Verbintenissenrecht

Huur woonruimte. Tijdens mondelinge behandeling afspraak gemaakt voor inspectie van het gehuurde. Vonnis als…

Rechtbank Limburg, 24 juli 2026

Zaakgegevens

Op 24 juli 2026 heeft de Rechtbank Limburg in kort geding uitspraak gedaan in een zaak over verbintenissenrecht.

Instantie
Rechtbank Limburg
Zittingsplaats
Maastricht
Datum uitspraak
24 juli 2026
Datum publicatie
21 juli 2026
Zaaknummer
12254260 \ CV EXPL 26-3027
Procedure
Kort geding
ECLI
ECLI:NL:RBLIM:2026:7349
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Huur woonruimte. Tijdens mondelinge behandeling afspraak gemaakt voor inspectie van het gehuurde. Vonnis als stok achter de deur. Vordering tot medewerking aan inspectie van het gehuurde en tijdelijke ontruiming van het gehuurde toegewezen.

Uitspraak

RECHTBANK LIMBURG

Civiel recht

Kantonrechter

Zittingsplaats Maastricht

Zaaknummer: 12254260 \ CV EXPL 26-3027

Vonnis in kort geding van 24 juli 2026

in de zaak van

STICHTING WOONPUNT,

te Maastricht,

eisende partij,

hierna te noemen: Woonpunt,

gemachtigde: mr. A. Ekkel,

tegen

[huurder] ,

te [plaats] ,

gedaagde partij,

hierna te noemen: [huurder] ,

procederend in persoon.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het exploot van dagvaarding van 9 juni 2026 met producties 1 tot en met 9;

- de e-mail van Woonpunt met 1 bijlage die bij de rechtbank is binnengekomen op 11 juli 2026 om 10:02 uur;

- de mondelinge behandeling van 13 juli 2026, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt;

- het proces-verbaal van de op de mondelinge behandeling van 13 juli 2026 door partijen gemaakte afspraak.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald

2 De feiten

2.1.

Woonpunt verhuurt aan [huurder] de zelfstandige woning gelegen aan de [adres] te [plaats] (hierna: het gehuurde). Op de huurovereenkomst zijn de Algemene Voorwaarden huurovereenkomst zelfstandige woonruimte d.d. 1 januari 2016 van toepassing (hierna: de algemene voorwaarden).

2.2.

Op 2 februari 2026 heeft Woonpunt van een aannemer die werkzaamheden in het gehuurde heeft verricht, een melding ontvangen over dat het gehuurde ernstig is vervuild.

2.3.

Woonpunt heeft geprobeerd om vrijwillige toegang te krijgen tot het gehuurde. Dat is om diverse redenen niet gelukt.

3 Het geschil

3.1.

Woonpunt vordert – samengevat – dat de voorzieningenrechter bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:

Primair

  1. [huurder] zal veroordelen om binnen drie dagen na betekening van dit vonnis haar volledige en onvoorwaardelijke medewerking te verlenen aan een inspectie van het gehuurde, daaronder begrepen het verschaffen van toegang tot het gehuurde aan Woonpunt en de door haar ingeschakelde derden, teneinde de staat van de woning te kunnen beoordelen;

  2. [huurder] zal veroordelen om het gehuurde binnen drie dagen na betekening van dit vonnis tijdelijk, dat wil zeggen voor de duur van de inspectie – welke duur in beginsel maximaal 2 uur zal bedragen – en voor zover noodzakelijk voor de uitvoering daarvan, te ontruimen zodat Woonpunt de inspectie ongestuurd kan uitvoeren;

Subsidiair

een zodanige voorziening zal treffen als de voorzieningenrechter in goede justitie vermeent te behoren;

Primair en subsidiair

[huurder] zal veroordelen in de proceskosten.

3.2.

Woonpunt legt aan haar vorderingen de stelling ten grondslag dat [huurder] haar medewerking moet verlenen aan een inspectie van het gehuurde omdat er voldoende concrete aanwijzingen zijn dat het gehuurde niet naar behoren wordt gebruikt en onderhouden.

3.3.

[huurder] voert verweer. Zij wil Woonpunt na de zomervakantie van de kinderen toegang geven tot het gehuurde.

3.4.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 De beoordeling

4.1.

Tijdens de mondelinge behandeling is afgesproken dat [huurder] op 23 juli 2026 om 11:00 uur toegang en gelegenheid biedt aan mevrouw [persoon] en een opzichter van Woonpunt en nog één persoon van [bedrijf] tot het gehuurde om het gehuurde te inspecteren en de kozijnen in te meten. [huurder] heeft tevens ingestemd met het wijzen van een vonnis waarmee zij gedwongen kan worden daaraan haar medewerking te verlenen, als zij op 23 juli 2026 die afspraak niet nakomt. Woonpunt heeft toegezegd dat zij dit vonnis niet ten uitvoer zal leggen als [huurder] deze afspraak wel nakomt. De kantonrechter zal dit ook in het dictum opnemen.

4.2.

De vorderingen van Woonpunt worden toegewezen. Woonpunt heeft namelijk een spoedeisend belang hierbij gelet op de mogelijke onhygiënische situatie in het gehuurde die een risico kan zijn voor de gezondheid van [huurder] en haar drie minderjarige kinderen en de omwonenden. Ook heeft Woonpunt met de melding van de aannemer voldoende aannemelijk gemaakt dat er concrete en zorgwekkende signalen zijn over of [huurder] het gehuurde als goed huurder gebruikt en of zij voldoet aan de op haar rustende onderhoudsverplichting. Beide verplichtingen zijn opgenomen in respectievelijk artikel 7.3 en artikel 7.7 van de algemene voorwaarden. In verband met de controle op de naleving van die verplichtingen is [huurder] verplicht om Woonpunt in het gehuurde toe te laten. Dat staat in artikel 7.12 van de algemene voorwaarden.

4.3.

[huurder] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Woonpunt worden begroot op:

- kosten van de dagvaarding

€

153,02

- griffierecht

€

139,00

- salaris gemachtigde

€

865,00

- nakosten

€

144,00

(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)

Totaal

€

1.301,02

5 De beslissing

De kantonrechter

5.1.

veroordeelt [huurder] om binnen drie dagen na betekening van dit vonnis, volledige en onvoorwaardelijke medewerking te verlenen aan een inspectie van het gehuurde, daaronder begrepen het verschaffen van toegang tot het gehuurde aan Woonpunt en de door Woonpunt ingeschakelde derden, teneinde de staat van het gehuurde te kunnen beoordelen;

5.2.

veroordeelt [huurder] om binnen drie dagen na betekening van dit vonnis, het gehuurde tijdelijk, voor de duur van de onder 3.1 van dit vonnis genoemde inspectie, en voor zover dat noodzakelijk is voor de uitvoering van de onder 3.1. van dit vonnis genoemde inspectie, te ontruimen met alle daarin aanwezige personen en zaken, tenzij deze zaken van Woonpunt zijn,

5.3.

veroordeelt [huurder] in de proceskosten van € 1.301,02, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening,

5.4.

verstaat dat Woonpunt dit vonnis niet zal executeren als [huurder] Woonpunt en de door haar meegenomen persoon van [bedrijf] op 23 juli 2026 om 11:00 uur voldoende in de gelegenheid heeft gesteld om de woning te inspecteren en de kozijnen in te meten,

5.5.

verklaart dit vonnis wat betreft de onder 5.1, 5.2 en 5.3 genoemde beslissingen uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. Bisscheroux en in het openbaar uitgesproken op 24 juli 2026.