Belastingrecht
Rechtbank Midden-Nederland · Eerste aanleg - enkelvoudig · Belastingrecht
Rechtbank Midden-Nederland, 27 maart 2023
ECLI:NL:RBMNE:2023:1544 · Rechtbank Midden-Nederland · 27 maart 2023
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-midden-nederland/bestuursrecht/belastingrecht/eerste-aanleg-enkelvoudig/ecli-nl-rbmne-2023-1544
Zaakgegevens
Op 27 maart 2023 heeft de Rechtbank Midden-Nederland in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over belastingrecht.
- Instantie
- Rechtbank Midden-NederlandRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Utrecht
- Datum uitspraak
- 27 maart 2023
- Datum publicatie
- 6 april 2023
- Zaaknummer
- UTR 21/2313 tot en met UTR 21/2328
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Belastingrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudigEnkelvoudige kamerDe zaak is behandeld door één rechter.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBMNE:2023:1544
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
beroep niet-ontvankelijk
Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 21/2313 tot en met UTR 21/2328
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van 27 maart 2023 december in de zaak tussen
Mr. D.A.N. Bartels MRE, veronderstellenderwijs handelend namens [eiseres] B.V., te [vestigingsplaats] , eiseres,
en
de heffingsambtenaar van de Belastingsamenwerking gemeenten & hoogheemraadschap [gemeente], verweerder
(gemachtigde: R. Janmaat).
Procesverloop
In de beschikking van 29 februari 2020 heeft verweerder op grond van de Wet waardering onroerende zaken (Wet WOZ) de waarde van 16 onroerende zaken voor het belastingjaar 2020 vastgesteld naar de waardepeildatum 1 januari 2019.
Bartels is namens [eiseres] B.V. tegen de beschikking in bezwaar gegaan. In de uitspraak op bezwaar van 26 maart 2021 heeft verweerder het bezwaar ongegrond verklaard.
Bartels heeft tegen de uitspraak op bezwaar beroep ingesteld. Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.
De zaak is behandeld op de digitale zitting van 27 maart 2023. Bartels was daarbij aanwezig. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door haar gemachtigde, R. Janmaat, vergezeld door [A] en [B] (taxateurs van verweerder).
Na afloop van de zitting heeft de rechtbank onmiddellijk uitspraak gedaan, waarbij is gewezen op de mogelijkheid om daartegen in hoger beroep te gaan.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Overwegingen
1. Het beroep is ingesteld door Bartels.
2. De rechtbank heeft bij brief van 1 juni 2021 Bartels bericht dat het beroep niet voldoet aan de gestelde voorwaarden. De rechtbank heeft hem daarom in de gelegenheid gesteld om binnen vier weken de volgende stukken alsnog toe te sturen:
- een schriftelijke machtiging waaruit blijkt dat deze machtiging zich uitstrekt tot het verrichten van proceshandelingen en het aanwenden van rechtsmiddelen;
- een uittreksel uit het handelsregister (eventueel meerdere uittreksels van bovenliggende rechtspersonen) waaruit blijkt wie als bevoegd bestuurder gerechtigd is beroep in te stellen;
- een kopie van de statuten.
3. In de brief is nadrukkelijk vermeld dat de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk kan verklaren, indien het geconstateerde verzuim niet tijdig wordt hersteld.
4. Bartels heeft bij brief van 21 juni 2021 gereageerd op de brief van 1 juni 2021 en heeft de volgende stukken overgelegd:
- een ondertekende volmacht, gedateerd “februari/maart/april 2021”, waarin [C] Bartels machtigt om (onder meer) beroep in te stellen;
- een uittreksel uit het handelsregister van 21 juni 2021, waaruit blijkt dat de bestuurders van [eiseres] B.V. zijn: [bestuurder 1] en [bestuurder 2] ;
- een kopie van de akte van fusie van 13 augustus 2014 tussen [eiseres] B.V. als verkrijgende vennootschap en [bedrijf] B.V. als verdwijnende vennootschap.
5. De rechtbank kan op basis van deze stukken niet vaststellen dat [C] bevoegd bestuurder is en gerechtigd is om namens [eiseres] B.V. beroep in te stellen. Hij is anders dan [bestuurder 1] en [bestuurder 2] geen bestuurder. Daardoor is ook niet aangetoond dat Bartels bevoegd is om namens [eiseres] B.V. beroep in te stellen.
6. Bartels heeft op de zitting betwist dat hij de brief van 1 juni 2021 heeft ontvangen, maar die betwisting vindt de rechtbank ongeloofwaardig. Bartels heeft met de brief van 21 juni 2021 immers de door de rechtbank gevraagde – maar incomplete – stukken toegestuurd, kort na de brief van de rechtbank.
7. Dat betekent dat er in deze beroepsprocedure geen toereikende machtiging is overgelegd, terwijl Bartels wel in de gelegenheid is gesteld om dat verzuim te herstellen. De rechtbank komt dus niet toe aan een inhoudelijke beoordeling van het beroep.
8. Bartels heeft verzocht om vergoeding van immateriële schade, omdat de procedure over de belastingaanslag onredelijk lang heeft geduurd. Uit het voorgaande volgt dat de rechtbank niet heeft kunnen vaststellen dat [eiseres] B.V. beroep wenste in te stellen en een procedure wilde starten. Om die reden kan ook niet worden vastgesteld dat [eiseres] B.V. immateriële schade heeft geleden in de vorm van spanning en frustratie. De rechtbank wijst het verzoek om schadevergoeding daarom af.
9. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Deze uitspraak is gedaan door mr. J. Wolbrink, rechter, in aanwezigheid van A. Kasi, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 27 maart 2023.
griffier rechter
Afschrift verzonden aan partijen op:
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Als u het niet eens bent met deze uitspraak kunt u binnen zes weken na de dag waarop het proces-verbaal van deze uitspraak is verzonden hoger beroep instellen bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. Dit proces-verbaal is verzonden op de stempeldatum die hierboven staat.