Verbintenissenrecht
Kort geding. Huur. Ondanks bereidheid tot betaling, toch ontruiming gehuurde toegewezen vanwege forse…
Rechtbank Limburg, 17 juli 2026
ECLI:NL:RBLIM:2026:7019 · Rechtbank Limburg · 17 juli 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-limburg/civiel-recht/verbintenissenrecht/kort-geding/ecli-nl-rblim-2026-7019
Zaakgegevens
Op 17 juli 2026 heeft de Rechtbank Limburg in kort geding uitspraak gedaan in een zaak over verbintenissenrecht.
- Instantie
- Rechtbank LimburgRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Roermond
- Datum uitspraak
- 17 juli 2026
- Datum publicatie
- 15 juli 2026
- Zaaknummer
- 12274204 CV EXPL 26-3185
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Verbintenissenrecht
- Procedure
- Kort gedingKort gedingEen snelle procedure bij de voorzieningenrechter voor spoedeisende zaken, met een voorlopig oordeel.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBLIM:2026:7019
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Kort geding. Huur. Ondanks bereidheid tot betaling, toch ontruiming gehuurde toegewezen vanwege forse huurachterstand. Partijen kunnen onderling eventueel nog regeling treffen.
Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Roermond
Zaaknummer: 12274204 \ CV EXPL 26-3185
Vonnis in kort geding van 17 juli 2026
in de zaak van
NOUWEN VASTGOED B.V.,
gevestigd te Heythuysen, gemeente Leudal,
eisende partij,
hierna te noemen: Nouwen Vastgoed BV,
gemachtigde: mr. S.M.E. Janssen,
tegen
[huurder] ,
wonende te [plaats] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [huurder] ,
procederend in persoon.
1 De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding;
- de producties van Nouwen Vastgoed B.V.;
- de mondelinge behandeling van 10 juli 2026.
2 De feiten
Nouwen Vastgoed BV is eigenaar van de percelen gelegen aan [adres 1] en [adres 2] te [plaats] , gemeente Weert.
Tussen partijen bestaat een huurovereenkomst betrekking hebbend op de zelfstandige woonruimtes met inbegrip van de omliggende percelen aan [adres 1] en [adres 2] te [plaats] .
De huur is ingegaan op 1 januari 2026 en de huurprijs bedraagt € 3.750,00 per maand. De waarborgsom bedraagt € 7.500,00.
[huurder] heeft tot dusver nog geen huur betaald en van de waarborgsom is enkel € 2.000,00 betaald.
3 Het geschil
Nouwen Vastgoed B.V. vordert bij vonnis voor zoveel mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:
Primair:
I. [huurder] te veroordelen het gehuurde aan [adres 1] en [adres 2] te [plaats] binnen vijf dagen na betekening van het te wijzen vonnis te ontruimen, met alle personen en zaken die zich daar bevinden en het gehuurde met alle sleutels te beschikking te stellen van Nouwen Vastgoed BV;
II. [huurder] te veroordelen tot betaling aan Nouwen Vastgoed BV van onderstaande bedragen, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 16 april 2026, althans de dag van dagvaarding:
a. € 22.500,00 aan huurachterstand;
b. € 3.750,00 per maand, of gedeelte van een maand, ingaande per 1 juli 2026 tot de dag van ontruiming,
Subsidiair:
III. [huurder] te veroordelen tot betaling aan Nouwen Vastgoed BV van onderstaande bedragen, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 16 april 2026, althans de dag van dagvaarding:
a. € 22.500,00 aan huurachterstand;
b. € 3.750,00 per maand, of gedeelte van een maand, ingaande per 1 juli 2026 tot de dag van ontruiming;
c. € 5.500,00 aan waarborgsom,
Primair en subsidiair:
IV. [huurder] te veroordelen in de kosten van deze procedure, met begroting van de nakosten, te vermeerderen met de wettelijke rente over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na dagtekening van dit vonnis is betaald.
[huurder] erkent de gestelde huurachterstand en verschuldigdheid van de deels onbetaald gelaten waarborgsom. Hij stelt betaling in het vooruitzicht.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.
4 De beoordeling
De kantonrechter stelt in dit kader voorop dat een bij voorlopige voorziening bevolen ontruiming een maatregel is, die diep ingrijpt in het gebruiksrecht en de daarmee verbonden huurbescherming van de huurder. Bij de beoordeling van een dergelijke vordering moet - volgens vaste jurisprudentie - grote terughoudendheid worden betracht, gelet op de omstandigheid dat in een kortgedingprocedure geen plaats is voor een
- diepgaand - onderzoek naar bestreden feiten en gezien de vergaande, veelal onomkeerbare gevolgen van een ontruiming in kort geding, zoals in deze zaak aan de orde is.
[huurder] erkent dat hij nog geen huur heeft betaald. Hij omschrijft de omstandigheden hoe dit zo is gekomen.
De kantonrechter is ter gelegenheid van de mondelinge behandeling genoegzaam duidelijk geworden dat Nouwen Vastgoed BV graag wil verhuren en [huurder] graag wil huren. [huurder] zou liefst wat minder willen huren tegen een aangepaste huurprijs en gaat daarover met Nouwen Vastgoed BV in overleg. Ook heeft [huurder] verklaard in staat te zijn per 1 augustus 2026 de lopende huur te voldoen en toegezegd een bedrag van € 15.000,00 uiterlijk op 31 augustus 2026 te zullen voldoen.
Gelet op de forse huurachterstand zal de kantonrechter de vordering van Nouwen Vastgoed BV wel toewijzen. Het is dan aan partijen om verdere afspraken te maken, waarmee een mogelijke ontruiming, bij correcte nakoming van die afspraken, kan worden voorkomen. Wanneer het tot een ontruiming komt, zal er een redelijke ontruimingstermijn van veertien dagen gehanteerd moeten worden.
Nu de primaire vordering van Nouwen Vastgoed BV zal worden toegewezen, wordt aan beoordeling van de subsidiaire vordering niet toegekomen.
[huurder] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Nouwen Vastgoed B.V. worden begroot op:
|
- kosten van de dagvaarding |
€ |
126,46 |
|
|
- griffierecht |
€ |
1.504,00 |
|
|
- salaris gemachtigde |
€ |
865,00 |
|
|
- nakosten |
€ |
144,00 |
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing) |
|
Totaal |
€ |
2.639,46 |
De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.
5 De beslissing
De kantonrechter
veroordeelt [huurder] om binnen veertien dagen na betekening van dit vonnis het gehuurde aan [adres 1] en [adres 2] te [plaats] te ontruimen, met alle daarin aanwezige personen en zaken, tenzij deze zaken van Nouwen Vastgoed B.V. zijn, en de sleutels af te geven aan Nouwen Vastgoed B.V.,
veroordeelt [huurder] om te betalen aan Nouwen Vastgoed B.V.:
a. a) € 22.500,00 aan huurachterstand tot en met juni 2026,
b) € 3.750,00 per maand, of gedeelte van een maand, ingaande per 1 juli 2026 tot de dag van ontruiming,
veroordeelt [huurder] in de proceskosten van € 2.639,46, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [huurder] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
veroordeelt [huurder] tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald,
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
|
Dit vonnis is gewezen door mr. Dohmen en in het openbaar uitgesproken op 17 juli 2026. |
||