Belastingrecht
Pv Mondeling, leges, vooroverlegplan. Naar het oordeel van de rechtbank was het voortraject niet zo…
Rechtbank Midden-Nederland, 19 juni 2026
ECLI:NL:RBMNE:2026:4002 · Rechtbank Midden-Nederland · 19 juni 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-midden-nederland/bestuursrecht/belastingrecht/eerste-aanleg-enkelvoudig/ecli-nl-rbmne-2026-4002
Zaakgegevens
Op 19 juni 2026 heeft de Rechtbank Midden-Nederland in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over belastingrecht.
- Instantie
- Rechtbank Midden-NederlandRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Utrecht
- Datum uitspraak
- 19 juni 2026
- Datum publicatie
- 6 juli 2026
- Zaaknummer
- UTR 25/5849
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Belastingrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudigEnkelvoudige kamerDe zaak is behandeld door één rechter.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBMNE:2026:4002
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Pv Mondeling, leges, vooroverlegplan. Naar het oordeel van de rechtbank was het voortraject niet zo onduidelijk dat eiseres hierdoor op het verkeerde been is gezet. Eiseres heeft daadwerkelijk een aanvraag gedaan en de gemeente heeft daadwerkelijk onderzoek verricht naar de mogelijkheden op het perceel. Het verschuldigde bedrag aan leges volgt uit de Verordening. De rechtbank komt daarom tot het oordeel dat de heffingsambtenaar de leges terecht in rekening heeft gebracht. De beroepsgronden slagen niet. Het beroep is ongegrond. Daarom bestaat er geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 25/5849
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiseres] , uit [plaats] , eiseres,
(gemachtigde: mr. S.C.M. Suijkerbuijk),
en
De heffingsambtenaar van de gemeente Stichtse Vecht, verweerder,
(gemachtigde: mr. R.S.L. Orie)
Procesverloop
1. De heffingsambtenaar heeft op 1 april 2025 aan eiseres de aanslag in leges van € 4.815,10 opgelegd (de aanslag) voor het in behandeling nemen van een aanvraag vooroverlegplan. Eiseres heeft bezwaar gemaakt tegen de aanslag.
De heffingsambtenaar heeft met de uitspraak op bezwaar van 25 augustus 2025 (het bestreden besluit) het bezwaar van eiseres ongegrond verklaard.
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. De heffingsambtenaar heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.
De rechtbank heeft het beroep op 19 juni 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiseres, vergezeld door [A] en de gemachtigde van eiseres. De gemachtigde van de heffingsambtenaar is niet verschenen.
Na afloop van zitting heeft de rechtbank onmiddellijk uitspraak gedaan.
Beslissing
2. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Overwegingen
De rechtbank stelt vast dat eiseres een mini glamping aan de [adres] in [plaats] (gemeente Stichtse Vecht) wilde realiseren en daarom in contact is getreden met de gemeente Stichtse Vecht (de gemeente). Tussen eiseres en een ambtenaar van de gemeente heeft uitgebreid contact per e-mail plaatsgevonden vanaf juli 2024. In het e-mailbericht van 6 september 2024 aan eiseres geeft de ambtenaar informatie over een omgevingsvergunning strijdig gebruik (een buitensplanse omgevingsplanactiviteit, BOPA), de wetgeving en kosten. Met het e-mailbericht van 11 september 2024 wordt aan eiseres informatie gegeven over de procedure van het vooroverlegplan, de behandeltermijn en het bedrag aan leges (kosten, € 4.815,10) voor een vooroverlegplan. Er wordt met een link verwezen naar de legesverordening. Eiseres heeft vervolgens op 14 oktober 2024 een aanvraag vooroverlegplan ingediend.
3.2 De rechtbank overweegt dat uit de Verordening leges gemeente Stichtse Vecht 2024 (hierna: de Verordening) volgt dat als iemand een aanvraag indient, deze in behandeling wordt genomen en dat degene dan leges is verschuldigd. Het bedrag is vastgelegd in de tarieventabel die deel uitmaakt van de Verordening. Het is de rechtbank niet gebleken dat eiseres de gemeente na het indienen van de aanvraag heeft geïnformeerd dat de aankoop van het perceel alsnog niet doorging, zodat de gemeente de mogelijkheid zou hebben gehad om de aangevraagde werkzaamheden niet uit te voeren en wellicht niet het (volledige bedrag aan) leges in rekening had hoeven te brengen. Uit de brief van 6 februari 2025 blijkt dat de gemeente daadwerkelijk diverse onderzoeken heeft verricht naar de mogelijke haalbaarheid voor het verlenen van een omgevingsvergunning.
Naar het oordeel van de rechtbank was het voortraject niet zo onduidelijk dat eiseres hierdoor op het verkeerde been is gezet. Eiseres heeft daadwerkelijk een aanvraag gedaan en de gemeente heeft daadwerkelijk onderzoek verricht naar de mogelijkheden op het perceel. Het verschuldigde bedrag aan leges volgt uit de Verordening. De rechtbank komt daarom tot het oordeel dat de heffingsambtenaar de leges terecht in rekening heeft gebracht. De beroepsgronden slagen niet. Het beroep is ongegrond. Daarom bestaat er geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
4. Partijen zijn gewezen op de mogelijkheid om tegen de mondelinge uitspraak in hoger beroep te gaan op de hieronder omschreven wijze.
Deze uitspraak is gedaan door mr. J.W. Veenendaal, rechter, in aanwezigheid van
mr.R. van Manen, griffier in het openbaar op 19 juni 2026.
|
griffier |
rechter |
Afschrift verzonden aan partijen op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop dit proces-verbaal is bekendgemaakt.
Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden (belastingkamer), Locatie Arnhem, Postbus 9030, 6800 EM Arnhem.
Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.