Belastingrecht

Na vernietiging van de naheffingsaanslag, geen procesbelang meer

Rechtbank Midden-Nederland, 15 juni 2026

Zaakgegevens

Op 15 juni 2026 heeft de Rechtbank Midden-Nederland in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over belastingrecht.

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Zittingsplaats
Utrecht
Datum uitspraak
15 juni 2026
Datum publicatie
27 augustus 2026
Zaaknummer
24/2786
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI
ECLI:NL:RBMNE:2026:5935
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Na vernietiging van de naheffingsaanslag, geen procesbelang meer

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Zittingsplaats Utrecht

Bestuursrecht

zaaknummer: UTR 24/2786


uitspraak van de enkelvoudige kamer van 19 juni 2026 in de zaak tussen


[eiser] , uit [plaats] , eiser

en

de heffingsambtenaar van de Belastingsamenwerking gemeenten & hoogheemraadschap Utrecht (de heffingsambtenaar), verweerder.

Inleiding

  1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiser tegen de uitspraak op bezwaar van de heffingsambtenaar van 4 maart 2024.

  2. De heffingsambtenaar heeft op 7 februari 2024 aan eiser een naheffingsaanslag parkeerbelasting opgelegd met aanslagnummer [nummer] . De naheffingsaanslag is opgelegd wegens het niet betalen van parkeerbelasting op 25 januari 2024 om 23:29 uur. Eiser heeft hier bezwaar tegen gemaakt.

  3. De heffingsambtenaar heeft, met de uitspraak op bezwaar van 4 maart 2024, de naheffingsaanslag uit vernietigd, omdat achteraf is gebleken dat eiser wel degelijk de parkeerbelasting had voldaan. Eiser heeft hiertegen beroep ingesteld. De heffingsambtenaar heeft een verweerschrift ingediend.

  4. De griffier heeft op 12 mei 2026 eiser telefonisch gesproken, omdat de naheffingsaanslag al is vernietigd. Eiser heeft medegedeeld dat het beroep niet voortgezet hoeft te worden. Hij heeft toegezegd een intrekkingsverklaring te zullen toesturen.

  5. De rechtbank heeft het beroep op 19 mei 2025 op zitting behandeld. Op zitting is niemand verschenen.

Beoordeling door de rechtbank

Procesbelang

6. De rechtbank stelt vast dat eiser geen intrekkingsverklaring heeft verstuurd. Hierdoor blijft het beroep gehandhaafd.

7. De rechtbank is van oordeel dat eiser geen procesbelang meer heeft in deze zaak. Er bestaat namelijk geen inhoudelijk geschil meer over de juistheid de naheffingsaanslag en heeft eiser bereikt wat hij wilde bereiken. De naheffingsaanslag is immers vernietigd. Gelet daarop is het beroep niet-ontvankelijk.

Conclusie en gevolgen

8. Gelet op wat hiervoor is overwogen, is het beroep niet-ontvankelijk. Eiser krijgt daarom het griffierecht niet terug. Hij krijgt ook geen vergoeding van de proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.

Deze uitspraak is gedaan door mr. J.W. Veenendaal, rechter, in aanwezigheid van mr. C. Deve, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 19 juni 2026.

griffier

rechter

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is bekendgemaakt.

Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden (belastingkamer), Locatie Arnhem, Postbus 9030, 6800 EM Arnhem.

Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.