Belastingrecht
Kennelijk niet-ontvankelijk, geen machtiging
Rechtbank Midden-Nederland, 25 augustus 2026
ECLI:NL:RBMNE:2026:6097 · Rechtbank Midden-Nederland · 25 augustus 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-midden-nederland/bestuursrecht/belastingrecht/eerste-aanleg-enkelvoudig/ecli-nl-rbmne-2026-6097
Zaakgegevens
Op 25 augustus 2026 heeft de Rechtbank Midden-Nederland in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over belastingrecht.
- Instantie
- Rechtbank Midden-NederlandRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Utrecht
- Datum uitspraak
- 25 augustus 2026
- Datum publicatie
- 2 september 2026
- Zaaknummer
- UTR 26/893
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Belastingrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudigEnkelvoudige kamerDe zaak is behandeld door één rechter.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBMNE:2026:6097
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Kennelijk niet-ontvankelijk, geen machtiging
Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 26/893
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 25 augustus 2026 in de zaak tussen
mr. I.N.D.J. Rissema veronderstellenderwijs handelend namens [eiser] , te [plaats] ,
en
de heffingsambtenaar van de gemeente Almere.
Procesverloop
Deze uitspraak gaat over het beroep dat mr. I.N.D.J. Rissema (Rissema) heeft ingediend op 26 januari 2026 tegen het besluit van verweerder van 19 december 2025.
Overwegingen
1. De rechtbank nodigt partijen niet uit voor een zitting, omdat dat in de zaak niet nodig is. Het beroepschrift voldoet niet aan de wettelijke eisen, waardoor de rechtbank de zaak niet inhoudelijk kan behandelen. Hieronder legt de rechtbank dat verder uit.
2. Iemand die namens een ander in beroep gaat, moet als de rechtbank daar om vraagt, een (ondertekende) machtiging indienen waar in staat dat hij dat namens die ander mag doen. Dit staat in artikel 8:24 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Als dat niet gebeurt is de hoofdregel dat de rechtbank het beroep niet inhoudelijk mag behandelen. Soms is dat anders. Dan is er een geldige reden waarom er geen (ondertekende) machtiging is ingediend. Het gaat dan om omstandigheden waar men niets aan kan doen.
3. De bestuursrechter is niet verplicht te motiveren waarom hij een recente machtiging en/of legitimatie van de volmachtgever vraagt.
4. De rechtbank heeft Rissema op 6 juli 2026 een brief gestuurd, waarbij de gelegenheid is gegeven uiterlijk 3 augustus een (ondertekende) machtiging in te dienen, waarin staat dat Rissema namens [eiser] mag optreden in deze beroepsprocedure. Deze brief is verstuurd via het digitale systeem van de rechtbank. Rissema heeft hiervan een melding ontvangen. Omdat Rissema digitaal deelneemt aan het systeem, geldt de brief van 6 juli 2026 als een aangetekende brief.
4. De rechtbank stelt vast dat Rissema niet heeft gereageerd op deze brief.
5. Het beroep is kennelijk niet-ontvankelijk (artikel 8:54). Het beroep zal daarom niet inhoudelijk worden behandeld.
6. Van een vergoeding van de proceskosten is geen sprake.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. R.C. Stijnen, rechter, in aanwezigheid van L.S. Lith, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 25 augustus 2026.
griffier rechter
Afschrift verzonden aan partijen op:
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Als u het niet eens bent met deze uitspraak kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum op de stempel die hierboven staat. Als u graag een zitting wilt waarbij u persoonlijk uw mening aan de rechter kunt geven, kunt u dit in uw verzetschrift aangeven.