeft de politie vanwege een escalerende situatie de voordeur van de woning van [huurder] ingetrapt en [huurder] luid schreeuwend meegenomen.
Krijtland Wonen heeft op 11 december 2025 via haar raadsman een kantoorverbod aan [huurder] opgelegd.
Tegen de achtergrond van deze feiten vordert Krijtland Wonen – samengevat – ontruiming van het gehuurde aan [adres 1] , het opleggen van een kantoorverbod op straffe van verbeurte van een dwangsom, betaling van € 1.345,22 aan huurachterstand en € 537,80 aan openstaande stookkosten alsmede betaling van de proceskosten.
3 De beoordeling
Aangezien alle voorgeschreven formaliteiten en termijnen voor oproeping in acht zijn genomen, is tegen de niet verschenen [huurder] verstek verleend.
Uit de stukken en de toelichting ter terechtzitting is genoegzaam gebleken dat het gaat om een spoedeisende zaak waarin, gelet op de belangen van Krijtland Wonen, een onmiddellijke voorziening bij voorraad geboden is.
De door het verstek van [huurder] onweersproken vorderingen, die de kantonrechter onrechtmatig noch ongegrond voorkomen, zullen worden toegewezen, met dien verstande dat [huurder] zal worden veroordeeld het gehuurde te ontruimen op een termijn van veertien dagen na betekening van het vonnis. De kantonrechter is van oordeel dat dit een redelijke termijn is om aan de veroordeling te voldoen.
Ten aanzien van het gevorderde kantoorverbod overweegt de kantonrechter als volgt. Een gebiedsverbod vormt een inbreuk op het aan eenieder toekomende recht om zich vrijelijk te bewegen. Voor het toewijzen van een zo ingrijpende maatregel moet sprake zijn van in hoge mate aannemelijke feiten en omstandigheden die zo’n inbreuk kunnen rechtvaardigen. Op grond van de processtukken en de toelichting ter zitting is vast komen te staan dat [huurder] agressief jegens een medewerker van Krijtland Wonen is geweest en hem heeft bedreigd. De medewerker heeft hiervan aangifte gedaan en [huurder] moet hierover verantwoording bij de politierechter afleggen. De kantonrechter is van oordeel dat deze feiten en omstandigheden een dergelijke inbreuk in voldoende mate rechtvaardigen. Gelet op de eisen van proportionaliteit is het redelijk om het kantoorverbod op te leggen op de wijze zoals door Krijtland Wonen gevorderd. Oplegging van een dwangsom, als stimulans tot nakoming van het kantoorverbod, is aangewezen.
[huurder] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Krijtland Wonen worden begroot op:
|
- kosten van de dagvaarding |
€ |
145,45 |
|
|
- griffierecht |
€ |
397,00 |
|
|
- salaris gemachtigde |
€ |
543,00 |
|
|
- nakosten |
€ |
135,00 |
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing) |
|
Totaal |
€ |
1.220,45 |
4 De beslissing
De kantonrechter
veroordeelt [huurder] om binnen veertien dagen na betekening van dit vonnis de woning aan [adres 1] te ontruimen en te verlaten met alle daarin aanwezige personen en zaken, tenzij deze zaken van Krijtland Wonen zijn, en de sleutels af te geven aan Krijtland Wonen,
verbiedt [huurder] om gedurende twaalf maanden na betekening van dit vonnis zich te begeven naar en/of zich te bevinden in het kantoor van Krijtland Wonen en de daarbij behorende parkeerplaats aan [adres 2] ,
veroordeelt [huurder] om aan Krijtland Wonen een dwangsom te betalen van € 500,00 voor iedere keer dat hij niet aan de onder 4.2 uitgesproken veroordeling voldoet, tot een maximum van € 10.000,00 is bereikt,
veroordeelt [huurder] om te betalen aan Krijtland Wonen € 1.345,22 aan huurachterstand en € 537,80 aan openstaande stookkosten,
veroordeelt [huurder] in de proceskosten van € 1.220,45, te vermeerderen met de kosten van betekening voor het geval het vonnis wordt betekend,
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. Drenth en in het openbaar uitgesproken op 22 januari 2026.