Belastingrecht
Parkeerbelasting. Beroep gegrond. Verweerder heeft bezwaar alsnog gegrond verklaard. Procekostenveroordeling.
Rechtbank Midden-Nederland, 6 april 2023
ECLI:NL:RBMNE:2023:1909 · Rechtbank Midden-Nederland · 6 april 2023
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-midden-nederland/bestuursrecht/belastingrecht/eerste-aanleg-enkelvoudig/ecli-nl-rbmne-2023-1909
Zaakgegevens
Op 6 april 2023 heeft de Rechtbank Midden-Nederland in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over belastingrecht.
- Instantie
- Rechtbank Midden-NederlandRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Utrecht
- Datum uitspraak
- 6 april 2023
- Datum publicatie
- 21 april 2023
- Zaaknummer
- UTR_22_5425
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Belastingrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudigEnkelvoudige kamerDe zaak is behandeld door één rechter.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBMNE:2023:1909
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Parkeerbelasting. Beroep gegrond. Verweerder heeft bezwaar alsnog gegrond verklaard. Procekostenveroordeling.
Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 22/5425
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 6 april 2023 in de zaak tussen
[eiser] , uit [woonplaats] , eiser
(gemachtigde: N.G.A. Voorbach),
en
de heffingsambtenaar van de gemeente Woerden
(gemachtigde: mr. F. Darar).
Procesverloop
Verweerder heeft aan eiser op 21 augustus 2022 een naheffingsaanslag parkeerbelasting met aanslagnummer [aanslagnummer] (de naheffingsaanslag) opgelegd van € 68,50, wegens het parkeren met een auto, merk Volkswagen, kenteken [kenteken] , op een zogenaamde gefiscaliseerde parkeerplaats op de Specht in Nieuwegein, zonder dat de verschuldigde parkeerbelasting was voldaan.
Bij uitspraak op bezwaar van 10 november 2022 heeft verweerder het bezwaar van eiser ongegrond verklaard.
Eiser heeft tegen de uitspraak op bezwaar beroep ingesteld.
Verweerder heeft 30 januari 2023 een verweerschrift ingediend.
Verweerder heeft het bezwaar van eiser bij brief van 16 maart 2023 alsnog gegrond verklaard en de naheffingsaanslag ingetrokken. Verweerder heeft zich bereid verklaard om een bedrag van € 50,- aan griffierecht en een bedrag van € 714,50 aan proceskosten voor het indienen van het bezwaarschrift, het deelnemen aan de hoorzitting en het indienen van het beroepschrift te vergoeden (een totaalbedrag van € 764,50).
Eiser heeft per e-mailbericht van 18 maart 2023 toegezegd het beroep te zullen intrekken indien voornoemd totaalbedrag vóór de zitting op haar rekening is bijgeschreven.
De rechtbank heeft het beroep op 22 maart 2023 op zitting behandeld via MS Teams. Eiser en verweerder zijn, zonder bericht van verhindering, niet op de zitting verschenen. Op de zitting is niet gebleken dat verweerder een geldbedrag € 764,50 aan eiser heeft overgemaakt.
Overwegingen
2. Verweerder is eiser in zijn brief van 16 maart 2023 volledig in zijn beroep tegemoetgekomen. De rechtbank verklaart het beroep daarom gegrond. De rechtbank bepaalt dat verweerder aan eiser het door hem betaalde griffierecht ten bedrage van € 50,- vergoedt. Verder ziet de rechtbank aanleiding om verweerder te veroordelen in de proceskosten die eiser in verband met de behandeling van het beroep redelijkerwijs heeft moeten maken. Deze kosten stelt de rechtbank op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op
€ 714,50 (1 punt voor het indienen van het bezwaarschrift, 1 punt voor het bijwonen van de hoorzitting en 1 punt voor het indienen van het beroepschrift met een wegingsfactor 0,5 omdat het gaat om een parkeerbelastingzaak).
Beslissing
De rechtbank:
- verklaart het beroep gegrond;
- bepaalt dat verweerder het griffierecht van € 50,- aan eiser moet vergoeden;
- veroordeelt verweerder tot betaling van € 714,50 aan proceskosten aan eiser.
Deze uitspraak is gedaan door mr. J.G. Nicholson, rechter, in aanwezigheid van mr. J.M.T. Bouwman, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 6 april 2023.
De griffier is verhinderd
deze uitspraak te ondertekenen.
|
griffier |
rechter |
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.